CARLO NARDOZZA: Zelfs toen ik al op het conservatorium zat, was ik enkel in bigband geïnteresseerd. Het was al Basie en Sinatra wat de klok sloeg. Improviseren? Nee, dat zei me niet echt veel. Mijn docent Rob Bruynen (trompettist bij de WDR Big Band, nvdr.) gaf me een lijstje van wat hij absoluut-te-beluisterenplaten vond. Daar stond The Last Great Concert van Chet Baker tussen. 'Last', want twee weken na de op...

CARLO NARDOZZA: Zelfs toen ik al op het conservatorium zat, was ik enkel in bigband geïnteresseerd. Het was al Basie en Sinatra wat de klok sloeg. Improviseren? Nee, dat zei me niet echt veel. Mijn docent Rob Bruynen (trompettist bij de WDR Big Band, nvdr.) gaf me een lijstje van wat hij absoluut-te-beluisterenplaten vond. Daar stond The Last Great Concert van Chet Baker tussen. 'Last', want twee weken na de opnames vond men de trompettist terug op het voetpad voor het Hotel Hendrik in Amsterdam - de eertijdse playboy van de jazz was als een hoopje gerimpelde vodden uit het raam van de tweede verdieping geduikeld. 'Great', want hoe hij hierop speelt, zo kort voor zijn dood, is een klein mirakel. Ik heb daarna hele platen van Chet getranscribeerd. Niet alleen zijn partijen, maar ook die van alle andere muzikanten. Want jazz speel je niet alleen. NARDOZZA: Hij speelde helder, lyrisch en ongekunsteld, zonder blabla. Hij vertelt een meeslepend verhaal, veeleer dan zich te verliezen in allerlei technische hoogstandjes of harmonische kronkels. Na een paar keren luisteren kun je die solo's van hem moeiteloos meezingen. En toch is hij op elk moment volslagen onvoorspelbaar. Je doet het hem niet zomaar na. NARDOZZA: Het ligt niet zo voor de hand om iemand te vinden met wie het klikt. Zeker niet om in een duo te spelen. Je moet je tegelijk heel erg bij elkaar op je gemak voelen en toch genoeg weerwerk ondervinden om jezelf telkens weer te ontstijgen. Als ik dit vergelijk met spelen in een bigband als het Brussels Jazz Orchestra, dan voel ik me plots heel naakt op het podium. Er is geen ritmesectie om me achter te verbergen. Het kan een erg moeilijke oefening zijn, maar met Michel lukt het wonderwel. NARDOZZA: Dit had ik tien jaar geleden inderdaad nog niet aangekund. Als jonge kerel wou ik indruk maken. Ik had de neiging heel veel te spelen. Nu ben ik minder bang om het klein te houden. De muziek moet maar voor zich spreken. Ik haal met gerust gemoed weer de Chet Baker in me boven. En daar ben ik niet een klein beetje trots op. FREDERIK GOOSSENS