JOS MACHTEL: Mijn vader speelde trompet in amusementsorkesten, het was logisch dat ik in zijn voetsporen zou treden. Vanaf mijn tiende speelde ik al in allerlei harmonieën en fanfares. We luisterden thuis naar oude stijl jazz, genre Glenn Miller, Louis Armstrong of de Dutch Swing College Band. Toen ik zestien werd, kreeg ik een dubbel-lp met daarop Cookin' en Relaxin' van het Miles Davis Quintet. Dat vond ik meteen zo'n opwindende...

JOS MACHTEL: Mijn vader speelde trompet in amusementsorkesten, het was logisch dat ik in zijn voetsporen zou treden. Vanaf mijn tiende speelde ik al in allerlei harmonieën en fanfares. We luisterden thuis naar oude stijl jazz, genre Glenn Miller, Louis Armstrong of de Dutch Swing College Band. Toen ik zestien werd, kreeg ik een dubbel-lp met daarop Cookin' en Relaxin' van het Miles Davis Quintet. Dat vond ik meteen zo'n opwindende, nieuwe muziek. Ik ben dan als een gek naar alle klassiekers van de bop beginnen te luisteren: Lee Morgan, Freddie Hubbard, Dizzy Gillespie... MACHTEL: En toen ik aan het conservatorium van Hilversum begon te studeren, was dat ook nog als trompettist. Maar ik kreeg problemen met mijn embouchure. In een donker hoekje van onze school zag ik een contrabas staan. Ik dacht: laat ik dat ding eens proberen. Voor ik het goed en wel besefte, werd ik overal uitgenodigd om mee te komen spelen - op bas. MACHTEL: Zonder twijfel! Ik speelde alle solo's van Clifford Brown na op bas. Maar luister maar eens goed naar bijvoorbeeld Paul Chambers, de bassist van dat kwintet van Miles. Hij haalde ook de mosterd bij Charlie Parker, hoor. MACHTEL: In 1999 vroeg Frank Vaganée me Nicolas Thys te vervangen in het Brussels Jazz Orchestra (BJO). Dat viel zo goed mee dat ik dat gewoon ben gebleven. MACHTEL: Matthias De Waele heb ik leren kennen aan het Lemmensinstituut, waar ik lesgeef. Zodra we samen begonnen te spelen, voelde ik hoe fenomenaal goed we in elkaar haken, als een nieuwe Chambers-Cobb-tandem. Zoiets is zeldzaam. Bram De Looze heb ik voor het eerst gehoord toen hij een jaar of zestien was. Ik was toen al compleet overdonderd door de diepgang en de kennis van de jazzgeschiedenis die zo'n broekventje uit de toetsen haalde. Ik hoorde flarden Jamal, Hancock, Evans... Ik weet nog dat ik dacht: 'Die moet ik hebben, voor iemand anders met hem aan de haal gaat.' (lacht) We spelen voorlopig enkel oude standards die door bijna niemand meer worden gespeeld. Maar hoe we ze spelen, is steeds een kwestie van de communicatie tussen ons drieën. Zo wordt het telkens weer net iets anders dan andere mainstreampianotrio's. FREDERIK GOOSSENS