Joel & Ethan Coen
...

Joel & Ethan Coen Frances McDormand, George Clooney, Brad Pitt, John Malkovich, Tilda Swinton Begin dit jaar staken Joel en Ethan Coen nog vier Oscars op zak voor hun bedwelmende existentiële thriller No Country for Old Men, maar met hun nieuwste prent begeven ze zich weer op vertrouwd terrein. En wel op dat van de hypergestileerde, door heerlijk groteske personages bevolkte genreparodie. Elastische slapstick à la Raising Arizona of hilarische verbale diarree zoals in The Big Lebowski hoeft u echter niet te verwachten. Dit keer trakteren de broertjes u op een onderkoeld vertelde en met valse ernst gebrachte spionagethriller, gedrapeerd rond een uitzinnig verhaal waarbij de ironie en idiotie in copieuze dosissen van het scherm druipen. Alles begint wanneer fitnessinstructrice Linda Lizke (Frances McDormand, oftewel mevrouw Joel Coen) het beu is om via het internet enkel losers te daten en daarom flink in dure plastische chirurgie wil investeren. Wanneer ze toevallig de memoires van de pas ontslagen CIA-agent Osbourne Cox (John Malkovich) in handen krijgt, vindt de wanhopige Linda er niets beters op dan hem daarmee te chanteren. En ze doet dat met de hulp van haar helaas al even naïeve fitnesscollega Chad (Brad Pitt). Dat het plannetje van de twee would-beafpersers gauw in het honderd loopt, hoeft niet te verbazen. Zeker niet wanneer ook Cox' dominante echtgenote Katie (Tilda Swinton) en haar chronisch geile minnaar én intussen ook Linda's cyberlover Harry (George Clooney)zich met het zaakje bemoeien. Wat er daarna gebeurt, laat zich amper in een paragraaf murwen, maar doet eigenlijk ook niet ter zake. Net als in Fargo of The Man Who Wasn't There mikken de Coens immers niet op de goedkope lach. Met een wrange, melancholische onderstroom tillen ze deze CIA-farce weer subtiel tot een postmoderne pastiche op, waarin zowel het Amerikaanse materialisme als de cybercultus en de geheime diensten er grijnslachend van langs krijgen. Zo steekt de discreet gestileerde verpakking schril af tegen de doorgedreven ' silliness' van de gebeurtenissen en personages, met een sombere fotografie van Emmanuel Lubezki én een dreigende score van huiscomponist Carter Burwell. Aan de oppervlakte heeft Burn After Reading meer weg van een fatalistische thriller dan van een olijke screwball comedy, al mogen de acteurs met hun schaamteloos debiele personages duidelijk over the top gaan. Campy uitschieters zijn: Brad Pitt als fitnessdude Chad met belachelijk geföhnde kapsel plus onnavolgbaar idiote blik, én John Malkovich die met zijn pedante toontje en maniërismen voor een keer níét uit de toon valt. Geen meesterwerk, maar wel het zoveelste bewijs dat de Coens gelijk wat in de zeik kunnen zetten zonder hun stijlvolle zelve te verloochenen. Dave Mestdach