Eerste zinnen Hoe te beginnen? Met de dood van mijn hond, misschien.
...

Eerste zinnen Hoe te beginnen? Met de dood van mijn hond, misschien. Met skateboarden los je niet alles op, besefte Henk van Straten na tien jaar huwelijk en het op de wereld zetten van twee jongens. Uit jaloezie op zijn oudste, die zo graag wilde skateboarden, had hij zelf ook een plank gekocht. Met een rotvaart was hij de piste afgegaan, maar hij zag dat wat hij zocht verder lag, de vrijheid was. Dus toen Cuba stierf, de hond die op een uitgedrukte sigaar leek, liet hij een briefje achter op de keukentafel: dat hij weg was en niet meer zou terugkeren. Henk ging in een tussenhuisje wonen, in feite een half huis met op de begane grond enkel een trap en een wc. De vorige bewoner had het gas aangezet en een lucifer afgestreken. Henk dacht er ook soms aan: 'Het was geen voornemen en zelfs geen echte vrees, gewoon een scenario tussen vele andere.' In korte hoofdstukjes vertelt Henk van Straten op indringende, maar nimmer sentimentele wijze hoe hij zijn scheiding probeerde te verwerken. Met Duveltjes en handenvol Oxazepam en Fenazepam, 'de pammetjes', zoals hij het zegt, en vooral met heel veel verdovende seks. Toen hij nog maar een paar dagen in het tussenhuisje woonde, maakte hij een Tinder-account aan en begon hij te swipen. 'Het voelde soms als werken', schrijft hij. Na een tijd neukte hij ook tegen zijn zin, alsof hij zo die onpeilbare leegte diep in zichzelf zou kunnen bevatten. Van Straten toont heel scherp hoe een drama de geest afsluit en alleen nog een opening laat voor wat je persoonlijk aanbelangt. Op boeken kon Van Straten zich niet meer concentreren, behalve op die zeldzame romans waarin hij zichzelf herkende. Zo genas Max Porters Verdriet is het ding met veren hem van de psycholoog. Want daar had zijn vrijheidsdrang hem uiteindelijk gebracht, op de rand van de labiliteit. En misschien komen we zo wel het echte onderwerp van Van Stratens autobiografische boek op het spoor, het inzicht dat er bij een scheiding geen winnaars of verliezers zijn. 'De wond was niet geheeld', schrijft hij over het moment waarop hij, na twee jaar, het tussenhuisje verliet, 'maar de draad hield de huid bij elkaar en had het bloeden gestopt'.