Eerste zin Ik hoorde Daniel Hilfiger in de stem aan de andere kant van de lijn.
...

Eerste zin Ik hoorde Daniel Hilfiger in de stem aan de andere kant van de lijn. Tijdens de Koude Oorlog lag een van de grootste Canadese militaire bases in Frankrijk, in Marville om precies te zijn, vlak bij de Belgische grens. Alles bijeen woonden er 3500 mensen op de militaire terreinen, wat zeven keer zoveel was als in het dorp. Toen Filip Rogiers, journalist bij De Standaard en auteur van twee eerdere boeken, vernam dat er tussen 1957 en 1961 maar liefst 37 baby's op de basis gestorven waren, ging zijn fantasie werken: hier zat een roman in. Het resultaat is Angel, waarin op een dag in 1957 een vliegtuig op de basis van Marville landt. Aan boord zijn de veelal zwangere vrouwen van daar gestationeerde militairen. Doodzieke vrouwen, zo blijkt, die misvormde kinderen op de wereld zetten en soms ook zelf sterven. Waarom krijgen zij pas decennia later een kruisje op het kerkhof van Marville? Angel speelt op twee niveaus. Het is het verhaal van Alain, de zoon van een van de militairen. Hij is geboren uit het tweede huwelijk van vader Nathan. Het eerste was spaak gelopen nadat zijn vrouw doodziek uit het vliegtuigruim was gekomen en een doodgeboren baby had gebaard. Nadien trouwde Nathan met een meisje uit Marville, de moeder van Alain. Waarom is mijn vader niet geïnteresseerd in de stervende kinderen van toen, vraagt hij zich af, en wel in de stervende bijen van vandaag? Het is een vraag die ons bij het tweede niveau van Angel brengt, een boek dat inderdaad een steekwapen wil zijn en geen Engelse engel. Op dat niveau heeft Rogiers een expliciet politiek boek geschreven dat op zoek gaat naar de zaadjes van de hedendaagse populistische malaise en de lezer oproept verder te kijken dan zijn neus lang is. Niet voor niets maakt hij van Alain een persfotograaf die bewonderend opkijkt naar ene Patrick Claus, wat natuurlijk een samentrekking is van Patrick De Spiegelaere en Filip Claus. Zowat de hele na-oorlogse westerse geschiedenis komt aan bod, van Boedapest 1956, over Praag 1986 en Berlijn 1989 tot Parijs 2002, toen Jean-Marie Le Pen bijna president leek te kunnen worden. Angel gaat over landbouwgif, Amerikaanse white trash, asbest, softenon, en nog veel meer. Te veel voor een evenwichtige roman in feite, zeker als de personages over dat alles ook nog eens omstandig hun zegje willen doen.