CESARE DEVE MORIRE

Een Gouden Palm en een Gouden Leeuw hadden Paolo en Vittorio Taviani al maar nu zijn de Italiaanse veteranen - samen 162 jaar jong - ook de trotse eigenaars van een Gouden Beer. Die onderscheiding kregen ze voor hun zwart-witte semidocumentaire waarin criminelen uit de befaamde Rebibbiagevangenis worden gevolgd bij een productie van William Shakespeares Julius Caesar, van de castingsessies over de repetities tot de opvoering. Daarbij zappen de broers Taviani voortdurend tussen de shakespeareaanse fictie - met maffiosi en drugsdealers als Julius Caesar, Brutus, Cassius en co - en hun documentaire blik achter de gevangenismuren, met als resultaat: een toneelfilm waar het temperament, de energie en de gravitas van afspatten.
...

Een Gouden Palm en een Gouden Leeuw hadden Paolo en Vittorio Taviani al maar nu zijn de Italiaanse veteranen - samen 162 jaar jong - ook de trotse eigenaars van een Gouden Beer. Die onderscheiding kregen ze voor hun zwart-witte semidocumentaire waarin criminelen uit de befaamde Rebibbiagevangenis worden gevolgd bij een productie van William Shakespeares Julius Caesar, van de castingsessies over de repetities tot de opvoering. Daarbij zappen de broers Taviani voortdurend tussen de shakespeareaanse fictie - met maffiosi en drugsdealers als Julius Caesar, Brutus, Cassius en co - en hun documentaire blik achter de gevangenismuren, met als resultaat: een toneelfilm waar het temperament, de energie en de gravitas van afspatten. Een jonge IRA-terroriste wordt bij een mislukte aanslag in Londen op heterdaad betrapt en vervolgens door de Britse geheime dienst gedwongen om haar bloedeigen familie in Belfast in de gaten te houden. Het klinkt als de elfendertigste thriller over de Noord-Ierse Troubles, maar dat is buiten de Engelse rasfilmer James Marsh gerekend. In zijn meest toegankelijke film tot nu toe weet de maker van The King en Man on Wire dit stijlvolle suspensedrama te verheffen tot een doorleefde noodlotstragedie over familie, wraak en verraad. Knappe vertolkingen zijn er van Clive Owen als de gewetensvolle MI5-agent en Andrea Riseborough als de jonge moeder die gekneld zit tussen hond en wolf, Ieren en Engelsen, barsten en buigen. Toen Kevin MacDonald in 2005 in Oeganda zijn Idi Aminbiopic The Last King of Scotland draaide, viel hem op dat de muziek en de boodschap van reggaelegende Bob Marley nog steeds springlevend zijn in Afrika, en op de andere continenten natuurlijk. 'Ideaal voor een documentaire', dacht MacDonald, en hij dook dus de archieven in en ging praten met zowat iedereen die ooit iets in het turbulente leven van de reggaekoning heeft betekend. Het resultaat is een kleurrijke, goed gestoffeerde documentaire waarin het levensverhaal van Marley de 150 minuten durende reggaerevue passeert: van zijn begin-dagen in Jamaica over zijn triomftochten met The Wailers tot aan zijn dood in 1981 aan kanker. Jah man!Steven Soderbergh mag vorig jaar dan al zijn afscheid hebben aangekondigd, zolang hij kwieke popcornfun als Haywire maakt, mag hij vlijtig verder filmen. Wraakgodin van dienst is Mallory, een geheim agente die tijdens een klus wordt verraden door haar opdrachtgevers en vervolgens aan een éénmans-, of beter: éénvrouwsmissie begint. Veel heeft het van Point Blank of zijn eigen The Limey geleende verhaaltje niet om het lijf, maar daar is het Soderbergh ook niet om te doen. Wat telt in deze B-thriller in Bournestijl, zijn de exotische locaties, geestige passages van Ewan McGregor, Michael Fassbender, Michael Douglas en Antonio Banderas én de pittige knokpartijen met Gina Carano, de martialartskampioene die haar filmdebuut maakt. 'Vergelijk me niet te veel met Dardennes', smeekte Ursula Meier na de première van haar tweede langspeler, al zijn er uiteraard kwalijker referenties denk- baar. Alles draait om de twaalfjarige Simon, een knul die samenhokt met zijn oudere white trash-zusje en om te overleven spullen van toeristen steelt in een skistation. Niet alleen thematisch doet de film aan de Dardennes denken, met zijn uiteengevallen familie en sociaalkritische teneur. Ook door het losse en realistische camerawerk had deze film evengoed Le Gamin aux Skis kunnen heten, al weet Meier - een Zwitserse die al jaren in Brussel woont - wel degelijk haar eigen accenten te plaatsen. Dat laatste vond ook Mike Leigh, die haar mooie sociale fabel een speciale vermelding gaf. In 2006 won Quan'an Wang nog de Gouden Beer voor zijn Mongoolse melodrama Tuya's Marriage, maar dat kunststukje kon de Chinese regisseur niet overdoen. Nochtans valt er weinig af te dingen op dit drie uur durende heimatepos, een somptueus gefilmde kroniek over een vlassersdorp dat in de jaren twintig van de vorige eeuw het toneel wordt van de Chinese burgeroorlog. Een symfonie van wiegende vlasvelden, revolutionair geweld en boerenromantiek, fraai in beeld gezet door Lutz Reitemeier, die voor zijn camerawerk wel in de prijzen viel. Films over de Franse Revolutie en Marie-Antoinette zijn er in overvloed, maar weinigen daarvan hebben een historische figurant als protagonist. Veteraan Benoit Jacquot volgt de val van de Franse aristocratie door de ogen van Sidonie (Léa Seydoux), een vertrouwelinge van Marie-Antoinette (Diane Kruger) die zo loyaal is aan haar koningin dat ze de bestorming van de Bastille als een bagatel beschouwt. De verblindende kracht van de macht en de (lesbische) liefde, met Versailles als decadent decor. De meest bizarre competitiefilm was deze Griekse parabel van - even concentreren - Spiros Stathoulopoulos. Die speelt zich af in en rond de kloosters van Metéora die tussen de twaalfde en de veertiende eeuw op steile rotswanden werden gebouwd. Wat begint als een vroom docudrama over de dagelijkse routines van de kloosterlingen ginds, muteert tot een hemelse romance wanneer een jonge non en een jonge monnik zich vergrijpen aan de vleselijke genoegens en bij uitbreiding ook aan elkaar. Relikitsch en picturale poëzie ineen, opgeleukt met geanimeerde iconen en orthodoxe gezangen.