BUSTER KEATON LACHT NOOIT

Uit bij Nijgh & Van Ditmar.
...

Uit bij Nijgh & Van Ditmar. Van 28/2 tot 3/3, deSingel, Antwerpen, mindthebook.be. 28/2, RODE ZAAL, DESINGEL. Voorafgegaan door een gesprek tussen Grunberg en Stefan Hertmans. De grote Billy Wilder is een favoriet van Grunberg: in Buster Keaton lacht nooit wijdt hij essays aan drie van Wilders films - The Apartment (1960), Irma la Douce (1963) en Sunset Boulevard - en die laatste mag ook het minifestival openen. 'Mijn voorliefde voor Wilder heeft te maken met de scherpe dialogen in zijn films, maar ook met zijn mensbeeld', zegt Grunberg. 'Een soort humane gedesillusioneerdheid. Wilder is ook een satiricus, en ik heb een zwak voor de serieuze satiricus.' Sunset Boulevard is een bijtende satire over een filmster op haar retour die zich met haar butler heeft teruggetrokken in haar villa. In zijn essay ontdekt Grunberg ook een verborgen romantische kant aan het verhaal: 'Als je van iemand wilt blijven houden, moet je jezelf opgeven, butler worden. Het offer dat liefde vereist, interesseert me zeer', legt Grunberg uit. 'Ik ben altijd al sceptisch geweest over de volgens mij te grote verheerlijking van de romantische, seksueel getinte liefde. De verhouding tussen ouder en kind op liefdesgebied interesseert mij meer en is misschien ook heroïscher. Wat mij betreft, gaat Sunset Boulevard over veel meer dan Hollywood. Hollywood is een metafoor.' 1/3, CINEMA ZUID Een van de weinige niet-Amerikaanse films in het boek. 'Hollywood is het centrum van de filmkunst', aldus Grunberg. 'Bovendien had ik geen behoefte over Europese regisseurs te schrijven die toch al zeer serieus worden genomen, zoals Bergman. Maar iemand als Michael Haneke, vermoedelijk een van de interessantste levende regisseurs, ontbreekt in het boek. Ik heb niet over alle films die belangrijk voor me waren geschreven.' Opvallend is dat de stijl van de film in de meeste essays, ook in dat over Le conseguenze, nauwelijks aan bod komt. Het verhaal is voor Grunberg blijkbaar belangrijker dan de vorm? 'Ik vermoed van wel', zegt hij. 'Natuurlijk is stijl belangrijk, zeker bij Sorrentino en nog meer bij Il Divo dan hier. Maar ik ben geen stijlfetisjist. Ook niet als het om literatuur gaat. Ik begrijp dat er veel te zeggen valt over de stijl van Flaubert, maar ik wil het toch liever hebben over madame Bovary zelf. De pose van het pure estheticisme houdt de wereld op afstand.' 3/3, CINEMA ZUID 'The Believer komt vervaarlijk dicht bij het antwoord op de vraag waarom we Joden haten', schrijft Grunberg. Opvallend, want de indiefilm over een Joodse jongeman (Ryan Gosling) die zich aansluit bij een groep neonazi's werd door sommigen ook antisemitisme aangewreven. 'The Believer is zeker niet antisemitisch', zegt Grunberg categoriek. 'Ik had indertijd grotere moeite met La vita è bella (1997): het stroperige sentiment schrikte me af. Met die provocerende zin bedoelde ik dat we het antisemitisme serieus moeten nemen, en dat we antisemieten serieus moeten nemen. Dat wil zeggen: het vooroordeel en de morele veroordeling staan analyse in de weg. Of The Believer de inspiratie was voor mijn Joodse messias? Ik heb de film pas gezien toen het boek al was verschenen. Ik denk eerder dat het schrijven van De joodse messias mij in de richting van The Believer heeft geduwd dan omgekeerd.' 8/3, CINEMA ZUID 'Minstens één keer in de vijf jaar zou men deze film moeten bekijken', schrijft Grunberg over Coppola's thriller over een professionele afluisteraar die betrokken raakt in een complot. 'De brieven van Multatuli kunnen wachten, de laatste roman van Martin Walser, een ooggetuigenverslag van de oorlog in Afghanistan, dat alles is minder urgent dan The Conversation.' 'Dit is de ultieme film over eenzaamheid, en over paranoia', zegt Grunberg. 'Wij leven in tijden van paranoia. De vraag is wanneer gezonde argwaan omslaat in een ziekte, hoeveel je moet weten en met welke dosis onwetendheid je je tevreden kunt stellen. De vraag is eveneens wat je kúnt weten. Vermoedelijk is het het beste vrede te hebben met het idee dat je van alle kanten bedrogen wordt.' 10/3, CINEMA ZUID 'Het leek me aardig een titel te programmeren waarover ik niet heb geschreven', aldus Grunberg. 'En Kubricks films verdienen ooit nog wel een essay, zeker zijn oorlogsfilms. Bij Platoon (1986) voel je het verstikkende realisme, bij Apocalypse Now (1979) de ambitie, bijna het gesamtkunstwerk dat die film moest worden. Maar Full Metal Jacket heeft psychologisch vernuft. Kubrick is analytisch en dat waardeer ik zeer. Wat ook zo opmerkelijk is aan de film is dat hij ruime aandacht besteedt aan hoe je van een burger een soldaat maakt. Dat eerste deel heeft Kubrick waarschijnlijk mede gebaseerd op een documentaire van Frederick Wiseman, Basic Training (1971) - ook zeer de moeite. Bovendien bevat Full Metal Jacket een van de meest indrukwekkende oorlogsscènes die ik ken, die met de vrouwelijke sniper. Ik ben geen militair, maar volgens mij wordt daar aan de essentie van oorlog in de 20e eeuw geraakt.' DOOR LUC JORIS