'Ik schrijf de geschiedenis van gevoelens... Van de ziel... Niet van de oorlog of de staat. Geen heldenlevens, maar die van de kleine mens die vanuit het gewone leven in de epische diepte van een enorme gebeurtenis is geslingerd.' Dit fragment moet Kantemir Bal...

'Ik schrijf de geschiedenis van gevoelens... Van de ziel... Niet van de oorlog of de staat. Geen heldenlevens, maar die van de kleine mens die vanuit het gewone leven in de epische diepte van een enorme gebeurtenis is geslingerd.' Dit fragment moet Kantemir Balagov onderstreept hebben in zijn exemplaar van De oorlog heeft geen vrouwengezicht, het boek van Svetlana Aleksijevitsj waarop de achtentwintigjarige Rus dit benauwende oorlogsdrama baseerde. Net als zij maakt hij in zijn tweede film trauma's tastbaar door geduldig in te zoomen op de vrouwen die in WO II met het Rode Leger meevochten. In Beanpole zijn dat Ija en Masja, twee fysiek en mentaal verminkte soldates die na de oorlog in Leningrad aan de slag gaan als verpleegsters. Door zijn kleurloze portret te larderen met felle tinten rood en groen, de claustrofobische vertrekken te vullen met intieme waanzin en het vermoeiende gevecht tussen hoop en wanhoop in lange observerende shots te tonen, kijkt Balagov het verleden met een indringende blik in de holle ogen.