Fanwedstrijden: je moet er voorzichtig mee zijn. Als ik samen met Sioen en zijn crew in de luchthaven van Zaventem voor een retourtje Zuid-Afrika incheck, duiken plots twee bejaarde dames voor mijn neus op. 'Ach! Dag Sioen', schettert de pittigste van de twee terwijl ze me parmantig de hand reikt. 'Ik ben Yvette, en dat is Annemie, en wij hebben de fanwedstrijd gewonnen!' Als ik hen op de pijnlijke persoonsverwarring wijs, richt het dametje zich ongegeneerd tot de zanger om zich met hetzelfde enthousiasme opnieuw voor te stellen. Sioen maakt er zich met een kwinkslag vanaf.
...

Fanwedstrijden: je moet er voorzichtig mee zijn. Als ik samen met Sioen en zijn crew in de luchthaven van Zaventem voor een retourtje Zuid-Afrika incheck, duiken plots twee bejaarde dames voor mijn neus op. 'Ach! Dag Sioen', schettert de pittigste van de twee terwijl ze me parmantig de hand reikt. 'Ik ben Yvette, en dat is Annemie, en wij hebben de fanwedstrijd gewonnen!' Als ik hen op de pijnlijke persoonsverwarring wijs, richt het dametje zich ongegeneerd tot de zanger om zich met hetzelfde enthousiasme opnieuw voor te stellen. Sioen maakt er zich met een kwinkslag vanaf. Het olijke duo, dat door de muzikanten met een knipoog naar Het Peulengaleis snel als Yvonne en Yvette omarmd wordt, heeft de tickets cadeau gekregen van een van hun zonen, een fervente deelnemer aan allerlei wedstrijden ('Zijn schoonste prijs tot nu toe is een grote auto, een echte hé!'). De lange reis en het korte verblijf deren hen niet, maar als ze uiteindelijk in het Ipelegeng Community Center in Soweto neerstrijken, moeten ze toch even slikken. Zeker als ze de kamers zien. Twee stapelbedden met doorgelegen matrassen in een krappe ruimte, meer is het niet. Ook niet voor Sioen en zijn crew. Douches en toiletten worden gedeeld. 'Je moet het een beetje als kamperen zien', sust Sioens gitarist Frederik Segers. 'Ik heb al betere campings gezien', antwoordt Yvette zuur. Het Ipelegeng Community Center is een van de vier Zuid-Afrikaanse gemeenschapscentra die door de Vlaamse overheid gesubsidieerd worden. Veel uitstraling heeft het gebouw niet, maar de impact op de lokale gemeenschap is groot: allerlei socio-culturele, politieke en religieuze organisaties maken van de schamele vertrekken gebruik voor uiteenlopende projecten. Het is de vaste uitvalsbasis van Sioen sinds hij anderhalf jaar geleden op uitnodiging van Oxfam, Les Ballets C de la B en Trefpunt vzw aan zijn Zuid-Afrikaanse avontuur begon. De bedoeling was om met enkele lokale muzikanten zijn bestaande repertoire voor een eenmalig optreden op de Gentse feesten te bewerken. Sioen deed meer dan dat: hij schreef nieuwe songs voor zijn gelegenheidsgroep. Omdat het optreden in Gent zoveel bijval oogstte, boekte hij achteraf een studio in Soweto om de muziek op cd te stansen - met eigen middelen. Calling Up Soweto werd in België goed onthaald. Een livepresentatie op het binnenplein van Ipelegeng moet de Zuid-Afrikaanse platenbonzen nu overtuigen om het album ook daar een release te gunnen. En de festivalorganisatoren om de groep voor optredens te boeken. 'Met namen als Pops Mohamed en Khaya Mahlangu op de albumhoes moet dat lukken', sterkt Sioen zichzelf als we 's avonds een fles wijn kraken. 'Dat zijn hier levende legendes. De backingvocalisten zijn nobele onbekenden. Ik heb ze via audities in de wijken van Soweto gerekruteerd. Daarvoor kon ik rekenen op de hulp van Stella Khumalo, nog zo'n Zuid-Afrikaanse grootheid. Zij maakte naam als zangeres bij Miriam Makeba.' Het was een bewuste keuze om fris talent te zoeken. 'We willen lokale jongeren een mogelijkheid geven om professionele ervaring op te doen. Het bulkt hier van het talent, maar het ontbreekt hen aan kansen. De twee kerels, Vus'i (31) en Vuyo (33), hebben een prima eigen band, Africapella. De twee meisjes, Dudu en Abu, hebben geen muzikale achtergrond. Dudu (24) heeft een theater-opleiding gevolgd en organiseert workshops voor kinderen. Abu (28) heeft wat werk als model. Maar hun ambitie ligt nu wel in de muziek.' Sioen geeft toe dat dit project ook voor hem op het juiste moment in zijn carrière komt. ' A Potion, mijn vorige album, heb ik vanuit een enorme geldingsdrang geschreven. Ik was onderweg, maar met die plaat ben ik ergens aangekomen. Sindsdien voel ik me pas écht muzikant.' De productie van Calling Up Soweto heeft dat nog versterkt. Niet omdat de plaat in dezelfde studio is opgenomen waar Paul Simon Graceland inblikte. 'Dat is toeval.' Wel omdat hij voor het eerst muziek voor zo'n grote bezetting componeerde. Het heeft hem met zijn beperkingen geconfronteerd. 'Ik krijg moeilijk verwoord wat ik precies wil. Als bandleider is dat een nadeel. Zeker hier. Zuid-Afrikanen discussiëren graag. Stellen veel vragen. Waarom gebruik je die structuur daar? Waarom die gitaar ginds? Pops en Khaya zijn geen beginnelingen. In hun ogen ben ik een broekventje, hé.' - ' Hey Pops, how are you doing!?' - ' Not now, man!' Sioen zit te lunchen in het Ipelegeng Community Center als Pops Mohamed de kantine binnenstormt. Hij is dik vier uur te laat voor de geplande repetitie: zijn taxi botste op een routinecontrole van de politie, de chauffeur bleek niet over een rijbewijs te beschikken en een nieuwe taxi was niet snel te vinden. Mohamed is ' pretty pissed off' omdat hij iedereen heeft laten wachten. Hij bedaart pas als hij hoort dat ook saxofonist Khaya Mahlangu en de vier backingvocalisten te laat waren. Sioen is het al gewoon. 'Mijn relativeringsvermogen is met dit project sterk gegroeid', lacht hij. ' Africans have been given time', grapt Khaya Mahlangu (55) bevestigend, ' Europeans have been given the watch.' Hij lijkt geboren met een smile op zijn gezicht, van oor tot oor. Al kan het ook aan de kwaliteit van de lokale wiet liggen. 'Mijn medicijn', gniffelt hij. Hij is geboren in Soweto, bij Ipelegeng om de hoek. Hij woont er nog altijd, ook al heeft hij ondertussen voldoende geld bijeengespeeld om veiligere oorden op te zoeken. 'Criminaliteit vind je overal, maar die mix van culturen die Soweto eigen maakt, is uniek.' Abdullah Ibrahim, Hugh Masekela, Busi Mhlongo,...: als ze een sax nodig hebben, bellen ze hem. Het exemplaar dat hij vandaag bovenhaalt, zit vol krassen. 'Mijn eerste eigen sax, gekregen van een oom van mij in 1976. Ik heb ondertussen een tweede. Een betere. But I'm in love with this one. Jonge muzikanten kijken soms raar op als ik er mee afkom. Dan zeg ik altijd hetzelfde: Miles Davis could play on any kind of instrument, and he always sounded like Miles Davis.' Een interview wimpelt hij af. 'Vraag het me morgen . ' Hij grijnst. De dagnadien, hetzelfde scenario. En bij het afscheid, op de dag van ons vertrek, de gespeelde verbazing. ' Damn, dat interview! Bel me morgen, ok!?' Pops Mohamed (60) is een stuk bedeesder dan Khaya. Norser ook, zo lijkt het. Tot je hem aan de praat krijgt. In tegenstelling tot Khaya heeft hij wel zin in een gesprek. Het regent, dondert en bliksemt toch, en hij kan niet weg: straks moet hij optreden. Mohamed bespeelt de meest uiteenlopende traditionele Afrikaanse muziekinstrumenten. Mbira, kalimba of kora: noem ze, en hij heeft ze. Zijn discografie telt elf soloalbums en een pak collaboraties. Met Afrikaanse grootheden vooral, maar ook met westerse muzikanten. En nu dus met Sioen. Mohamed: Het vat de essentie van muziek samen, zoals ik ze zie. Als een kruisbestuiving. Tussen mensen, maar ook tussen culturen. Bovendien zit er een duidelijke boodschap van hoop in. Dat is niet noodzakelijk, maar wel mooi meegenomen. Muziek is een universele taal waarmee je iedereen bereikt. Politici, van welke strekking ook, kunnen daar alleen maar van dromen. Mohamed: Ik zie mezelf als een schat-bewaarder van het klassieke Afrikaanse instrumentarium. En er is maar één manier om dat voor de vergetelheid te behoeden: door het in de hedendaagse muziekcultuur te integreren. Als ik jonge muzikanten één boodschap wil geven, dan is het om hun roots te respecteren. Ga terug naar je roots, pik er die elementen uit die jou aanspreken en integreer ze in jouw leef-wereld. Er is niets mis met de huidige fixatie op de Amerikaanse cultuur, maar je maakt geen verschil door ze klakkeloos na te apen. Mohamed: Alle muziek is inspirerend! Toen ik als muzikant begon, heb ik werkelijk alles nagespeeld wat ik op de radio te horen kreeg. Elvis Presley, The Beatles, Jimi Hendrix, The Rolling Stones, Van Halen, Vanilla Fuzz,... Ik heb zelfs metal in mijn vingers zitten! En funk. Vooral funk. James Brown, Sam Cooke, Otis Redding, de hele Staxxstal. Van daaruit heb ik de Afrikaanse muziek omarmd. Uit de mix van al die invloeden, heb ik mijn eigen merk gecreëerd. En zo hoort het. Weet je, sinds een paar jaar jam ik eens per maand met een klassiek orkest uit Johannesburg. Jawel: jammen! Die gasten wisten de eerste keer niet waar ze het hadden. 'Boeken toe', zei ik. 'Speel vanuit je hart!' It was a hell of a mindfuck for them! Mohamed: Only music that hurts the soul. De 50 Cents en de 2Pacs van deze wereld: arrogante kwasten met agressieve lyrics die hardnekkig negeren dat ze een nefaste invloed hebben op de denkbeelden van hun fans in de getto's van Amerika en Afrika. Ik zit echt te wachten tot een van die gasten tot inzicht komt, beseft dat hij met die onzin poen genoeg heeft verdiend en besluit om zijn macht te gebruiken om eens écht creatief uit de hoek te komen. Door zijn roots te verkennen, bijvoorbeeld. En een collaboratie aan te gaan met een Salif Keita of een Youssou N'Dour. Dat zou voor miljoenen kids een hele nieuwe wereld doen opengaan. Mohamed: Ik ken Jacques Brel en Toots Thielemans. Als God op een harmonica zou spelen, klonk hij als Toots. En hij blijft maar spelen! Dat is wat de jongens van de mannen scheidt. Mohamed:Funny, op een bepaalde manier. Het was de regering die ons verbood om met blanke muzikanten te spelen, niet de muzikanten zelf. Integendeel, die hadden ons nodig. En we zochten dus oplossingen. Sommige zwarte muzikanten speelden in blanke clubs verkleed als obers. Als de politie binnenviel, sprongen ze van het podium en mengden ze zich tussen het personeel. Want opdienen in een muziekclub mocht een zwarte wel. Ikzelf speelde met verschillende blanke bands verdoken achter een gordijn achter het podium. Voor het publiek deed een blanke alsof hij mijn partijen speelde. Op een dag had ik er genoeg van. Ik stopte midden in de set. Paniek! De zanger veinsde een stroompanne, en stormde het podium af naar de backstage waar ik mijn gitaar aan het inpakken was. 'Ik ben het zat', zei ik. 'Ik ga naar huis'. 'Dat kun je niet maken', antwoordde hij. 'Dit optreden brengt ons een smak geld op.' Dat had hij niet moeten zeggen! (Grijnst) Ik heb voortge-speeld, maar daar heeft hij zwaar voor in zijn zak moeten tasten. Ik kan je verzekeren: die truc heb ik nog vaak herhaald! En als ik me desondanks toch niet voldoende gerespecteerd voelde, pikte ik het lief van een van die gasten. Want dat had ik ook snel door: no matter what those whities did to us, their chicks still loved us! En er is nog altijd geen betere manier om iemand te kleineren dan hem zijn lief af te snoepen. Zaventem. Sioen neemt afscheid van zijn twee nieuwe fans. Yvette is tevreden dat ze 'haar ventje' zal weerzien. 'Ik heb veel te vertellen. Over Zuid-Afrika. En over jou natuurlijk. Ge zijt een toffe jongen. En ge maakt schone muziek.' Plots valt ze stil, kijkt schichtig achterom en gilt net niet: 'Moa! Kijk eens wie we hier hebben! Dag Nicole, dag Hugo! Ik ben ...' Enkele uren later zit ik thuis achter mijn pc als er een mail van Sioen binnenvalt. 'Slecht nieuws. De zoon van Khaya Mahlangu is deze nacht voor zijn deur vermoord. Ruwweg neergeknald. Roofmoord. Voor een gsm.' ' It's cruel to be kind in Soweto', had Mak Manaka, een razende rapper-dichter uit de township, me de avond van het - overigens geslaagde - Sioen-concert nog gewaarschuwd. Dat interview kan later nog. Morgen, of zo. Calling Up Soweto Nu uit bij Kabron Records. Live Handelsbeurs 30/4, AB 3/5Door Karel Degraeve / Foto's Charlie De Keersmaecker