Mijn eerbetoon aan De Klare Lijn van Hergé en Vandersteen, de helden van mijn jeugd. Kuifje, Suske en Wiske, Robert en Bertrand, De Rode Ridder,Baard en Kale: als kind verslond ik alle strips die ik kon vinden. Eerste communie, Sinterklaas, verjaardagen of plechtige communie, mijn cadeaus stonden op voorhand al vast. In de kleuterklas za...

Mijn eerbetoon aan De Klare Lijn van Hergé en Vandersteen, de helden van mijn jeugd. Kuifje, Suske en Wiske, Robert en Bertrand, De Rode Ridder,Baard en Kale: als kind verslond ik alle strips die ik kon vinden. Eerste communie, Sinterklaas, verjaardagen of plechtige communie, mijn cadeaus stonden op voorhand al vast. In de kleuterklas zag je mij ook nooit in de kook- of speelhoek, de leeshoek was mijn terrein. Dat denken in beelden zit nog altijd in mij, denk ik. Ik schets heel veel als ik aan het werk ben. De begingeneriek van Schalkse Ruiters had ik bijvoorbeeld helemaal uitgetekend, als een storyboard van een film. En bij het scenario van Loft maakte ik voortdurend schetsen om de sfeer en bewegingen juist te krijgen. Ik houd wel van nostalgie, ja. Op zolder snuffelen en een oud dagboek tegenkomen van toen je vijftien of zestien was, geeft toch een heerlijk gevoel? Maar pas op: strips zijn voor mij meer dan nostalgie. In mijn stripkast is meer te vinden dan De Klare Lijn uit mijn jeugd. Ik ben bijvoorbeeld een grote fan van Boucq, de tekenaar van Bouncer - feeërieke, absurde strips, met een wonderlijke fantasie die ik zelf niet heb. Ik heb ook veel Thorgal gelezen, én XIII, Largo Winch en Jan Bosschaert. Maar de beste striptekenaar ever is Franquin, als je het mij vraagt. Wat die man op een kleine oppervlakte kan doen, grenst aan het buitengewone. Zijn Zwartkijken alleen al: fantastische zwarte humor waarmee ik dikwijls luidop moet lachen. Striptekenaar worden was mijn jeugddroom. Het doet me plezier dat ik na al die jaren eindelijk in Focus Knack gepubliceerd word. (Lacht) Rond mijn achtste ben ik aan mijn eigen stripreeks begonnen, zo'n vijftien albums rond een zekere Emmo, getekend in van die oude lijntjesschriften. Helaas zijn die strips niet verder verspreid dan onder mijn zussen. Ik had graag Sint-Lukas gevolgd om echt te tekenen, maar mijn moeder stond erop dat ik ernstige dingen ging doen. Nu, zoveel jaren later heb ik wel door dat me geen carrière als striptekenaar in het verschiet lag. Ik heb aanleg, maar ik ben geen groot talent. Een beetje als een zanger die het er niet onaardig afbrengt in de karaokebar, maar daarom niet meteen het podium van Werchter moet opkruipen. GEERT ZAGERS