Mensen die iets feitelijks willen bijleren, lezen non-fictie. Mensen die iets over zichzelf willen leren, moeten het met literatuur doen. De grote kracht van goede literatuur is dan ook dat ze zich aanpast aan de ervaringen en verwachtingen van de lezer. En niet alleen dat: ook binnen het leven van eenzelfde lezer zal een grote roman zich anders laten kennen naargelang het moment waarop hij gelezen wordt. Zo kan een goed boek een heel leven mee en zal het in veel gevallen dienen als een ijkpunt voor de evoluerende ideeën van de lezer.
...

Mensen die iets feitelijks willen bijleren, lezen non-fictie. Mensen die iets over zichzelf willen leren, moeten het met literatuur doen. De grote kracht van goede literatuur is dan ook dat ze zich aanpast aan de ervaringen en verwachtingen van de lezer. En niet alleen dat: ook binnen het leven van eenzelfde lezer zal een grote roman zich anders laten kennen naargelang het moment waarop hij gelezen wordt. Zo kan een goed boek een heel leven mee en zal het in veel gevallen dienen als een ijkpunt voor de evoluerende ideeën van de lezer. Anna Karenina van Lev Tolstoj las ik voor het eerst in hetzelfde jaar dat ik de crossbrommer van iemand die ik enkel kende als 'de Stekke' tegen een betonnen bouwplaat crashte in gescheurde baggies en een ketting om mijn nek. Kortom, ik had nog niet al te veel begrepen van de wereld of wat ik erin te zoeken had. Ik vond de beschrijvingen die Tolstoj maakt van op het eerste gezicht onooglijke details een openbaring - de durf om daar als schrijver rustig de tijd voor te nemen, het geloof dat het zo mag en moet. Later voel je de haute-couturesoap die het boek ook is door je eigen lijf daveren en besef je dat het boek, meer dan over wat dan ook, over het tuimelende leven zelf gaat. PHILIP ROTH GAF VORIGE MAAND NAAR aanleiding van de Zweedse vertaling van Sabbaths theater (1995) een interview aan Svenska Dagbladet, dat werd overgenomen door The New York Times. Over zijn schrijverschap en de literair vruchtbare postwar-periode in de VS met schrijvers zoals - buiten hijzelf - Saul Bellow, John Cheever, Don DeLillo, Norman Mailer, Raymond Carver, John Irving, Joyce Carol Oates en Joan Didion, zegt hij dit: 'Misschien was het de afwezigheid van bepaalde zaken die in zekere zin het succes van die periode verklaart. De onverschilligheid, of zelfs de minachting die de Amerikaanse schrijvers hadden voor kritische theorie. De esthetische vrijheid, verlost van alle ismen en hun humorloosheid. Een schrijven dat niet besmet is door politieke propaganda, of zelfs door politieke verantwoordelijkheid. De afwezigheid van een 'school' schrijvers. In een dermate groot land, zonder een geografisch centrum vanwaar dan al de literatuur ontstaat. Een allesbehalve homogene bevolking, geen standaard voor nationale eenheid, geen uniek nationaal karakter, geen sociale vrede, zelfs de algemene stompzinnigheid omtrent literatuur, namelijk het niet in staat zijn van heel wat burgers om er iets van te lezen met nog maar een minimum aan begrip, dat gaf een zekere vrijheid.' Heel kort gezegd: een zekere maatschappelijke onrust en ongelijkheid, een moment van veranderingen en overgang, geeft de schrijver, haast contradictorisch, de mentale ongebondenheid die nodig is om buiten de heersende lijnen en theorie te gaan schrijven. OOK BIJ DE RUSSEN VAN MEER DAN 150 JAAR EERDER WAS EEN dergelijk momentum misschien wel de katalysator van veel grootse en gedurfde literatuur. Het oude Rusland van de tsaren bloedde uit en een meer geestdriftige, revolutionaire stem kwam opzetten. Ruslands ouderwetse liberalisme werd verdrongen door iets nieuws, wat uiteindelijk communisme zou gaan heten. Met enige afstand kun je spreken van het einde van het Russische keizerrijk en de aanzet naar de Sovjetperiode, die officieel zou beginnen in 1917. Maar in de decennia voor die revolutie, smeulde er natuurlijk al heel wat. Een ander monument uit die tijd, Vaders en zonen (1862) van Ivan Toergenjev gaat onder andere daarover - een wissel van generaties die ongeveer samenvalt met en alleszins symbool staat voor het overslaan van de balans van liberalisme naar nihilisme. Hoewel je moeilijk kunt zeggen dat Lev Tolstoj geen politieke schrijver was, is Anna Karenina (1877) niet het boek dat door zijn uiterst precieze beschrijvingen van de toestand in het toenmalige Rusland de eeuwen overleefd heeft en nog zal overleven. Anna Karenina is een roman waarin heel veel thema's samenlopen. Er wordt over grondprijzen gediscussieerd, de mode wordt in groot detail beschreven en de karakteristieken van de beau monde worden droog beschreven - Tolstoj was zelf een graaf. Anna Karenina is dan ook zo realistisch dat het bijna een soort literaire vertaling van het fotorealisme wordt, alles wordt met haast evenveel gevoel voor detail beschreven, waardoor je als lezer niet zomaar de schrijver kunt laten aanwijzen waar je nu precies eerst moet kijken. Die stijl was destijds best vernieuwend en het boek werd dan ook een succesvol literair exportproduct. Tolstojs Anna Karenina kwam acht jaar na zijn epische Oorlog en vrede. De kritiek luidde dat zijn nieuwe boek te licht was, want niet meer beschreef dan de romances van enkele rijkelui. Dat is zeker waar. Net zoals je zou kunnen stellen dat Romeo en Julia au fond het verhaal is van koppige, verliefde pubers, of dat The Great Gatsby gaat over een aanstellerige parvenu die zijn geïdealiseerde liefde wil terugwinnen. Kortom: elk verhaal valt samen te vatten in een kleinerende, simplistische zin. Dat is de arrogantie van de kritiek, en meteen het ergste wat een criticus kan doen, namelijk de dramatische essentie van een werk ridiculiseren en zodoende de essentie van de hele kunst miskennen. Gelukkig had Tolstoj een paar maten die zijn boek wel geniaal vonden. Die maten waren bijvoorbeeld Fjodor Dostojevski en - postuum - Vladimir Nabokov. Het is ook een taai misverstand dat grote literatuur niet over dezelfde gebeurtenissen kan gaan als een seizoen van Neighbours. Laten we gewoon nog eens van het verhaal genieten. ANNA REIST MET DE TREIN VAN SINT-PETERSBURG NAAR MOSKOU om haar schoonzus Dolly te overtuigen niet weg te gaan bij haar man, de ambtenaar Stiva. Ongeveer tegelijkertijd komt ook Stiva's jeugdvriend Levin op bezoek, een nogal zwaarmoedig, serieus figuur die als doel heeft de jongere zus van Dolly, namelijk Kitty, te huwen. Helaas heeft Kitty haar oog al laten vallen op een jonge graaf, Vronski, van wie zij hoopt dat hij spoedig om haar hand zal vragen. Dat gebeurt niet. In de plaats daarvan komt Vronski Anna tegen op een bal, en worden de twee verliefd. Natuurlijk niet gewoon verliefd. Wel in die mate dat Anna snel weer op de trein springt en richting het vertrouwde, brave Sint-Petersburg vlucht om bij haar man, Karenin en hun zoontje te zijn. Enkel om gevolgd te worden door Vronski. De arme Levin zijn hart is intussen gebroken door Kitty's afwijzing en hij druipt af naar zijn landgoed - Levin is een adellijke landheer met weinig liefde voor de stedelijke drukte. Anna spendeert intussen al haar gestolen tijd met Vronski. Op een keer wordt ze ook zwanger van hem. De avonden bij Anna en Karenin thuis worden er niet plezanter op. Wanneer Vronski uiteindelijk van zijn paard valt tijdens een demonstratie springt een doodbezorgde Anna vanuit het publiek op en roept ze zijn naam. Op dat moment komt alles uit en wordt iedereen verplicht te reageren. Kitty, die nog steeds op Vronski zat te wachten, is zo van slag dat ze naar een Duits kuuroord trekt om te bekomen van het nieuws. Intussen is er ook nog Levin, die Kitty, wanneer zij weer thuis is van het kuren, in de verte ziet voorbijwandelen en meteen beseft dat zij nog steeds zijn enige ware liefde is. Zijn vriend, en Anna's broer, Stiva, zorgt ervoor dat de twee elkaar ontmoeten, waarna zij zich verloven en trouwen. Stiva probeert intussen ook Karenin te overtuigen om van zijn zus te scheiden zodat zij bij Vronski kan zijn. In de tussentijd heeft Anna namelijk op het nippertje een vreselijke bevalling overleefd, met een dochter, Annie, als resultaat. Karenin weigert te scheiden en Anna en Vronski vertrekken naar Europa, in de hoop daar nieuw geluk en aanvaarding te vinden. Dat lukt niet erg goed, dus keren zij na verloop van tijd terug naar Rusland. Karenin heeft intussen een soort boze stiefmoeder in zijn leven toegelaten, die hem overtuigt om Anna niet langer bij haar zoon te laten en de arme man allerlei spirituele nonsens aanpraat. Anna en Vronski trekken naar het platteland. Wanneer Vronski enkele dagen weggaat, wordt Anna achterdochtig en wanneer hij terugkeert weet ze dat ze met hem wil huwen. Karenin wordt aangeschreven en de twee trekken weer naar Moskou. Waar Levin en Kitty ook alweer zijn, omdat Kitty er komt bevallen. Ook Stiva is van de partij. Hij probeert een gunst te verkrijgen van Karenin en dringt ook nog eens aan op de scheiding die zijn zus zo graag zou willen. Karenin is intussen echter helemaal mee in waarzeggerij en spiritualiteit, en zijn persoonlijke goeroe raadt hem af om in te stemmen. Dat zorgt voor de nodige frustraties bij Anna en Vronski. Anna wordt jaloers, neurotisch en een beetje gek, krijgt ruzie met Vronski, vertrekt op haar eentje en vroeger dan voorzien weer naar het platteland en gooit zich uiteindelijk voor de trein die haar daarheen zou hebben gebracht. Na de dood van Anna gaan alle andere levens, alleszins voorlopig, door, het ene al gewoner dan het andere. Karenin, de beredeneerde intellectueel, gaat naar een waarzegger. Vronski trekt naar een oorlog met de onuitgesproken hoop er niet levend van terug te keren. Enkel Levin en Kitty lijken hun liefde uit de brand te kunnen slepen. HET MOOIE AAN ANNA IS DAT ZE HAAR eigen grootste slachtoffer is. Iedereen gaat uiteindelijk stuk, maar haar ondergang is het centrum van de neerwaartse kolk. Ze wilde liefde, kon ze vangen, dacht ze, sprong en brak al haar botten. De tragiek van het stuurloze proberen, de tragiek van het mens zijn. We wroeten en bewegen, en of het tot succes of ondergang leidt, dat wordt bepaald, niet in grote mate door onze keuzes, maar door de gang van de wereld. Het is natuurlijk zo dat alles wat zich aan de buitenkant van de huid bevindt erg veranderd is sinds einde 1800. We zitten minder strak in onze kleren, sociale posities, fysieke ruimte en maniërismen. Maar de essentie blijft waar, en het besluit even hard nu als in 1877: het enige wat een mens in wezen kan, is proberen. Dat is tegelijk dapper en onbeschrijfelijk zielig. Iedereen die leest, zal vroeg of laat vaststellen dat het bedrieglijk eenvoudige cliché klopt: het gaat uiteindelijk allemaal over liefde en dood. Al wie leest, zal met andere woorden over deze thema's moeten nadenken, of gewoon wat anders gaan doen. Bijvoorbeeld bowlen. Al de anderen moeten het ABC leren. En de A is die van Anna Karenina. DE KRITIEK OP ANNA KARENINA LUIDDE DESTIJDS DAT TOLSTOJS NIEUWE BOEK TE LICHT WAS. HET IS EEN TAAI MISVERSTAND DAT GROTE LITERATUUR NIET OVER DEZELFDE GEBEURTENISSEN KAN GAAN ALS EEN SEIZOEN VAN NEIGHBOURS.