Eerste zin De nachthemel, daar moest ik aan wennen.
...

Eerste zin De nachthemel, daar moest ik aan wennen. Twaalf jaar geleden verscheen van Elvis Peeters, de nom de plume van het koppel Jos Verlooy en Nicole Van Bael, De ontelbaren. In die dystopische roman wordt Europa overspoeld door miljoenen vluchtelingen. Weggetrokken vanwege oorlog en honger, of gewoon omdat ze een betere toekomst willen, ontwrichten ze het oude continent. Mensen voelen zich bedreigd, er wordt gehamsterd en geplunderd en uiteindelijk breekt de totale anarchie uit. Nu er echt sprake is van een 'vluchtelingencrisis' (al neemt die niet de proporties aan die ze in hun zwartste dromen zagen) keren de twee schrijvers naar dat gegeven terug. In Brood volgen we een jongen die opgroeit in een land in burgeroorlog. Het zou Syrië kunnen zijn, maar dat wordt nergens geëxpliciteerd, en dat doet er ook niet toe. Zijn moeder en jongere zusjes zijn het land al uit, terwijl hij met zijn vader, broer en oudere zus is achtergebleven. Hij werkt in een kleine supermarkt, ziet hoe de voorraden slinken en de blokkades toenemen en heeft naast overleven slechts één grote bekommernis: zijn ontluikende seksualiteit en zijn onmogelijkheid om die een zinvolle plaats te geven in zijn bestaan. Veel meisjes zijn er immers niet meer en ook wanneer hij samen met de rest van het gezin naar Europa vlucht, blijft het vooral bij dromen en in de eigen broek tasten. Tot hij onder de rok van een onwillige vrouw tast. 'Aan mijn vingers kleefde de illusie van een vrouw', lezen we dan. Deze naamloze jongen vertelt zelf zijn verhaal, in de ik-vorm, in korte zinnetjes, zoals je dat van een opgroeiend kind mag verwachten. Voor wie het vroegere werk van Peeters kent, geschreven in zinnen die zelfs gezongen zouden kunnen worden, betekent dat een heuse stijlbreuk. En misschien wel niet de gelukkigste omdat Brood daardoor toch een ietwat schrale leeservaring wordt. Veel positiever is dat Elvis Peeters van de jongen een agnost heeft gemaakt. De knaap weet wel dat sommigen in een god geloven, maar hem laat dat helemaal koud. Daardoor slaagt het boek erin de valkuilen van de religieuze reductie te ontwijken, waarbij de persoon teruggebracht wordt tot zijn religie. Dat hebben we zo stilaan al genoeg gehoord, is de redenering wellicht geweest, en het schrijverskoppel richtte zich - terecht - op de veel interessantere psychologische ontwikkeling van de jongen.