Je bent bekend als een man van de klassieke wereld, maar het had net zo goed anders kunnen lopen, niet?

JAN VAN DE PERRE: Tijdens mijn muziekstudies luisterde ik heel vaak naar jazz - ik hield bijvoorbeeld erg van Django Reinhardt. Het was een heel intense zoektocht, waarbij ik naar alle grote gitaristen luisterde - John Scofield en de rest -, maar uiteindelijk moest ik voor mezelf toegeven dat gitaar niet mijn favoriete instrument in de jazz was. Ik val meer voor de trompet van Miles Davis of Bert Joris dan voor gitaargepingel. Klassiek heeft het mettertijd v...

JAN VAN DE PERRE: Tijdens mijn muziekstudies luisterde ik heel vaak naar jazz - ik hield bijvoorbeeld erg van Django Reinhardt. Het was een heel intense zoektocht, waarbij ik naar alle grote gitaristen luisterde - John Scofield en de rest -, maar uiteindelijk moest ik voor mezelf toegeven dat gitaar niet mijn favoriete instrument in de jazz was. Ik val meer voor de trompet van Miles Davis of Bert Joris dan voor gitaargepingel. Klassiek heeft het mettertijd van jazz gewonnen. VAN DE PERRE: Begin jaren negentig leerde ik zijn Masada-project kennen. De plaat die me écht inspireerde, was Bar Kokhba, omdat Zorn er voor het eerst zijn Masada-thema's in kamermuziekarrangementen brengt. Hij toont aan hoe sterk zijn muziek overeind blijft in haast elke bezetting of formule - in dit geval kleuren strijkers, elektrische gitaar, klarinet en piano zijn Joodse thema's in. Dat geeft een erg verfijnde en sfeervolle sound, precies wat we met het Tirzah-Quartet ook proberen te bereiken. Het mooie aan Zorn is dat zijn werk zo divers is dat je het niet meteen kunt vatten, maar je wordt er toch ontzettend toe aangetrokken. Als je hem live meemaakt, is er geen middenweg: je bent meteen verkocht, of je loopt ervan weg. VAN DE PERRE: Diesoundtracks hebben iets vluchtigs.Zorn nodigt een paar vrienden uit, ze zitten een paar dagen in de studio, en klaar. Tegelijk zijn die samenwerkingen vaak een lab voor nieuwe combinaties van muzikanten. Het levert heel diverse muziek op - Joods, rockwerk met gitarist Marc Ribot, noem maar op. Die 25 soundtracks zijn niet allemaal even straf, maar er gebéúrt altijd iets. Wij proberen de verfijning ervan te vatten in kamermuziek. Noem het Zorns andere kant: niet de brutale, maar de vrouwelijke. Al zullen we voor 'Zorn at 60' onze jazzkant flink oppoken; pure kamermuziek zou kunnen wegwaaien op een festival. VAN DE PERRE: We spelen wel enkele thema's, maar Ribots scheurende sound kún je niet imiteren - ik zie daar ook de zin niet van in. Idem dito voor Frisell. Dus blijf je er beter af. VAN DE PERRE: We hebben al een jaar of vijf contact, hebben in 2011 al voor hem opgetreden toen hij in Gent de eretitel Magister Artium Gandensis kreeg, en hij steunt ons voluit. Mogelijk komt er zelfs een partituurboek met mijn bewerkingen uit. Erg spannend allemaal. BART CORNAND