Films van The Beatles

Met de mockumentary A Hard Day's Night van Richard Lester bereikt de Beatlemania in 1964 de bioscoop. Een plot valt in de film niet te bespeuren; wel evergreens als She Loves You en Can't Buy me Love, naast surrealistische sketches die een dag uit het hectische leven van John, Paul, George en Ringo moeten verbeelden.
...

Met de mockumentary A Hard Day's Night van Richard Lester bereikt de Beatlemania in 1964 de bioscoop. Een plot valt in de film niet te bespeuren; wel evergreens als She Loves You en Can't Buy me Love, naast surrealistische sketches die een dag uit het hectische leven van John, Paul, George en Ringo moeten verbeelden. Een jaar later slaan The Beatles en Lester opnieuw de handen in elkaar voor een tweede komisch avontuur: Help!. Daarin krijg je dezelfde mix van absurde humor en dialogen, en nu dient een verhaaltje rond de jacht op oosterse sieraden als kapstok voor de muzikale intermezzi met Ticket to Ride en de titelsong als grootste hits. In 1967 produceren de Fab Four de 52-minuten durende tv-film Magical Mystery Tour, in een regie van Bernard Knowles met The Fool on the Hill en I am the Walrus als bekendste tracks. Het jaar daarop volgt de psychedelische animatiefilm Yellow Submarine van George Dunning, maar daarin laten ze het stemmenwerk aan acteurs over en duiken ze zelf enkel op in de slotscène. De vijfde en laatste officiële Beatlesfilm is de documentaire Let it Be uit 1970, die een Oscar krijgt voor de beste muziek. Om het moeizame opnameproces van hun laatste plaat te volgen klautert regisseur Michael Lindsay-Hogg onder meer op het dak van het Applehoofdkwartier, waar de vier hun legendarische laatste concert geven. Fictieve versies van John, Paul, George en Ringo duiken wel vaker in films op - denk aan Forrest Gump en I'm not There. Toch is het 60 minuten durende The Hours and Time (1991) wellicht de eerste fictiefilm over The Beatles. Christopher Munch toont wat er gebeurd zou kunnen zijn toen Lennon zich in 1963 vier dagen lang in Barcelona terugtrok met Brian Epstein, de homoseksuele manager van de Beatles. Hebben de twee toen de lakens gedeeld? En ligt Lennons afwijzing aan de basis van Epsteins vermeende zelfmoord vier jaar later? Munch giet de antwoorden in strakke zwart-witcomposities met Ian Hart als Lennon. De eerste bioscoopfilm over de Fab Four is de biopic Backbeat (1994) van Iain Softley, opnieuw met Hart als Lennon. Daarin wordt gefocust op hun Hamburgse beginperiode en vooral op de jong gestorven 'vijfde Beatle' Stuart Sutcliffe (zie ook pagina18). Dit najaar gaat er met Nowhere Boy van Sam Taylor Wood trouwens een nieuwe fictiefilm over The Beatles in première. Die gaat over de jeugd van Lennon in het Liverpool van de late fifties, wordt geproduceerd door de broertjes Weinstein en heeft naast Aaron Johnson als de jonge Lennon ook Kristin Scott Thomas en David Morrissey in de cast. De Belgische releasedatum is voorlopig onbekend. Ook buiten de werkuren konden de lads uit Liverpool geregeld in filmkringen worden gespot. Zo speelde Lennon in 1967 de hoofdrol in How I Won the War, een antioorlogsfilm van Beatlesbuddy Richard Lester. Verder was hij te zien in enkele experimentele kortfilms en documentaires (onder meer Honeymoon over hun Amsterdamse bed-in) die hij maakte met zijn eega Yoko Ono. Paul McCartney - of beter: Billy Shears - hield het bij het componeren van obscure soundtracks (van onder meer de korte animatiefilms van Geoff Dunbar) én bij het pennen van de themasong voor de Bondfilm Live and Let Die. George manifesteerde zich vooral als eigenaar van Handmade Films dat onder meer Monty Pythons Life of Brian, Time Bandits van Terry Gilliam en Mona Lisa van Neil Jordan produceerde. In die laatste film duikt Harrison ook heel even op als acteur, net als in The Rutles: All You Need Is Cash, een voor tv gemaakte Beatlessatire van enkele Pythonleden, plus wat lolbroeken van Saturday Night Live. Ringo Starr, ten slotte, liet zich vooral als acteur opmerken, waarbij de ene rol nog memorabeler is dan de andere, zij het niet noodzakelijk om de juiste redenen. Zo incarneerde hij Larry de dwerg in Frank Zappa's cultmusical 200 Motels, gunslinger Candy in de spaghettiwestern Blindman, Merlijn de tovenaar in de door hem geproduceerde horrormusical Son of Dracula, de paus godbetert in Ken Russells muziekorgie Lisztomania, de ex van Mae West in haar kitschkomedie Sextette én een holbewoner in de slapstickfarce Caveman. Goo goo ga joob nog aan toe! Door Dave Mestdach