KENNY WERNER: Op mijn zevende begon ik piano te spelen, maar dat had niets met jazz te maken. Ik hield van Broadwaymuziek en van soundtracks. Nu ik er zo over nadenk, ik heb nooit gekozen om jazzmuzikant te worden. Aan de Manhattan School of Music zou ik klassiek pianist worden, maar dat bleek al snel een vergissing. Ik wilde improviseren.
...

KENNY WERNER: Op mijn zevende begon ik piano te spelen, maar dat had niets met jazz te maken. Ik hield van Broadwaymuziek en van soundtracks. Nu ik er zo over nadenk, ik heb nooit gekozen om jazzmuzikant te worden. Aan de Manhattan School of Music zou ik klassiek pianist worden, maar dat bleek al snel een vergissing. Ik wilde improviseren. Er is één plaat die mijn uiteenlopende interesses samenbracht: In a Silent Way van Miles Davis. Je hoorde geen solo's, geen individuele performances, maar een sfeer en een trilling van de lucht die je in een altered state of mind bracht. Dat is altijd mijn graadmeter voor interessante muziek geweest - een beetje te veel in de jaren zeventig, dat heeft me veel miserie bezorgd. (Lacht) WERNER: Daar ging het me niet om. In de vroege jaren zeventig waren muzikanten als Miles Davis, Herbie Hancock, Keith Jarrett en Wayne Shorter evenveel filosoof als muzikant. De meest wijze muzikanten, zoals Miles en Wayne, zijn tevreden met stilte. Maar áls ze dan vijf noten spelen, kantelt de aardas. Als ik ooit in Shorters band zou mogen zitten - zelfs gewoon zitten, zonder een noot te spelen - zou dat voor mij het hoogste zijn. WERNER: Ja en nee. Alle composities op de cd zijn in opdracht geschreven. Maar als ik dan zit te schrijven, doe ik dat met het BJO in gedachten, ja. Omdat ik weet dat dit orkest alles wat ik maar verzin tot leven kan brengen, hoe uitdagend of theatraal het ook is. En niet alleen dat: ze brengen ook de emotionele component naar boven - en precies dat is waarin veel bigbands tekortschieten. WERNER: De cd is uitgekomen op het huislabel van de Blue Note, vandaar. Half Note Records stelt zich nu op als partner voor andere BJO-projecten. Geloof me, dit is het begin van de bestendiging van het orkest in de VS. BART CORNAND