'GANGS OF NEW YORK'avant-première in Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, zaterdag 4 januari 2003, om 20.00. Reservatie tel. 02-507 82 00, www.ticketclic.be
...

'GANGS OF NEW YORK'avant-première in Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, zaterdag 4 januari 2003, om 20.00. Reservatie tel. 02-507 82 00, www.ticketclic.be 'AMERICAN JOURNEY'de keuze van Martin Scorsese, de hele maand januari in het Filmmuseum in Brussel. In de eerste beelden van Gangs of New York, waarvan het Koninklijk Belgisch Filmarchief dit weekend in het Paleis voor Schone Kunsten een avant-première organiseert die door de regisseur zelf zal worden bijgewoond, snijdt een man (Liam Neeson) zich tijdens het scheren moedwillig in de kaak - iets wat kennelijk bij de rituele voorbereiding hoort van het nakend gevecht - en instrueert hij zijn zoontje: 'blood stays on the blade'.Toeval of niet: vijfendertig jaar geleden kreeg Martin Scorsese de allereerste prijs uit zijn carrière voor zijn derde kortfilm The Big Shave (1967) waarin op de sound van Bunny Berigans I Can't Get Started een jonge kerel van zijn scheerbeurt een waar bloedbadje maakt. De prijs werd hem overhandigd door Jacques Ledoux op het festival van de experimentele film in Knokke, georganiseerd door hetzelfde Belgische Filmarchief. Inmiddels werd 'America's greatest living director' bedolven onder de eerbetuigingen - behalve de oscar weliswaar. Bovendien is Scorsese meer dan ooit een fervente advocaat van filmarchieven overal ter wereld, en vooral van het restauratie- en bewaringswerk waar curatoren mee bezig zijn. Al van in de jaren tachtig voert hij een campagne die de filmindustrie moet sensibiliseren voor het probleem van de wegstervende kleurenfilm (onder zijn impuls ging Eastman Color uiteindelijk een minder vergankelijke pellicule ontwikkelen). Hij trok ook van leer tegen de 'colorisation'-politiek op televisie (het kunstmatig inkleuren van oude zwartwitfilms), stopte eigen geld in het restaureren van klassiekers als El Cid en verleende zijn medewerking aan laser disc-edities van het werk van zijn grote idolen (onder wie Michael Powell). Toen vorig jaar het voorbestaan van het Belgisch Filmarchief in gevaar kwam, was Scorsese een van de eerste filmmakers om zijn steun te betuigen. Tien jaar geleden peilde het Engelse maandblad Sight & Sound naar zijn toptien aller tijden en antwoordde Scorsese dat hij helaas niet verder kwam dan een lijstje van vijf, want eentje meer zou de sluizen openen naar ontelbare andere films. ' These are five moviesthat I continue to live by,'excuseerde hij zich. ' Otto e mezzo, Citizen Kane, Il Gattopardo, The Red Shoes, The Searchers'. Is er trouwens één film die de inmiddels zestigjarige Scorsese niet heeft gezien? Toen het Amerikaanse tijdschrift Film Comment hem eind jaren zeventig om zijn lijstje + commentaar vroeg van ' Guilty Pleasures'(iets waar de tussen kerk en bioscoop zwalpende Scorsese kan van meepraten) vulde hij zijn kleine dertig uitverkorenen nog eens aan met honderd 'random pleasures'! Op het jongste festival van Cannes kondigde Scorsese een van zijn nieuwe projecten aan, een epos over Alexander de Grote met Leonardo DiCaprio in de titelrol (het project is intussen met ster en al verhuisd naar Baz Luhrman). Toen ik hem op de perslunch vroeg wat hij vond van een vorige en nu compleet vergeten film over de Macedonische veldheer, Alexander the Great (1956) van Robert Rossen, was Scorsese niet meer te houden (tot grote irritatie van sommige buitenlandse collega's die kennelijk alleen geïnteresseerd waren in de misdragingen van Leonardo op de Romeinse set van Gangs of New York). Er volgde een litanie over de mooie 35mm-print uit zijn privé-collectie, over de narratieve problemen waar de film toch mee worstelt, over de indrukwekkende uitbeelding van de Perzen, over de vertolking van Richard Burton als Alexander, Harry Andrews als Darius, Claire Bloom als de moeder en Fredric March als Philippus van Macedonië, maar vooral over de kracht waarmee deze film de Oudheid in beeld zet. Volgens Scorsese was er maar een film die hem nog intenser naar een lang vervlogen tijd katapulteerde: Medea van Pasolini. Zijn ontzaglijke kennis van de twee 'cinematografieën' waar hij mee opgroeide, etaleerde de Italo-Amerikaan Scorsese intussen in twee even epische als persoonlijke documentaires, al is de term liefdesverklaring hier beter op zijn plaats. In Il mio viaggio in Italia (waar hij nog een vervolg aan breit) voert hij ons mee naar de Ita- liaanse klassiekers uit zijn jeugd, naar de films van De Sica, Visconti en Rossellini die hij elke vrijdagavond zag op de kleine zwartwittelevisie, thuis in Little Italy, omringd door ouders en Siciliaanse verwanten. Uit het enkele jaren eerder gemaakte A Personal Journey with Martin Scorsese through American Movies selecteerde het Brussels Filmmuseum een twintigtal titels die over de hele maand januari worden vertoond, van Sunrise van Murnau tot Barry Lyndon van Stanley Kubrick. Stuk voor stuk films die Scorsese niet alleen mooi vindt maar die ook zijn leven hebben beïnvloed en - wellicht - draaglijker hebben gemaakt. Voor Gangs of New York bouwde Martin Scorsese een heuse stad op de back lot van Cinecittà, het uitgestrekte studiocomplex aan de rand van Rome. Op het eerste gezicht lijken de indrukwekkende decorontwerpen van de Italiaanse productiedesigner Dante Ferretti te zijn weggelopen uit een spaghettiwestern, tot achter de houten gevels een onmetelijke waterbassin opduikt waarin twee slagschepen voor een gigantische blue screen ronddobberen. Het is de haven van New York, anderhalve eeuw geleden. De omliggende straten zijn een nauwgezette kopie van de Five Points, de armenwijk in Lower Manhattan waar Yankees en inwijkelingen slaags geraakten. De immense constructie zou de grootste zijn sinds Joseph L. Mankiewicz in Rome neerstreek om Cleopatra in te blikken, ruim veertig jaar geleden. Het enorme budget, de lange draaiperiode, het grote aantal figuranten, er zijn nog wel meer zaken die het grijze studiopersoneel herinneren aan de monumentale klassieker met Elizabeth Taylor in de hoofdrol. De productieploeg van Gangs of New York was daar zelf echter niet over te spreken. Cleopatra, een van de grootste flops uit de filmgeschiedenis, bracht 20th Century Fox immers bijna op de rand van het faillissement. Er waren weliswaar verzachtende omstandigheden voor het buitensporige budget van Cleopatra. Aanvankelijk had regisseur Rouben Mamoulian de sets immers opgetrokken in Londen, maar na zijn ontslag verhuisde Mankiewicz de productie naar Rome en moesten de decorbouwers opnieuw beginnen. Cinecittà is ontstaan uit de as van het minstens even legendarische Cines dat begin jaren dertig in vlammen opging. De brand was een flinke streep door de rekening van Mussolini, die in de cinema een uitgelezen propagandamiddel zag voor zijn fascistische ideologie. Onmiddellijk na het oprichten van zijn Direzione Generale per la Cinematografia zette Mussolini daarom het licht op groen voor de bouw van een nieuw, destijds megalomaan studiocomplex, 'zodat het fascistische Italië het licht van de Romeinse beschaving over heel de wereld zou kunnen verspreiden.' Zo liet hij althans optekenen in de oprichtingsakte van de studio. Ironisch genoeg was Scipione l'africano, de enige film over het Romeinse rijk die er voor de oorlog werd opgenomen, een gigantische flop. De productie bezorgde Cinecittà wel een stevige reputatie op vlak van decorbouw en kostumering, een traditie die het meer dan zestig jaar later nog altijd in stand houdt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het terrein herschapen in een vluchtelingenkamp. Vier jaar na het einde van de oorlog mocht Cinecittà de deuren opnieuw openen, maar het liep niet meteen storm. De Italiaanse cineasten hadden intussen het neorealisme ontdekt en wandelden met hun camera's vrolijk rond op straat in plaats van de soundstages van de studio te bezetten. Gelukkig kwam er al vlug grote belangstelling uit het buitenland. De Amerikaanse major MGM nam het voortouw en trok de grote plas over om er Quo Vadis? in te blikken. Onmiddellijk daarna vonden ook de productieploegen van Ben-Hur, Barabbas, Roman Holiday en Cleopatra onderdak in Rome en werd Cinecittà gemeenzaam omschreven als Hollywood sul Tevere ofwel Hollywood aan de Tiber. De stad werd onder de voet gelopen door wereldsterren als Elizabeth Taylor, Richard Burton en Charlton Heston en de tabloids schoten als paddestoelen uit de grond. Nóg belangrijker was echter het kapitaal dat de Amerikanen in de studiofaciliteiten pompten. De Europese cinema profiteerde uiteraard mee van de investeringen van de Amerikaanse majors. Franse filmmakers als Jean-Luc Godard, René Claire en Jean Renoir gingen in Rome aan de slag en Federico Fellini maakte van Cinecittà zijn thuishaven. De grootmeester was zo ver-knocht aan de studio dat hij er zelfs een kopie van de Trevifontein liet neerplanten om de roemruchte badscène van Anita Ekberg uit La Dolce Vita te draaien. Het origineel lag op nauwelijks een kwartier rijden. In Intervista bracht Fellini op latere leeftijd overigens nog hommage aan de studio. Onder Fellini en het succes van Cinecittà floreerde de Italiaanse cinema als nooit tevoren en bracht ze wereldsterren voort als Sophia Loren, Gina Lollobrigida, Marcello Mastroianni en Claudia Cardinale. In de loop van de jaren zestig nam de publieke belangstelling voor klassieke spektakelfilms en grootse kostuumdrama's, twee handelskenmerken van de Romeinse studio, echter spectaculair af. De Amerikaanse filmmaatschappijen trokken zich terug uit Europa en namen hun centen mee. Een nieuwe generatie Italiaanse filmmakers nam intrek in de studio om er horrorfilms (Dario Argento) en spaghettiwesterns (Sergio Leone) in te blikken, maar kon niet verhinderen dat Cinecittà in verval raakte. De gloriedagen van de studio zaten erop, de Italiaanse cinema ging geleidelijk mee ten onder. Cinecittà kon lange tijd enkel overleven bij de gratie van de Italiaanse overheid, die geregeld geld in de studio pompte. Eind jaren tachtig deden onder meer Terry Gilliam ( The Adventures of Baron Munchausen), Jean-Jacques Annaud ( The Name of the Rose) en Francis Ford Coppola ( The Godfather: Part III) nog eens een beroep op de designers van de studio om hun grandioze sets in te kleden, maar dat kon niet baten. De glans was er intussen af, en ondanks nieuwe bezigheden - om te overleven begon Cinecittà voor verschillende televisiezenders spelprogramma's en soaps te produceren - bleven de inkomsten dalen. Vier jaar geleden stapte de Italiaanse regering finaal uit het avontuur en werd de studio voor dood achtergelaten. Vreemd genoeg beleeft Cinecittà's sindsdien een tweede jeugd. Een groep privé-financiers droeg ruim twintig miljoen dollar vers kapitaal aan om de bestaande faciliteiten te vernieuwen en een digitale poot uit de grond te stampen. Ze verbonden zich er eveneens toe een deel van de kosten van nieuwe sets voor hun rekening te nemen, als de studio er in de toekomst zelf nog een beroep op kan doen. De duikboot uit Jonathan Mostows oorlogsfilm U-571, volledig gedraaid in Rome, is daarvan een eerste voorbeeld. Het gevaarte werd intussen al voor twee andere onderzeeërfilms gebruikt. De voorbije jaren sloegen onder meer Anthony Minghella ( The Talented Mr. Ripley), Julie Taymor ( Titus) en Martin Scorsese ( Gangs of New York) hun tenten op in Rome. Ridley Scott kwam Gladiator en Black Hawk Down afwerken in de digitale studio's. Cinecittà zit duidelijk opnieuw in de lift, want ook de komende maanden is alles er al volgeboekt. De thriller The Sin Eater van Brian Helgeland heeft intussen plaats moeten ruimen voor The Passion van Mel Gibson over de laatste twaalf uren in het leven van Christus en binnenkort komen Paul Schrader, Barry Levinson en Anthony Minghella langs om respectievelijk een remake van The Exorcist, de misdaadkomedie Envy en het oorlogsdrama Cold Mountain in te blikken. Cinecitta voert tegelijk ook zijn televisieactiviteiten verder op en biedt op dit moment onder meer onderdak aan de tien kandidaten van Grande Fratello, de Italiaanse versie van Big Brother. En als alles meezit, gaat er eind volgend jaar ook een themapark open waar het publiek zich tussen de verschillende legendarische decors zal kan begeven, alvorens een kaartje voor de Ben-Hur Rollercoaster te kopen. (P.D.)