Bernard Herrmann nam het woord deadline erg letterlijk. Zijn soundtrack voor Scorsese's Taxi Driver móést af tegen Kerstmis. Op 23 december 1975 voelde de Amerikaans-Joodse componist zich niet zo lekker. Toch blikte hij de opnames helemaal in. De volgende dag keek hij nog naar de ruwe montage van God Told Me To van Larry Cohen, zijn nieuwste compositieopdracht. Moe maar voldaan - de jazzy soundtrack voor Taxi Driver was zijn experimenteelste ooit - viel hij in slaap op zijn hotelkamer in Hollywood. Diezelfde nacht stierf hij aan een hartaanval.
...

Bernard Herrmann nam het woord deadline erg letterlijk. Zijn soundtrack voor Scorsese's Taxi Driver móést af tegen Kerstmis. Op 23 december 1975 voelde de Amerikaans-Joodse componist zich niet zo lekker. Toch blikte hij de opnames helemaal in. De volgende dag keek hij nog naar de ruwe montage van God Told Me To van Larry Cohen, zijn nieuwste compositieopdracht. Moe maar voldaan - de jazzy soundtrack voor Taxi Driver was zijn experimenteelste ooit - viel hij in slaap op zijn hotelkamer in Hollywood. Diezelfde nacht stierf hij aan een hartaanval. Bernard Herrmanns soundtracks begeleidden de invloedrijkste klassiekers van de 20e eeuw. Denk aan Citizen Kane van Orson Welles, Vertigo van Alfred Hitchcock, Fahrenheit 451 van François Truffaut en Obsession van Brian De Palma. Om met zulke ego's te kunnen samenwerken, moet Herrmann wel een minzaam karakter gehad hebben, zegt u? Toch niet. ' I have the final say, or I don't do the music', was zijn standaardantwoord, als een cineast hem wilde boeken. Hij nam zijn werk ernstig, en wie het aandurfde om met zijn muziek te sollen, kreeg daar ferm spijt van. Ooit zette een bioscoopuitbater het geluid bij Five Fingers zo zacht, dat in de zaal haast niets te horen was. Herrmann werd woest en eiste luidere muziek. Gevolg: iedereen bedekte zijn oren, verliet de zaal en vroeg zijn geld terug. Ook in het gezin kwam het vaak tot ruzie als papa Bernard op familiefeesten weer maar eens passages begon te zingen uit zijn langdradige opera Wuthering Heights, volgens hem zijn meesterwerk. Klein probleem: Herrmann kon totaal niet zingen, maar wie daar enig commentaar op durfde te geven, kreeg de volle laag. En met Orson Welles had hij dan weer woorden, omdat zijn soundtrack bij The Magnificent Ambersons helemaal verknipt werd. De grootste egoclash uit zijn leven was ongetwijfeld die met Alfred Hitchcock. De ellende begon al bij Psycho (1960). Herrmann vond dat maar een goedkope exploitationfilm, waarvoor hij nota bene onderbetaald werd. Hitchcock had enkel budget voor een strijkensemble, een orkest was niet haalbaar. De legendarische vioolpartijen tijdens de douchescène waren niet alleen armoe troef, ze waren ook niet eens de bedoeling: Hitchcock wilde liever geen muziek bij de moordscène. Toen de regisseur na de teleurstellende opnames met vakantie ging, vroeg Herrmann echter carte blanche 'om de film toch met de soundtrack nog enigszins te redden'. Toen hij hem een paar weken later zijn partituur liet horen, inclusief horrorstrijkers, was hij bang voor Hitchcocks reactie. In plaats van Herrmann de bons te geven, was hij flink onder de indruk van de score. In latere interviews zou de regisseur het succes van Psycho zelfs voor 33,3 procent aan de soundtrack toeschrijven. Nadien ging het echter minder goed tussen Herrmann en Hitchcock: hun vriendschap raakte totaal verziekt. Na zijn Hitchcockperiode raakte Herrmann in een dip. Hij kreeg minder opdrachten, bevond zich in een vechtscheiding en raakte wat op het achterplan. Pijnlijk bewijs: toen de jonge Brian De Palma een filmcomponist zocht voor zijn thriller Sisters (1973), was hij aangenaam verrast dat Herrmann nog leefde. De samenwerking viel mee, want diezelfde De Palma raadde Scorsese aan om Herrmann voor Taxi Driver te boeken. Goed nieuws voor de fans: Momenteel zouden Lars Von Trier, Robert De Niro en Martin Scorsese samen aan een remake van Taxi Driver werken. Wie daarvoor de soundtrack zal maken, is onduidelijk. Misschien de 82-jarige Ennio Morricone vragen? THIJS DEMEULEMEESTER