Reeks negen van Belga Sport, en de eerste aflevering belooft een mix van sociaal-economische malaise en prachtige momenten van vergetelheid dankzij de sport. Eind jaren tachtig gaan de Limburgse steenkoolmijnen één voor één dicht. De nv Kempische Steenkoolmijn...

Reeks negen van Belga Sport, en de eerste aflevering belooft een mix van sociaal-economische malaise en prachtige momenten van vergetelheid dankzij de sport. Eind jaren tachtig gaan de Limburgse steenkoolmijnen één voor één dicht. De nv Kempische Steenkoolmijnen zet een reconversieplan op poten dat onder meer resulteert in de samensmelting van de twee Genkse voetbalclubs - Waterschei en Winterslag - tot KRC Genk. Het wordt niet meteen een gelukkig huwelijk. Supporters tellen voor elke match na hoeveel er 'van Waterschei' en hoeveel er 'van Winterslag' op het scheidsrechtersblad staan. Ook de nieuwe naam van het stadion van Waterschei waar Genk de eerste jaren moet spelen is de fans een doorn in het oog: het Thyl Gheyselinckstadion is genoemd naar de man die verantwoordelijk wordt geacht voor het feit dat velen onder hen nu werkloos zijn. Maar dan voltrekt zich het wonder van de sport: na één jaar in tweede klasse en een comeback met vallen en opstaan wordt KRC Genk tien jaar later een topclub, met bekerwinst in 1998 en een eerste landstitel in 1999. Daar stopt het verhaal van deze Belga Sport (we sluiten dus allicht af met beelden van de moorddadige spitsentandem Strupar-Oulare), maar Genk werd vorig seizoen voor de derde keer in zijn bestaan kampioen.