1927-1937
...

1927-1937 Film: **/ **** Extra's: Filmarchief dvd'sHet Belgische Filmarchief zet zijn - wegens geldgebrek langzame - digitalisering voort. De recentste uitgave is een compilatie van tien avant-gardefilms, met naast eenmalige experimenten van Henri d'Ursel en Ernst Moerman vooral surrealistisch werk van Henri Storck en Charles Dekeukeleire. Zowel Storck als Dekeukeleire legde zich na kort geflirt met het surrealisme toe op de documentaire. In Pour vos beaux yeux (1929) van Henri Storck raakt een jongeman gebiologeerd door een glazen oog. Een oogbal roept meteen Un chien andalou (1929) voor de geest, maar Storck kon de prent van de tandem Buñuel-Dali niet hebben gezien. In datzelfde jaar maakte hij ook Images d'Ostende. Terwijl die al duidelijk de kiemen van Storcks evolutie naar documentairemaker bevat, is Beaux yeux een zuiver surrealistisch werkje, met knipogen naar het dadaïsme en het fotowerk van Man Ray. Histoire du soldat inconnu (1932) en Surs les bords de la caméra (1932) - de twee overige films van Storck op de compilatie - reveleren zijn collagewerk. Hij verzamelde newsreels en actualiteitsbeelden en stelde met de verschillende fragmenten een film samen. Met zijn filmcollages nam hij - onder meer in Soldat Inconnu - een standpunt tegen maatschappelijke (wan)toestanden in én was hij een pionier van het genre. Combat de boxe (1927), Impatience (1928) en Histoire de détective (1929) van Dekeukeleire zijn opmerkelijk in hun dynamische montage en het speelse gebruik van negatiefbeelden, grote close-ups en superpositie. Histoire de détective is Dekeukeleires Man met de camera (Dziga Vertov, 1929), waarin alles door het oog van de detective en diens camera wordt gezien. Het verhaal over een vrouw die de detective inhuurt om haar man te volgen, wordt via de tussentitels van de kunstenaar Victor Servranckx netjes verteld, maar door het gebruik van de subjectieve camera en de soms absurde opeenvolging van beelden ook even netjes gedeconstrueerd. In Impatience straalt de vinnige montage van een moto, abstracte blokken, landschappen en een zowel naakte als in leder gestoken dame niet alleen een erotische sfeer uit, maar wordt ook het organische van het menselijk lichaam tegenover de kille mechaniek van de brommer geplaatst. Een Cronenberg avant la lettre. De surrealisten waren tuk op de serials Fantômas (1913-14) en Les Vampires (1915) van Louis Feuillade. Het is dan niet verwonderlijk dat de 'dievegge' uit het prachtige La Perle (1929) van Henri d'Ursel in een pakje à la Irma Vep uit Les Vampires gehuld is. La Perle wordt - ondanks de dromerige sfeer en de vele surreële insteken - rechtlijnig verteld. Wars van elke vorm van narratieve structuur is dan weer Moermans Monsieur Fantômas (1937), waarin absurditeit tot komedie wordt verheven en zowel Gustave Moreau als René Magritte wordt geciteerd. Piet Goethals