John 'Drumbo' French, Proper, 864 blz., euro 23
...

John 'Drumbo' French, Proper, 864 blz., euro 23 Wie we daar nog 's hebben: Captain Beefheart! Was hij, wiens echte naam Don Van Vliet luidde, niet die fameuze verbasteraar van de blues? Die poète sauvage uit de Californische woestijn waaruit ook boezemvriend én aartsvijand Frank Zappa was voortgekomen? Die niet te beteugelen avant-gardist die op Trout Mask Replica (1969) en Lick My Decalls Off, Baby (1970) het onvoorstel-bare een klank had gegeven - een beetje zoals Dalí het had geschilderd? Sure 'nuff 'n yes he was. Wás, dus. Want hoewel Van Vliet nog steeds leeft, doet hij dat sinds 1982 niet langer van de muziek, maar - jawel - van de schilderkunst. Het was brugpensioen uit frustratie, want de man geloofde waarlijk tot in het diepst van zijn knoken dat hij met zijn hoogst curieuze melange van delta blues, free jazz, atonaliteit en surrealisme het hitsucces binnen handbereik had. Wat natuurlijk óók hoogst curieus is. De man die ons hier de wondere wereld van Van Vliet binnenleidt, is John 'Drumbo' French. Hij kwam in 1966 op negentienjarige leeftijd bij de Magic Band en is daarmee de muzikant die het het langst bij de sikkeneurige visionair heeft uitgehouden. Dat laatste is wel de correcte omschrijving. Wie zoals die arme Drumbo vernederingen, uitbuiting, indoctrinatie, uithongering en slavenarbeid heeft ondergaan, mag zeggen dat hij geleden heeft voor de kunst. Nochtans - en dit is toch wel hoogst curieus - fraseert French zijn vaak schrijnende avonturen met de Captain aldoor nuchter, rancuneloos, ja zelfs schertsend en bewonderend. Hij zoekt geen medelijden, enkel de waarheid, en laat daarmee je sympathie nooit los. Goed, je brein hangt gaandeweg nogal door onder de rotgedetailleerdheid van dit vuistdikke druksel. Maar wie er de aangewezen zee van tijd voor vindt - tip: probeer een bronchitis op te lopen net wanneer u voor twee weken op vakantie in Bretagne bent - krijgt behoorlijk wat extra's mee opgelepeld. Een beeld van de bubbelende garagerockscene in de jaren 60 in Lancaster, Californië bijvoorbeeld. En natuurlijk ook inzicht in de wringende verhouding tussen Donny en de enige man die hem zo noemen mocht: die andere freak Frank Zappa. En Drumbo? Die werd door Beefheart op een dag uit de Magic Band geknikkerd - létterlijk, en van een trap bovendien - maar keerde tot drie keer toe terug naar het kille nest. ' The desert made me do it', is slechts een van zijn pogingen tot verklaring. Het is curieus, maar we begrijpen hem. Nu u nog. KURT BLONDEEL