Zo groot is ons respect voor de Amerikaanse gospelgodin dat we onze hang naar flauwe woordspelingen bij het schrijven van bovenstaande inleiding voor één keer overwonnen en de evidente rijmwoorden op 'Stax' en 'Staples' zomaar ongebruikt lieten. Sinds ze vijftig jaar geleden met broer Pervis, zus Cleotha en vader Roebuck 'Pops' Staples mee aan de kar van de Civil Rights Movement trok, heeft Mavis niets minder dan Amerikaanse geschiedenis geschreven. Muziekgeschiedenis én politieke geschiedenis, want met hymnes als Respect Yourself en Why Am I Treated So Bad? leverden The Staple Singers de volksverheffende soundtrack bij de revolutionaire ontvoogding van hun zwarte broeders en zusters.
...

Zo groot is ons respect voor de Amerikaanse gospelgodin dat we onze hang naar flauwe woordspelingen bij het schrijven van bovenstaande inleiding voor één keer overwonnen en de evidente rijmwoorden op 'Stax' en 'Staples' zomaar ongebruikt lieten. Sinds ze vijftig jaar geleden met broer Pervis, zus Cleotha en vader Roebuck 'Pops' Staples mee aan de kar van de Civil Rights Movement trok, heeft Mavis niets minder dan Amerikaanse geschiedenis geschreven. Muziekgeschiedenis én politieke geschiedenis, want met hymnes als Respect Yourself en Why Am I Treated So Bad? leverden The Staple Singers de volksverheffende soundtrack bij de revolutionaire ontvoogding van hun zwarte broeders en zusters. Of we het niet erg vinden dat ze ontbijt tijdens ons gesprek, vraagt Mavis Staples in de vergaderzaal van een Londens hotel. 'I can bite and talk, you know'. Wij zijn allang blij dat we bij 's werelds leukste oma op theevisite mogen. Een uur lang onderhoudt ze ons met verhalen over Bob Dylan en reverend Martin Luther King, verklaart ze nader waarom Amerika weer een geweten moet worden geschopt en praat ze honderduit over We'll Never Turn Back, de plaat die ze onlangs opnam onder auspiciën van de altijd weer geweldige Ry Cooder. Mavis Staples: Jammer dat Ry zo tegen toeren opziet, want ik had hem graag mee on the road genomen. Al heb ik een fantastische nieuwe band rond me verzameld, met mensen die nog bij Tom Waits hebben gespeeld. Om die nieuwe plaat naar een podium te vertalen, heb ik natuurlijk straffe muzikanten nodig. Staples: Precies! Ry is een fingerpicker, net als mijn vader. Hij wilde dan ook per se op de oude versterker van Pops spelen. Je had zijn gezicht moeten zien toen ik 'm die versterker voor het eerst liet zien. Net een klein kind dat van de kerstman een nieuw speeltje had gekregen. Met Pops' auto ging het net hetzelfde: dat hij die fysiek kon aanraken, leek haast een mystieke ervaring voor hem. Hij vond het ook onwaarschijnlijk cool dat er 'Pops 1' op zijn nummerplaat stond. Maar hey, ik had dan ook een supercoole vader natuurlijk. Staples: Ik vond die methode op z'n zachtst gezegd nogal ongewoon, ja. Ik ben het gewend om me de avond voor een opname tot in de puntjes voor te bereiden, maar dat had deze keer hoegenaamd geen zin. Als ik 's ochtends - nu ja, 's middags - de studio binnenkwam, zat Ry daar doorgaans al wat te prullen. Dan kletsten we wat, tot hij me haast ongemerkt een ideetje aanreikte of een song begon voor te spelen en ik maar hoefde in te vallen. Repeteren was er niet bij. Of beter gezegd: de repetities waren de opnames. Vaak wist ik niet eens dat Ry de band had laten lopen en was een nummer opgenomen zonder dat ik er erg in had. Staples: Ja, ik wou de soundtrack bij die revolutionaire periode voor het nageslacht bewaren. Het zou toch zonde zijn mochten al die freedom songs, die onze broeders en zusters indertijd hebben geïnspireerd tijdens hun strijd, zomaar verloren gaan. Ik herinner me nog precies wanneer de noodzakelijkheid van deze plaat tot me doordrong: toen Rosa Parks twee jaar geleden overleed. Een vriendin, een lerares in een middelbare school, vertelde me toen dat zelfs de zwarte studenten in haar klas geen benul hadden van wie sister Parks was. Terwijl ze die hele bevrijdingsbeweging in de jaren 50 op gang heeft gebracht door op de bus te weigeren haar plaats af te staan aan een blanke, ook al was ze daartoe wettelijk verplicht. Aan haar, en natuurlijk aan Martin Luther King, hebben we het te danken dat Afro-Amerikanen het een pak beter hebben dan vijftig jaar geleden en dat iemand als Barack Obama überhaupt kans maakt op het presidentschap. Ik vind het mijn plicht om de boodschap van Dr. King te blijven uitdragen, opdat zijn bloed niet voor niets gevloeid heeft. Staples: Nee, absoluut niet. Ik zie nog elke dag racisme. Er lopen haast geen zwarten meer over straat in Amerika, omdat ze allemaal - vaak onschuldig - in de bak gegooid worden. En de zwarten die nog wel in het straatbeeld opduiken, zijn een wandelend doelwit. Neem nu de arme jongen van amper 21 die op weg naar zijn huwelijk zonder aanwijsbare reden door de politie met 50 kogels werd doorzeefd. Vijf-tig kogels! Ik bedoel: how many bullets does it take to kill a man? En dan was er natuurlijk nog Katrina. De tranen rolden over mijn wangen toen ik de beelden van een verwoest New Orleans zag op televisie. Duizenden mensen dreven levenloos rond in dat zwarte water. De tienduizenden mensen die de ramp wel overleefden, werden samengepropt in een bouwvallig stadion, waar baby's en bejaarden alsnog omkwamen van de honger of bezweken aan de vele ziektes die er uitbraken. Onmenselijk vond ik dat. Staples: Daar ben ik nogal zeker van! Had Katrina door New York of Boston geraasd, de regering had anders en vooral sneller gereageerd. Drie weken geleden ging er een storm door Kansas City, een all white town. Daar zijn ze nú al aan de heropbouw bezig. Staples: Ik moet zo'n twee jaar geweest zijn toen Pops mijn zus Yvonne en mij naar onze grootouders in Mississippi stuurde. Wellicht om zijn zo al kroostrijke gezin wat te ontlasten, en ik kan hem geen ongelijk geven. De grootste verandering voor ons was dat grandma een pak strenger was dan ons ma, want van haar mocht ik niet langer op mijn duim zuigen. Om mij daarvan te weerhouden strooide ze er om het halfuur peper op. Niet dat het hielp, ik liep gewoon aldoor niezend en met een brandende tong door het huis. (bulderlach)Het tweede verschil was inderdaad dat de rassenscheiding er iets strikter werd genomen dan in Chicago. Voor de blanken was je als zwarte niet meer dan loslopend wild. Vandaar de lyric: 'They had a hunting season on the rabbit, but season was always open on me'. Staples: Al meteen bij mijn aankomst in Mississippi legde mijn grootmoeder uit dat we alléén mochten drinken aan de fontein voor 'coloured people'. Uiteraard begreep ik dat niet. Op een keer ging ik in het dorp mijn vuile kleren wassen. Aangezien de wasserette voor 'gekleurde mensen' afgeladen vol was, stapte ik het wassalon voor blanken binnen, me van geen kwaad bewust. Ze hebben er me met harde hand buitengezet en bij mijn grootouders afgezet. Tegen de tijd dat we daar aankwamen, had ik zoveel klappen gekregen dat ik er nog dagenlang van duizelde. Mijn grootvader was razend, maar stiekem ook een beetje trots. Want in de ogen van de zwarte gemeenschap had ik - weliswaar zonder het zelf te beseffen - een verzetsdaad gesteld. (lacht)Staples: Ik herinner me nog het eerste liedje dat ik als peuter kreeg aangeleerd, naar aanleiding van Thanksgiving was dat: 'A turkey is a funny bird / Wobble wobble wobble / And all he knows is just one word / Goggle goggle goggle'. Dat liep ik weken aan een stuk te zingen, tot mijn vader er gek van werd. Pas op mijn achtste, toen Pops van ons gezin The Staple Singers maakte, werd ik me écht van mijn zangstem bewust. Iedereen bleek zich te verbazen over mijn lage bas. Ze konden maar niet geloven dat die lage bromstem opklonk uit een klein en frêle meisje van nog geen tien jaar oud. Als ik tijdens optredens achteraan stond, onttrokken aan het oog van de toeschouwers, dachten ze dat er een man of een of andere big fat lady meezong. (lacht) Toen we voor het eerst Bob Dylan ontmoetten, kon die er trouwens ook niet bij dat uitgerekend ik de bas deed. Staples: Heb ik dan echt geen geheimen meer? (lacht) Dat was toen, ja. Het moet aan het eind van de jaren 50 of het begin van de jaren 60 geweest zijn, want behalve mijn vader had bijna niemand nog van hem gehoord. We waren aan het pauzeren tijdens de opnames voor een tv-show en terwijl we aan het buffet stonden aan te schuiven, riep Bobby van achteraan in de rij: 'Pops, ik wil met Mavis trouwen!'. De hele zaal had het gehoord en ik wist mezelf natuurlijk geen houding te geven. Staples: Daarvoor had hij zich toch op z'n minst tot mij persoonlijk mogen richten, in plaats van Pops om mijn hand te vragen. Als hij voor mij had geknield en een serenade had afgestoken... Dan had ik het misschien overwogen. Maar eigenlijk is hij mij pas drie of vier jaar later het hof beginnen te maken. (bedenkt zich plots) Waarom vertel ik dit eigenlijk allemaal? I can get myself in trouble, young man. Als dit wereldkundig wordt gemaakt... Staples: Wel euh... Oké dan. Mijn zus Yvonne fungeerde als tussenpersoon. Zij regelde onze afspraakjes. Die verliepen altijd in het geniep, want Bobby wilde liever niet dat de buitenwereld er lucht van kreeg. Hij moest zich in die tijd al verschuilen voor Joan Baez, die achter hem aan zat. Onnodig te zeggen dat het tussen mij en Joan niet echt boterde. Joan liep achter hem, maar hij liep achter mij. (gniffelt) Maar zoals alles is die hele situatie mettertijd gesleten. Tegenwoordig ben ik zelfs beste maatjes met Joan. Staples: Vier jaar geleden heb ik hem voor het laatst gezien, maar het was wel héél leuk. We hebben samen het nummer Gotta Change My Way Of Thinking opgenomen (voor de plaat 'Gotta Serve Somebody: The Gospel Songs Of Bob Dylan', red.). Hij kwam de studio ingewandeld en begon meteen plaagstootjes te geven. Ik zei: 'Hey flirter'. En hij begon er zowaar van te blozen. Bob Dylan! Blozen! Staples: Dat zal ik nooit vergeten. Ik kan me de hele scène zo voor de geest halen. We waren in Nashville, Tennesee. We zouden er die avond optreden en maakten ons klaar in het Marine Motel. Een black motel was dat, want Dr. King heeft het zelf nooit mogen meemaken dat zwarten in andere motels werden binnengelaten. Plots kwam de uitbater onze kamer binnengerend en riep tegen Pops dat ze Dr. King hadden neergeschoten. We hebben ongelovig de tv aangezet en toen wisten we het wel zeker. We gingen totaal over de rooie. Pops kreeg ons maar niet getroost, terwijl hijzelf waarschijnlijk nog het meest afzag. Het was afschuwelijk. We hebben onze show uiteraard geannuleerd en zijn naar huis vertrokken. De hele weg naar huis hebben we gehuild. Ik weet trouwens ook nog goed waar ik het nieuws over de moord op Kennedy heb gehoord. We waren met de auto op weg naar Washington. We stopten aan een tankstation, de pompbediende begon de auto vol te gooien en mijn vader liep het winkeltje binnen. Daar hoorde hij het op de radio. Hij kwam buiten en vertelde ons dat Kennedy was neergeschoten. 'Goed zo!' riep de pompbediende. Je had de reactie van mijn vader moeten zien. Hij trok meteen de slang uit de handen van die pompbediende. Door zo'n schoft wilde hij niet bediend worden. Door Vincent Byloo