FABRICE DU WELZ
...

FABRICE DU WELZ met laurent lucas, jackie berroyer, philippe nahon Calvaire werd geproduceerd door de mensen van de maatschappij La Parti, die ons al Aaltra (vorige zomer in de bioscoop) brachten en voor wie C'est arrivé près de chez vous het grote voorbeeld blijft. Fabrice du Welz zet in zijn speelfilmdebuut deze provocerende traditie voort en toont zich meteen een eersteklascineast met een heel sterke cinematografische visie. Marc Stevens (Laurent Lucas, uitstekend in de rol van luguber slachtoffer), een rondreizende charmezanger die zeer gesmaakt wordt in het bejaardentehuiscircuit, neemt putje winter een verkeerde afslag in de Ardennen, krijgt motorpech en wordt opgevangen door een herbergier. Zijn redder, met bedrieglijke bonhomie gespeeld door de Franse komische acteur Jackie Berroyer, is ogenschijnlijk een joviaal heerschap, maar komt gestaag gestoorder uit de hoek. Zelf een gepensioneerde entertainer, begroet hij Marc als een zielsverwant, maar hij meent ook in de verdwaalde zanger zijn weggelopen vrouw te herkennen, steekt zijn bestelwagen in brand, bindt hem vast, molesteert hem en dwingt hem de kleren van zijn vrouw aan te trekken. Dit is pas het begin van een ware hellevaart - de titel Calvaire mag gerust letterlijk genomen worden - en deze fabel stevent dan ook onherroepelijk op een kruisiging af. De waard blijkt geen geïsoleerd geval van gedegenereerde waanzin, want als Marc hulp zoekt bij de lokale bevolking stuit hij op een bende demente dorpelingen, aangevoerd door Philippe Nahon, de acteur uit Seul contre tous. Meteen wordt aan zijn beproevingen een scheutje bestialisme toegevoegd. Calvaire sluit perfect aan bij een extreme en subversieve traditie in de Waalse cinema (lang voor C'est arrivé près de chez vous was er ook al in 1974 Vase de noces van Thierry Zeno), maar is ook een rariteit in de vaderlandse cinema: een pure genrefilm, een intens zwartgallig en grotesk Grand Guignol-festijn. Je zou het de Belgische versie kunnen noemen van The Texas Chainsaw Massacre, de groezelige huiverklassieker van Tobe Hooper waarin een groepje jongeren in de klauwen - en aan de vleeshaken - van een ontaarde slagersfamilie terechtkomt. In de uitbeelding van waanzin, aftakeling en gruwelijk banale horror speelt Calvaire duidelijk in het land van Bosch, Brueghel, De Ghelderode en André Delvaux (de onwezenlijke stilte in een scène in een herberg doet denken aan een soortgelijke scène in Un soir, Un train). Regisseur Fabrice du Welz waakt erover dat de macabere landelijke beproevingen nooit ridicuul worden, maar altijd de toeschouwer uit zijn lood slaan. Hij creëert een subtiel evenwicht tussen afstoten en de toeschouwer gefascineerd aan zijn zetel gekluisterd houden. De spanning wordt opgewekt door het contrast tussen het gore en rauwe rea- lisme van de situaties en de grote filmtechnische expertise waarmee de horrortrip in beeld wordt gezet: de strenge, zeer beheerste mise-en-scène, het aangepast vaalbruin kleurenpalet van de afgewassen Super 16-fotografie, het Cinemascope-formaat dat hier niet wordt gebruikt om een gevoel van ruimte en openheid te scheppen, maar de beklemming van de donkere Ardennen extra kracht bijzet en de suggestieve geluidsdesign die in zijn onheilspellende tonaliteit door merg en been gaat. Patrick Duynslaegher