Het sinistere maar esthetische artwork, de anonimiteit achter gewaden en maskers, de stunt waarbij platen worden begraven: het garandeert Briqueville eigenaardigheid in het uitges...

Het sinistere maar esthetische artwork, de anonimiteit achter gewaden en maskers, de stunt waarbij platen worden begraven: het garandeert Briqueville eigenaardigheid in het uitgestrekte maïsveld van de instrumentale postmetal, waar je je wel breed móét maken om nog op te vallen. Alles bij elkaar telt in de eerste plaats de muziek en die is op plaat drie andermaal goed tot uitstekend, met acht ineenvloeiende bedrijven die eerst wat slepend voorkomen, maar over verraderlijke onderstromen beschikken. Want Briqueville etaleert heus niet alleen apocalyptische doem. Het psychedelische Akte XI heeft iets zwierigs en roezigs, op de tonen van Turkse woestijnblues stelt Akte X Flying Horseman aan Isis voor, en ook Akte XII steekt van wal met een haast zorgeloos wijsje. Tot de hemel er asgrauw en oorverdovend over neerdaalt. Waasland boven.