1 Waarom schrijft iemand die in 1968 is geboren een roman over een soldaat die in 1944 gewond is geraakt?
...

1 Waarom schrijft iemand die in 1968 is geboren een roman over een soldaat die in 1944 gewond is geraakt? Arno Geiger: WO II is ook mijn oorlog. Ik ben betrokken, maar ik heb tegelijkertijd de nodige distantie: voor mij hangt daar niets aan vast, ik was niet goed of fout. De onbevangen getuige is misschien wel de beste getuige, want die kan de dingen zien zonder vooroordelen. Ik focus op de kleine dingen van die oorlog en hoe die na zes jaar vechten in alle facetten van het leven was doorgedrongen. De grote gebeurtenissen interesseren me niet. Die laat ik over aan de historici. Bovendien wilde ik een onderwerp aanpakken dat in Oostenrijk nog steeds moeilijk ligt. Sommigen spreken liever niet over die tijd, maar ik vind dat we dat wel moeten doen. Veit Kolbe heeft het bed gedeeld met de duivel door naar het oostfront te trekken en hij beseft dat het moeilijk is om ongeschonden weer uit dat bed te komen. 2 Mogen we hier een verwijzing naar de huidige Oostenrijkse regering in horen? Geiger: Natuurlijk. Het is de taak van de literatuur om iets relevants over het heden te zeggen, anders is ze de naam literatuur niet waard. Veit Kolbe heeft weinig vrijheid, maar hij gebruikt ze ten volle. Wij hebben veel vrijheid, maar we lijken ze niet naar waarde te schatten. Negentig procent van de mensen zwemt met de stroom mee. Vandaag is dat zo en tachtig jaar geleden was dat ook zo. Zij steunen het systeem zonder dat zij dat echt willen, gewoon omdat ze meezwemmers zijn. Met mijn roman wilde ik geen groot politiek gebaar stellen, maar wel algemenere, misschien ook belangrijker vragen stellen: wat is een mens en wanneer mag hij zeggen dat hij een humaan leven heeft geleid? Zowel toen als vandaag. 3 Maar ondanks alles blijf je hoopvol. Het komt goed met Veit Kolbe. Met ons ook? Geiger: Ik wilde inderdaad een positief boek schrijven. Tegen de achtergrond van de oorlog beseffen de mensen in mijn roman hoe waardevol het leven is. Misschien wel beter dan wij dat beseffen. Veit Kolbe heeft zes jaar in uniform rondgelopen. Hij weet wat hij daarvoor heeft moeten opgeven. Wij vinden heel veel zaken vanzelfsprekend die dat helemaal niet zijn. Misschien moeten we daar eens aan denken voor we nieuwe stommiteiten begaan.