Van zijn voornaam tot zijn voorliefde voor vergeelde prentkaarten, van het processie-achtige koperwerk tot het kaduke Farfisa-orgel dat veel van zijn songs heeft gebaard: ...

Van zijn voornaam tot zijn voorliefde voor vergeelde prentkaarten, van het processie-achtige koperwerk tot het kaduke Farfisa-orgel dat veel van zijn songs heeft gebaard: de muziek die Zachary Condon met Beirut vervaardigt, vertoont nog altijd een oudwereldlijke dimensie. Op zijn vijfde plaat gooit hij eens temeer, als een nog piepjonge David Attenborough, de trossen los voor ontdekkingen in het uitheemse: Corfu, Mainau, Gallipoli. Pal op de boeg gaat hij vervolgens staan turen, vanzelf in zijn typerende, melancholische misthoorn van een croon verzeilend. U begrijpt: Gallipoli klinkt vertrouwd. Maar daarom niet antiek. Zacht glinsterende synths, een toverachtige Pet Sounds-sfeer, een elektronisch ritmepatroon: het is met subtiel vingerwerk dat Condon toch weer een mooie plaat heeft geboetseerd.