'Met liefde kom je de winter niet door', houdt de oude boer Jens zijn dochter Signe voor, wanneer hij na een mislukte oogst voor de keuze komt te staan om ofwel zijn erf, ofwel Signe aan een rijke herenboer te verkopen. Dat het ...

'Met liefde kom je de winter niet door', houdt de oude boer Jens zijn dochter Signe voor, wanneer hij na een mislukte oogst voor de keuze komt te staan om ofwel zijn erf, ofwel Signe aan een rijke herenboer te verkopen. Dat het Deense plattelandsleven anno 1850 bepaald geen kermis was, blijkt al meteen uit de titelsequentie, waarin de camera inzoomt op een bevroren hand onder een dik pak ijs. Van wie die is, kom je pas anderhalf uur later te weten, wat van dit breed over het canvas geschilderde boerendrama in vale tinten meteen ook een soort rurale gothic thriller maakt. Geen genrecliché ontbreekt - blonde boerendochter, brandende hoeve, zwierende rieken, bitse burenruzies en koeienbevallingen incluis. Maar regisseur Michael Noer (die vorig jaar in Hollywood nog de overbodige Papillon-remake draaide) houdt de spanningsboog strak en de sfeer fatalistisch, met fraai, in modder gedopt camerawerk en een gedreven Jesper Christensen als de taaie, trotse patriarch in wiens gegroefde gezicht de pijn van het boer zijn te lezen valt.