Carl Ewens, Aureus, 214 p.
...

Carl Ewens, Aureus, 214 p. Eind deze maand had hij 60 moeten worden, maar het noodlot besliste daar anders over. Op 16 september 1977, twee weken voor zijn 30e verjaardag, parkeerde een vriendin hem in een gehuurde Mini nogal slordig tegen een oude eik. En daarmee kwam een veel te vroeg einde aan 'glitterman' Marc Bolan, de eerste Britse superster na The Beatles, die met T. Rex de glamrock uitvond. Over Marc Bolan - echte naam: Mark Feld - valt veel te vertellen, maar wat u vooral moet onthouden, is dat hij de rock in de jaren 70 van de faux sérieux en van de macho's redde. Met briljante songs als Children Of The Revolution, Mambo Sun, Telegram Sam, 20th Century Boy en Get It On werd hij zo populair dat Ringo Starr een film over hem draaide - Born To Boogie - en dat de pers melding maakte van T. Rextasy, 'een soort nieuwe Beatlemania'. En behalve populair was Bolan ook nog eens geweldig invloedrijk, want zijn meesterwerk Electric Warrior inspireerde onder meer Morrissey om zelf muziek te beginnen maken. Om maar te zeggen: Marc Bolan was de held van onze helden, en Electric Warrior én Born To Boogie hadden eigenlijk allang in een schrijn in uw kast moeten staan. Maar we zouden het hier dus over Born To Boogie, The Songwriting Of Marc Bolan hebben, een boek waarin Bolans muziek 214 pagina's lang tegen het licht gehouden wordt. En dat kunnen we u helaas veel minder aanbevelen, wegens ontzettend nerdish en langdradig, zelfs voor de fans. Auteur Carl Ewens heeft zijn huiswerk wel gemaakt en goed naar Bolans songs geluisterd, maar erg relevant zijn de meeste van zijn analyses niet. 'De laatste lijn van Rabbit Fighter doet een heel klein beetje denken aan Lost In The Flood van Bruce Springsteens debuutalbum Greetings From Asbury Park uit 1972', gaat het, ergens op pagina 101. 'Maar de titel en het refrein zijn een beetje vreemd, want konijntjes vechten natuurlijk helemaal niet.' Nee, als Marc Bolan aan iets géén nood had, dan was het wel aan dit soort overbodig boek. Zeker niet nu hij 30 jaar na zijn dood, om redenen die geen zinnig mens begrijpt, langzaam maar zeker richting vergetelheid aan het sukkelen is. Wouter Van Driessche