Een man van zijn woord, die Boris Vian. Toen hij in 1937 trompet wilde leren, in de stijl van zijn grote held Duke Ellington, zei zijn dokter: 'Elke noot die je blaast, zal je een dag van je leven kosten.' Maar wat deed de ziekelijke puber? Jazztrompettist worden en binnen de kortste keren de Hot Club de France en Le Tabou platspelen. En toen hij als jonge knaap overal rondbazuinde dat hij nooit veertig zou worden, verklaarde iedereen hem gek. Maar: hij stierf op zijn 39e.
...

Een man van zijn woord, die Boris Vian. Toen hij in 1937 trompet wilde leren, in de stijl van zijn grote held Duke Ellington, zei zijn dokter: 'Elke noot die je blaast, zal je een dag van je leven kosten.' Maar wat deed de ziekelijke puber? Jazztrompettist worden en binnen de kortste keren de Hot Club de France en Le Tabou platspelen. En toen hij als jonge knaap overal rondbazuinde dat hij nooit veertig zou worden, verklaarde iedereen hem gek. Maar: hij stierf op zijn 39e. Vian bestierf het letterlijk van ergernis, die 23e juni om 10 uur 's ochtends. Hij zat in de Parijse cinema Marbeuf op de première van J'irai cracher sur vos tombes - letterlijk vertaald: ik zal op jullie graven spuwen - waarvoor hij het script had bewerkt. Michel Gasts verfilming van Vians schandaalboek over Amerikaanse rassenhaat was echter zo schandalig slecht, dat hij na tien minuten boos rechtstond en voor de hele zaal riep: 'These guys are supposed to be Americans? My Ass!' Waarna hij in zijn stoel ineenzakte en op weg naar het hospitaal een fatale hartsteek kreeg . 'Le titre qui l'avait lancé a fait mourir Boris Vian', was de tragische kop in Paris Match 's anderendaags. Vian schreef zijn enige bestseller op twee weken tijd onder het pseudoniem Vernon Sullivan. In het voorwoord beweerde hij dat het 'een vertaling was van een vergeten gecensureerd boek, geschreven door een zwarte Amerikaan in ballingschap'. Gratuit geweld, perverse seks, rake dialogen: hoe meer conservatieven het immorele boek verbanden, hoe meer de Fransen ervan smulden. En toen in 1947 een zakenman zijn maîtresse wurgde in een Parijs hotel, terwijl het boek openlag op de wurgpassage, was de controverse compleet. Er gingen vijfhonderdduizend exemplaren over de toonbank, toen een record. Voor de lezers van nu: de roman houdt zowat midden tussen Reservoir Dogs en American Psycho. De verfilming helaas niet. 'Ik slaap graag met het rolluik open, omdat mij dat belet in te dommelen. Ik haat slapen', zei Vian ooit. Om maar te zeggen: niemand leefde gretiger dan hij. Hartproblemen, tyfus, angina, reuma, insomnia: met zo'n labiele gezondheid móést hij wel alles uit het leven halen wat erin zat. Dus studeerde hij hogere wiskunde, filosofie, klassieke talen en metallurgie, en het liefst nog allemaal tegelijk. Tussendoor schreef hij toneelstukken, romans, filmscenario's, novellen, jazzrecensies, poëzie, pamfletten en songteksten, onder de gekste pseudoniemen. In zijn vrije tijd ontwierp hij meubilair, was hij parttime uitvinder en stichtte hij een dadaïstische club met een debiele dresscode. Hij acteerde zelfs af en toe, bijvoorbeeld in Les liaisons dangereuses met Jeanne Moreau. Het enige wat hij echt fulltime deed, was zijn bohemien levensstijl cultiveren. Op een van zijn talrijke feestjes leerde hij Simone de Beauvoir, Albert Camus én Jean-Paul Satre kennen. Een topavond, zo leek, want Satre strooide met complimenten voor Vians oeuvre. Maar achter zijn rug liep hij wel met Boris' vrouw Michelle weg. Of Vian daardoor in een existentiële crisis belandde? Niet echt, want als gebuisde schrijver sinds J'irai cracher sur vos tombes, zocht hij zijn toevlucht in de jazz. Trompet mocht hij van de dokter niet meer spelen, dus werd hij maar MC in jazzclubs en promotor van artiesten als Jacques Prévert en Henri Salvador. En als Miles Davis, Charlie Parker of Duke Ellington in St.-Germain-des-Prés mochten optreden (vaak door zijn toedoen), bleven ze bij hem logeren. Op het einde van zijn leven lanceerde Vian zichzelf nog als jazzartiest. Met succes: hij schreef met het grootste gemak vierhonderd chansons bij elkaar, vol woordgrappen, insiders en politieke boodschappen. Na zijn dood werden er enkele jazzstandards, die Nana Mouskouri, Yves Montand, Maurice Chevalier en Henri Salvador vaak coverden. Zelfs Gainsbourg is schatplichtig: hij beweerde dat Vian een van zijn grootste inspiratiebronnen was voor zijn songteksten - na zijn penis natuurlijk. THIJS DEMEULEMEESTER