'Een afgesloten hoofdstuk', beweerde frontman Greg Dulli (48) ooit over zijn eerste belangrijke band. 'Een lijk kun je geen leven meer inblazen.' Dus verlegde hij zijn prioriteiten naar The Twilight Singers en The Gutter Twins, maar anderhalf decennium later fluit hij zijn oude makkers van Afghan Whigs toch weer bij elkaar. Met Do to the Beast levert hij zelfs een cd af die als vanouds in het teken staat van verschroeiende passie en intensiteit. Vond hij dat het verhaal van de groep nog niet helemaal was verteld? 'Ik had gewoon zin om nog eens iets moois te maken met een andere cast', vertelt de gum kauwende zanger tijdens een korte promostop in Brussel. 'Bovendien was het fijn bassist John Curley weer aan boord te hebben. We kennen elkaar al sinds onze tienerjaren. Toch hebben we vooraf bewust aan niemand verteld dat we de studio in gingen, want voor je het weet gaan de media er weer allerlei spectaculaire theorieën aan vastknopen. We wilden ons ook niet laten leiden door andermans idee-fixe van hoe de Whigs horen te klinken. We waren helemaal zen.'
...

'Een afgesloten hoofdstuk', beweerde frontman Greg Dulli (48) ooit over zijn eerste belangrijke band. 'Een lijk kun je geen leven meer inblazen.' Dus verlegde hij zijn prioriteiten naar The Twilight Singers en The Gutter Twins, maar anderhalf decennium later fluit hij zijn oude makkers van Afghan Whigs toch weer bij elkaar. Met Do to the Beast levert hij zelfs een cd af die als vanouds in het teken staat van verschroeiende passie en intensiteit. Vond hij dat het verhaal van de groep nog niet helemaal was verteld? 'Ik had gewoon zin om nog eens iets moois te maken met een andere cast', vertelt de gum kauwende zanger tijdens een korte promostop in Brussel. 'Bovendien was het fijn bassist John Curley weer aan boord te hebben. We kennen elkaar al sinds onze tienerjaren. Toch hebben we vooraf bewust aan niemand verteld dat we de studio in gingen, want voor je het weet gaan de media er weer allerlei spectaculaire theorieën aan vastknopen. We wilden ons ook niet laten leiden door andermans idee-fixe van hoe de Whigs horen te klinken. We waren helemaal zen.'GREG DULLI: Er is een periode geweest, zeker toen ik met The Twilight Singers Blackberry Belle opnam, dat ik bewust wegliep van mijn verleden. Ik wilde alle schepen achter mij verbranden en andere dingen gaan doen. Dingen waar ik vandaag trouwens nog altijd trots op ben. Maar tijdens die solotour diepte ik songs op, zoals Step into the Light en Summer's Kiss, die we destijds onder het tapijt hadden geveegd. Pas door ze van hun spinrag te ontdoen en ze in een akoestische context te plaatsen, ging ik beseffen hoe goed ze wel waren. Zo begon ik mij geleidelijk met mijn oude muzikale identiteit te verzoenen. Toen John in de VS onaangekondigd enkele shows mee kwam spelen, waren de reacties van het publiek overweldigend emotioneel. En zelf genoot ik er ook van. Dat deed in mijn hoofd een lichtje aanfloepen. DULLI: O, dat ging vanzelf. Het enige obstakel was gitarist Rick McCollum. Sinds de nineties kampt hij met persoonlijke problemen, die hij blijkbaar niet opgelost krijgt. Alleen, toen ik in de gaten kreeg dat hij niet langer als muzikant kon functioneren, hadden we al veertig shows geboekt. Dus haalde ik er Dave Rosser bij, om hem in de rug te dekken. Enkele maanden geleden speelden we, zonder Rick, een concert met Usher, en dat liep zó gesmeerd dat ik besloot hem te laten gaan. Ik wens Rick het beste, hoor, maar heb niet meer het geduld om te wachten tot hij zijn zaakjes weer op orde heeft. Wat een verschil met John Curley. Nog vóór Afghan Whigs speelden we al samen, bij The Black Republicans. Jammer dat we ons daarna telkens weer hebben omringd met minkukels op wie we niet konden rekenen. Zelf was ik, ook in mijn meest zelfdestructieve periodes, altijd in staat een concert te dragen, en zo hoort het - daar word je tenslotte voor betaald. DULLI: Tijdens de opname van Matamoros voegde ik aan de track een beetje vocale percussie toe en mijn Italiaanse vriend Manuel Agnelli van Afterhours, die op bezoek was in de studio, had nog nooit eerder iemand zien beatboxen. 'Wow', zei hij. 'Zong je écht "Do to the beast what you do to the bush"?' Een misverstand, maar ik dacht meteen: 'Hé, daar heb je je titel.' Het klinkt een beetje provocatief en zo heb ik het graag. DULLI:...seks, obsessie, de duivel. Yep, het is rock-'n-roll, hé. Anderzijds wijken nummers als I Am Fire, Can Rova of Lost in the Woods af van alles wat ik ooit heb geschreven. DULLI: Dat is onvermijdelijk. Ik ben vandaag niet meer de boerenkinkel uit Ohio die ik was op mijn achttiende. Verwacht van mij geen valse bescheidenheid: ik ben goed in wat ik doe en blaak meer dan ooit van zelfvertrouwen. Love me or hate me, maar wat ik zeker weet, is dat ik gehoord zal worden. DULLI: Onze reünieshows steunden aanvankelijk vooral op oud materiaal. Die covers waren een simpele truc om de set op te frissen zonder prestatiedruk. We hebben ons altijd al graag andermans werk toegeëigend, van Barry White en Patti Smith tot Prince en TLC. Daarbij kies ik steevast voor songs die ik graag zelf had geschreven en vervolgens gedraag ik me dan alsof ik dat ook écht heb gedaan. It's great fun. Andermans werk vertolken is trouwens iets zeer creatiefs. Wacht maar tot je onze versie hoort van Every Little Thing She Does Is Magic van The Police. DULLI: Ik probeer altijd de best mogelijke plaat te maken die ik in mij heb, zonder me te laten inkapselen door de verwachtingspatronen van derden. Natuurlijk hebben niet alle nieuwe nummers Do to the Beast gehaald. Ik vergelijk mijn songs soms met auto's en drie of vier wrakken hebben we noodgewongen aan de kant van de weg gedumpt. Na vergeefse pogingen om ermee te rijden, zijn ze gewoon uitgebrand. Tja, mislukkingen maken deel uit van het creatieve proces. Anderzijds is het reuzeopwindend iets te maken dat wérkt. De tracks op de nieuwe cdzijn onderling zeer verschillend, maar ze zijn wel familie van elkaar: unieke karakters, verbonden door een gemeenschappelijk doel. Toch zou het me niet verbazen mocht de plaat ook toorn opwekken. Mensen raken wel eens gefrustreerd als ze niet krijgen waar ze op hadden gehoopt. Maar als artiest mag je niet bang zijn om links en rechts op tenen te trappen. It has to be a fearless journey. DULLI: Toen ik nog in Cincinnati woonde, schreef ik enkel over wat ik kende. Maar naarmate je wereld groter wordt, verandert ook je kijk op de dingen. Sinds ik in Europa, Latijns-Amerika, Azië en Afrika heb gereisd, liggen in mijn hoofd massa's impressies opgeslagen. Ik zoek vaak mijn toevlucht tot beelden en metaforen, omdat ik de songs wil zíén wanneer ik ze zing. Voor mij zijn het films, die stuk voor stuk gedraaid zijn op locatie. DULLI: Er zijn alleszins nummers die ik, om uiteenlopende redenen, vandaag niet meer kan of wil spelen: ik ben niet langer de man die ik was toen ik ze schreef. Gentlemen heb ik, na jaren, wél opnieuw opgepikt. Eerst aarzelend, want het zit boordevol venijn. Ik vertolk het nu zoals een echte acteur dat zou doen. Best opwindend, vind ik. DULLI: Mijn moeder was als een oudere zus voor mij. Ze was zeventien, zat dus nog op de middelbare school, toen ze me kreeg. Thuis draaide ze voortdurend Stax- en Motownsingles. Ik ben dus met die muziek opgegroeid. Voor mij was ze net zo vanzelfsprekend als boterhammen met pindakaas of de honkbalkaarten die ik als kind tussen de spaken van mijn fietswielen stak. Maar mam luisterde evenzeer naar Dionne Warwick, Burt Bacharach of Andy Williams. Toen Mark Lanegan en ik van elkaar ontdekten dat we een boon voor Andy Williams hadden, was dat een belangrijk moment in onze vriendschap. Nog altijd kunnen we uren discussiëren over waarom hij een van de beste zangers aller tijden is. Maar soul... Toen ik muziek begon te maken, sloop dat geluid er vanzelf in. Hits van The Supremes spelen voor een publiek van punkrockers, had iets pervers. De meisjes waren er echter dol op. Dus volhardde ik in de boosheid en dat doe ik nog steeds. See and Don't See uit 1970 of Lovecrimes uit 2011, het maakt geen verschil. Het zijn allebei coole songs. DULLI: De échte Afghan Whigs zijn geboren op Congregation. Met die cd werd ik de songschrijver die ik wilde zijn. De lui die ons altijd kwamen vertellen wat kon en niet kon, legden we toen finaal het zwijgen op. We lieten een wahwahgitaar, een piano en strijkers aanrukken, begonnen ballads te schrijven en deden zelfs iets uit Jesus Christ Superstar. De grungepolitie was er niet blij mee, maar wij dachten: fuck it man, let's get weird. DULLI: Je laat me je huis en je wagen binnen. Je vertelt me niet alleen wat er op je bord ligt, je maakt er godbetert zelfs een foto van. En via Facebook laat je me voortdurend weten waar je bent en met wie, wat je plannen zijn... I don't give a fuck. Niets tegen sociale netwerken, hoor, ze hebben de wereld kleiner gemaakt en bevorderen het contact tussen mensen die zich ver van elkaar bevinden. Maar wat je privé allemaal uitspookt, hoef je écht niet met mij te delen. DULLI: Pff, zoiets houdt me echt niet bezig. Maken we hierna nog een plaat? Hopelijk wel. Net zoals ik nog platen hoop te maken met The Gutter Twins en The Twilight Singers. Maar bij deze gooi ik al mijn pokerfiches open en bloot op tafel: de zomer en de herfst zijn gereserveerd voor Afghan Whigs. DO TO THE BEAST Verschijnt op 14/4 bij Sub Pop. Afghan Whigs spelen op 13/7 op het Cactusfestival in Brugge. Cactusfestival.be DOOR DIRK STEENHAUTGreg Dulli : 'IK BEN GOED IN WAT IK DOE EN BLAAK MEER DAN OOIT VAN ZELFVERTROUWEN. LOVE ME OR HATE ME, MAAR WAT IK ZEKER WEET, IS DAT IK GEHOORD ZAL WORDEN.'