The Flying Club Cup
...

The Flying Club Cup 4AD balkanfolk In concert: 14/11 Botanique, Brussel Een negentiende-eeuws dorpsplein in een zuidoostelijke staat van het oude continent. Op de ene straathoek worstelt een zigeunerorkest zich met moeite door een mineurversie van In A Persian Market, op de andere sloft een lijkstoet achter een fanfare aan die net een macabere dodenmars heeft ingezet. Centraal op dat plein probeert een jonge straatzanger maat te houden met de hem toewaaiende kakofonie in een verdienstelijke poging om alsnog een welluidend belcanto voort te brengen. Dat is het beeld dat de muziek van Zach Condon oproept. Onder het pseudoniem Beirut maakte de 21-jarige American in Paris vorig jaar zijn joyeuse entrée met de verpletterend mooie debuutplaat Gulag Orkestar. Daarop figureerden weemoedige Balkanmuziek en andere folkloristische deuntjes in de Oost-Europese sfeer, steevast getoonzet op minzaam ruisende klarinetten, meanderende mandolines en ukeleles, triomfantelijk schallende mariachitrompetten en zo nu en dan een glockenspiel. Voor opvolger The Flying Club Cup liet Zach Condon zich naar eigen zeggen inspireren door een Parijse ansichtkaart uit 1910 en zoekt hij aansluiting bij enkele chansonniers die hij het afgelopen jaar ontdekte in het land van onze looketende zuiderburen. Maar behalve de vele trekzakdeuntjes waarmee zijn nieuwe songs gelardeerd zijn, valt van de invloed van Charles Aznavour, Françoise Hardy en Jacques Brel - die hij in de Engelstalige pers verkeerdelijk roemt als 'een geweldige Franse zanger' - niet veel te merken op The Flying Club Cup. Doch niet getreurd: ook 's mans tweede plaat is een sentimental journey door het versleten continent in dertien meeslepende hoofdstukken: van weemoedige Oostblokmuziek over hupse polka's tot mediterrane lamento's. Samen vormen ze een nostalgische soundtrack die het midden houdt tussen die van Amélie Poulain, Nino Rota's The Godfather en Ennio Morricone's A Fistful of Dollars, maar dan met een ferme scheut zigeunerfolk. Vocaal leunt Condon opvallend dicht aan bij de soepele tenor van Ron Sexsmith, al klinkt in zijn tremolo ook de dramatische snik van Rufus Wainwright door. In de dronkemanswals Un Dernier Verre (Pour La Route), die halverwege op caleidoscopische wijze openbloeit in een barok samenspel van hoorns en klavecimbels, is zelfs wat van de wagneriaanse pathetiek van Antony Hegarty binnengeslopen. Nog orgelpunten? Neem dan 'Forks And Knives (La Fête)', dat fluks van wal steekt als een bucolisch concerto, maar gaandeweg vervelt in een volkshymne with a gipsy touch. Of het schier symfonische titelnummer, waarin Tsjaikovsky en Kurt Weill elkaar onder goedkeurend geknik van Tom Waits de hand reiken. Of In The Mausoleum, dat met zijn kringelende violen zelfs een tikje Arabisch aandoet. Afijn, downloadtips bij de vleet. Als er al iets op The Flying Club Cup valt aan te merken, dan misschien dat er ondanks de bouillabaisse van stijlen betrekkelijk weinig variatie in de composities zit. Haast dertien nummers lang is het driekwartsmaat troef. Maar laat Zach Condon nog even rijpen en hij kan dra het door Conor 'Bright Eyes' Oberst en Sufjan Stevens aangevoerde lijstje van Beloftevolle Jonge Helden vervoegen. Download nu * La Banlieue * Un Dernier Verre (Pour La Route) * The Flying Club CupVincent Byloo