'Horror, dat is niet van bij ons', verklaart Jan Verheyen in Forbidden Scares. Hij spreekt uit ervaring. De regisseur probeerde met zijn 'Nachten van de wansmaak' jarenlang tevergeefs een breed publiek voor lowbudgetslachtpartijen warm te maken, en zag in 2002 Alias, zijn nochtans heel kuise ode aan het genre, op een muur van onverschilligheid botsen. Sindsdien ziet Verheyen, filmliefhebber maar vooral entrepreneur, geen brood meer in horror - van de 75.000 bezoekers voor Welp, de slasherfilm van Jonas Govaerts over een bloedbad op een scoutskamp,is hij niet onder de indruk.
...

'Horror, dat is niet van bij ons', verklaart Jan Verheyen in Forbidden Scares. Hij spreekt uit ervaring. De regisseur probeerde met zijn 'Nachten van de wansmaak' jarenlang tevergeefs een breed publiek voor lowbudgetslachtpartijen warm te maken, en zag in 2002 Alias, zijn nochtans heel kuise ode aan het genre, op een muur van onverschilligheid botsen. Sindsdien ziet Verheyen, filmliefhebber maar vooral entrepreneur, geen brood meer in horror - van de 75.000 bezoekers voor Welp, de slasherfilm van Jonas Govaerts over een bloedbad op een scoutskamp,is hij niet onder de indruk. Vóór Welp was het in elk geval decennia geleden dat er nog eens een échte Vlaamse horrorfilm een volwaardige bioscooprelease kreeg. Begin jaren zeventig leek het genre hier even in de lift te zitten, toen Antwerpenaar Harry Kümel met Amerikaans geld de vampierenfilm Daughters of Darkness (1971) kon regisseren. Door zijn cinematografische kwaliteiten en goede acteerprestaties - de bloedzuigster van dienst werd zowaar vertolkt door Delphine Seyrig, die ook de hoofdrol speelde in Alain Resnais' L'année dernière à Marienbad (1961) - werd de film gaandeweg een cultklassieker. Een jaar later mocht Kümel in Cannes zelfs naar de Gouden Palm meedingen met Malpertuis, een sinister horrordrama waarin de grote Orson Welles met ijzeren vuist regeert over een landhuis annex doolhof. Daarna ging de Vlaamse horrorfilm al snel ondergronds. Budgetten waren schaars, subsidies onbestaande en goede ideeën bleven uit. Lef was er nochtans genoeg. Zo toeterde de achttienjarige (!) Luc Veldeman in 1983 dat hij ging uitpakken met een horrorfilm, op eigen kracht en met eigen fondsenwerving. The Antwerp Killer bleek uiteindelijk nog geen uur te duren en vooral uit te blinken in potsierlijke actiescènes en een wel heel avontuurlijke montage. Het was maar om te lachen, liet de 'regisseur' op de première noteren. Minder grappig was het voor de crew, die nooit een frank zou zien. Veldeman verdween voorgoed van de radar, en zijn moegetergde vader stelde alles in het werk om alle kopieën van de miskleun eigenhandig uit de rekken te halen. Niet dat het iets heeft uitgehaald: het onding staat tegenwoordig gewoon op YouTube. Of het Antwerp Killer-fiasco er voor iets tussen zat, is moeilijk te achterhalen, maar het zaadje was in vele hoofden geplant: wie zich in Vlaanderen met het maken van horror onledig houdt, móét ofwel ongetalenteerd zijn ofwel een charlatan. Of een viespeuk: terwijl in de jaren tachtig de gruwelijke maar vrij zedige genrefilms van John Carpenter (The Thing) en Wes Craven (Nightmare on Elm Street) en zelfs Nederlandse horrorprenten als De lift veel bezoekers trokken, zochten vaderlandse regisseurs als Rob Van Eyck en Johan Vandewoestijne hun toevlucht in straight-to-videoexploitation horror. Het verhaal en de cinematografische kwaliteiten waren daarin ondergeschikt, het schokeffect stond op het voorplan. Zo presenteerde Van Eyck in The Afterman (1985) onder een flinterdun laagje maatschappijkritiek (de wereld na een nucleaire oorlog) de eerste expliciete necrofiliescène uit de Vlaamse filmgeschiedenis. Vandewoestijne (handig pseudoniem: James Desert) voerde in Lucker (1986) een necrofiele seriemoordenaar op, maar zou pas echt toeslaan als producent van Rabid Grannies (1988), een uiterst gore - en even vermakelijke - splatter-klassieker die een internationaal videosucces werd. Grote auteurscinema is het hoegenaamd niet, maar dat laat Forgotten Scares-regisseur Steve De Roover niet aan zijn hart komen. 'Als ik horror kijk, verwacht ik niet dat ik word meegesleept door het verhaal of dat ik in mijn broek moet kakken van de angst. Gore en coole special effects zijn al ruim voldoende.' En vraag aan een willekeurige Amerikaan naar de bekendste Belgische films, en de kans is groot dat je niet prijswinnaars als Rosetta of Toto le héros als antwoord krijgt, maar wel Rabid Grannies of C'est arrivé près de chez vous. Wie de afgelopen jaren in dit land toch horror wilde maken en daar in de reguliere zalen mee wilde scoren, bracht zijn film beter als thriller aan de man. Dat deed Pieter Van Hees met Linkeroever (2008), een brokje grimmigheid dat gretig refereerde aan Polanski's appartemententrilogie en Japanse horrorfilms als Dark Water. Eline Kuppens, die in Linkeroever aan de zijde van de toen nog vrij onbekende Matthias Schoenaerts acteerde, verklaart in Forgotten Scares zelfs dat ze in interviews het woord 'horrorfilm' niet mocht laten vallen. Misschien kan Pierre Drouot de Vlaamse horror nog een duwtje in de rug geven. De afscheidnemende intendant van het Vlaams Audiovisueel Fonds heeft een verleden in het genre: hij was coproducent en coscenarist van Kümels Daughters of Darkness. Volgens hem staat of valt alles met een goed scenario. Jonas Govaerts en Jeroen Dumoulein hebben dat alvast. De eerste is met de steun van het VAF bezig aan Heads Will Roll, de opvolger van Welp, de tweede turnt met De vijver zijn bekroonde spookhuiskortfilm om tot een heuse langspeler. Zal ook een Vlaming er uiteindelijk in slagen om, zoals de Fransen (Haute Tension), de Spanjaarden ([REC]) en Walen (Calvaire), met horror veel mensen naar de bioscoop te lokken? 'Natuurlijk is er in Vlaanderen plaats voor horror, zelfs in het Nederlands', meent aficionado De Roover. 'Maar als iedereen erop blijft hameren dat het hier niet kan, dan zal het publiek dat ook beginnen te geloven.' Tot dan moeten we het stellen met de vaak heel amusante pareltjes die in Forgotten Scares de revue passeren. Forgotten Scares In première op het Brussels International Fantastic Film Festival (BIFFF), van 4 tot 16/4 in Bozar, Brussel. Info en tickets: bifff.net door Joost Devriesere Volgens Eline Kuppens, die in Linkeroever aan de zijde van Matthias Schoenaerts acteerde, mocht ze in interviews zelfs het woord 'horrorfilm' niet laten vallen.