De landbouwer is bezig aan een comeback in de cinema. Nadat hij (of zij) recent in rurale drama's als Petit paysan en Mjólk opdook, staat de agrarische antiheld opnieuw centraal in Edouard Bergeons ode aan zijn vader, een noeste binnenvetter die na een Amerikaans avontuurtje in 1979 weer naar zijn Franse geboortegrond trekt om er de familieboerderij over te nemen. Wat begint als een idyllische familiesaga op een keuterboerderij, eindigt twee decennia later in een modern kippenbedrijf waar de gewezen cowboy onder een stijgende schuldenlast de greep op zichzelf, zijn stiel én zijn familie verliest. Volgens Bergeon is dat een alledaags fenomeen op het platteland, daarbuiten is het een ongekend leed, en daar wil hij verandering in brengen. Nadat hij eerder suïcidale landbouwers aan het woord liet in zijn tv-docu Les fils de la terre vertelt hij in zijn fictiedebuut het verhaal van zijn depressieve vader, zonder sentimenteel te worden. Liever toont hij een nuchter portret van het boerenbedrijf en zijn sombere pa, die hij schetst als slachtoffer van een maatschappij die de prijs van kwaliteit liever op de producent dan op de consument verhaalt. Omdat Bergeon richtingloos schakelt tussen de blik van vader Pierre en zoonlief Thomas en visueel tussen realisme en naturalisme twijfelt, boet zijn milieuschets gaandeweg aan intensiteit in. Gelukkig zorgen Guillaume Canet en Veerle Baetens ervoor dat dit drama alsnog stevig binnenkomt.

Au nom de la terre **

Edouard Bergeon met Guillaume Canet, Veerle Baetens, Anthony Bajon