'Onrust is mijn levensfilosofie en die kan ik in Brussel volledig uit mijn lijf laten vloeien. Mijn job vergt een ritme van 's morgens opstaan en 's avonds niet te laat gaan slapen, maar als de duisternis zich als een kleed over de stad drapeert en de lichtjes erdoor glinsteren, kan ik het vaak niet laten om uit te rukken, dan moet ik me gewoon in die stad smijten. Ondertussen is het tien jaar geleden dat ik hier ben komen wonen. Om eens uit te vinden hoe het aan de VUB functioneerde. Ik zou communicatiewetenschappen studeren; mede door de stad zijn die studies de mist ingegaan. De stad lonkte te fel en altijd weer werd ik aangetrokken en verleid door de geluiden, het leven, de mogelijkheden. Het verstoorde mijn concentratie. Alsof ik verliefd werd op een prachtige vrouw waarvan ik alle geuren, plooien en lijnen wilde doorgronden.'
...

'Onrust is mijn levensfilosofie en die kan ik in Brussel volledig uit mijn lijf laten vloeien. Mijn job vergt een ritme van 's morgens opstaan en 's avonds niet te laat gaan slapen, maar als de duisternis zich als een kleed over de stad drapeert en de lichtjes erdoor glinsteren, kan ik het vaak niet laten om uit te rukken, dan moet ik me gewoon in die stad smijten. Ondertussen is het tien jaar geleden dat ik hier ben komen wonen. Om eens uit te vinden hoe het aan de VUB functioneerde. Ik zou communicatiewetenschappen studeren; mede door de stad zijn die studies de mist ingegaan. De stad lonkte te fel en altijd weer werd ik aangetrokken en verleid door de geluiden, het leven, de mogelijkheden. Het verstoorde mijn concentratie. Alsof ik verliefd werd op een prachtige vrouw waarvan ik alle geuren, plooien en lijnen wilde doorgronden.''Brussel doorgrond je nooit. Als kind kwam ik hier met mijn ouders. Op mijn zeventiende nam ik zelf de trein om zo maar een beetje te zwerven door de stad. Als het donkerder werd, raakte ik geïntrigeerd door de lichten die uit de huizen vielen.Het was alsof ik iets exotisch voelde. Iets wat je in Sint-Truiden niet had. Het onbekende. De belofte van iets nieuws en grootser dan het kleinsteedse waar iedereen verkleumd raakt van vertrouwdheid. Ik heb dat nodig, anders word ik gek.''Sommigen zoeken in Brussel het dorpse waar ze vandaan komen. Ze klitten aan elkaar, vormen kliekjes en groepen. Ik houd me daar ver van. Er komt enkel achterklap en ambras van. Het unieke aan Brussel is dat je kunt dwalen en jezelf opnieuw ontdekken door alle mogelijke contacten. Je vindt me niet in de typische cafés in het centrum. Ik blijf liever hier in Schaarbeek. Er is een schitterend, oud Brussels café bij mij om de hoek. De facteur zit er naast de oud-politiecommissaris en als de patron goed gezind is, zet hij zich achter zijn piano en speelt zijn eigen jukebox. Er wordt gezongen, gedanst. Het is melancholie en toch niet. Die mensen menen het. Ik zit er twee, drie keer per week. Het voelt als thuiskomen. Mijn grootmoeder had vroeger een café en dit doet me eraan denken.' 'Het nieuwe blad Zone02 is mijn leidraad door het aanbod aan tentoonstellingen. In tegenstelling tot Brussel deze week slaagt die ploeg erin wat van de Brusselse vibes te vatten. Brussel deze week heeft in mijn ogen iets belegens. Het is het product van een groepje Vlaamse pioniers en dat gevoel krijgt het niet afgeschud. TV Brussel is in hetzelfde bedje ziek. Het televisiestation van de hoofdstad van Europa moet toch wereldnieuws brengen? Nee, ze beperken zich tot de zoveelste woningbrand of inhuldiging van een tramstel. Ik verwacht veel van FM Brussel, de nieuwe stadsradio die mijn vriend Jeroen Roppe uit de grond zal stampen. Die gast woont hier al tien jaar en ik ben ervan overtuigd dat hij erin zal slagen een soundtrack te verzinnen bij de stad. Nu ik niet meer voor de radio werk, volg ik de muziek iets minder fanatiek. Maar via via probeer ik op de hoogte te blijven. Ik richt me daarbij op de rapscene. Starflam vind ik geweldig. Die mannen leven in Brussel. Dat voel je.' 'Zelf ben ik geen concertganger. Iedereen is altijd vol lof over de AB en ja, het programma is er goed, maar ik luister nog altijd liever thuis naar een cd. Ik heb geen zin om tussen een hoop mensen te staan die op tijd en stond in de handen klappen. Een concert is een truc van de foor. De muzikanten staan er om hun nieuwste cd te promoten, ze spelen nooit het nummer dat je graag wilt horen en dus geloof ik niet in de euforie die errond verkocht wordt. Hetzelfde met cinema en theater. Als ik naar de film ga, is het naar de Styx of de Vendôme, of de Forêts, waar de uitbater nog zelf aan de kassa zit en de spoel oplegt. In Kinepolis zie je me nooit. Ik heb er geen behoefte aan om met een popcorneter in mijn nek naar het scherm te staren. Ik moet trouwens echt heel moe zijn wil je me overtuigen om in het donker passief een verhaal mee te beleven. Daarvoor is er te veel te doen, daarvoor zie je goede vrienden te weinig, daarvoor is de tijd te kort. Liever ga ik op restaurant. Net als bij het café luidt mijn stelregel dat de beste restaurants in Brussel bij je om de hoek liggen. Mijn vader heeft nu een kookprogramma op TV Brussel. Ik kijk er graag naar omdat ik zo nieuwe plekken ontdek. Al laat ik me er ook niet te veel door leiden. Je loopt het risico dat iedereen op hetzelfde moment dat nieuwe restaurant wil proberen.''Wat tentoonstellingen betreft ben ik dan weer heel gulzig. Knopff heb ik al gezien, het programma van de Botanique volg ik goed op en ik durf naar Ukkel te trekken om wat minder bekende galeries te bezoeken. Ook daar voel je die hartenklop van de stad. Soms valt het tegen, even vaak word je verrast en merk je de inspiratie die in deze stad leeft.''Ik heb in Elsene gewoond, in de Europese wijk en nu woon ik sinds vijf jaar aan het Josaphatpark in Schaarbeek. Het bevalt me hier. Vooral omdat je nog op straat leeft. Constant kruis je mensen. Andere mensen met een totaal ander leven. Het is de perfecte oefening in relativeren en in vrijheidsstreven. Je merkt dat het niet nodig is dat iedereen volgens hetzelfde patroon leeft. In die zin boeit de donkere, duistere kant van Brussel me ook. Ik neem waar. Ik sta erbij en kijk ernaar, maar ik ken gasten van de staatsveiligheid. Ik ken Sicilianen die niet al te koosjer bezig zijn. Ik vraag me soms af of een stad je zo ver kan drijven dat je over de schreef gaat.'Door Tine Hens'VROEGER nam ik de trein uit Sint-Truiden, om te zwerven door Brussel. Het was alsof ER iets exotisch WAS.'