'Later, as he sat on his balcony eating the dog, Dr. Robert Laing reflected on the unusual events that had taken place within this huge apartment building during the previous three months.' Het is niet alleen de licht verontrustende zin waarmee J.G. Ballard in 1975 zijn dystopische cultroman High-Rise opende, het is ook het eerste wat je in de voice-over te horen krijgt in Ben Wheatleys behoorlijk loyale adaptatie. Meteen is de toon gezet voor een doemvisioen dat schippert tussen grap en gruwel en zonder inhibitie verglijdt tot elegante chaos.
...

'Later, as he sat on his balcony eating the dog, Dr. Robert Laing reflected on the unusual events that had taken place within this huge apartment building during the previous three months.' Het is niet alleen de licht verontrustende zin waarmee J.G. Ballard in 1975 zijn dystopische cultroman High-Rise opende, het is ook het eerste wat je in de voice-over te horen krijgt in Ben Wheatleys behoorlijk loyale adaptatie. Meteen is de toon gezet voor een doemvisioen dat schippert tussen grap en gruwel en zonder inhibitie verglijdt tot elegante chaos. Laing krijgt het dandygezicht en afgetrainde lijf van Tom Hiddleston, als de jonge chirurg die intrekt in een van de buitenwereld afgesloten en volledig autonoom functionerende luxetorenflat waar de werkende klasse de onderste etages bevolkt en de upper class op de bovenste verdiepingen flaneert. Lang duurt het echter niet vooraleer die strikt afgelijnde microkosmos craquelures vertoont en het sociale cement begint af te brokkelen, waarop er beneden anarchie en boven decadentie uitbreekt, als virale restproducten van een materialistische wereld in verval. Wheatley toonde zich in Kill List (2011), Sightseers (2012) en A Field in England (2013) al een bevlogen beeldenstormer die weet hoe je genre-elementen dooreen moet husselen, en hoe je glorieuze rottigheid en diabolische satire met uitgestreken gezicht serveert. Net als David Cronenberg ten tijde van Crash (1995) blijkt hij een geknipte 'ballardiaan', die niet alleen de toon en de thematiek van het boek trouw blijft, maar ook de setting. Ook de film speelt zich af in de jaren zeventig, aan de vooravond van het sociale-afbraakregime van Thatcher. Dat maakt van High-Rise niet alleen een satire op de excessen van de seventies, maar meteen ook een soort van retro-apocalyptische huivertrip. Het is de enige significante toevoeging waaraan Wheatley zich (iets te opzichtig) waagt. Voor de rest lijkt hij zich vooral met decadent veel plezier te wentelen in Ballards heerlijk vileine proza, zonder veel opsmuk of de neiging om uit te leggen. En dat met een prima gecaste Hiddleston als de verleidelijke arts die in een chronische staat van morele verdoving lijkt te verkeren, Sienna Miller als de alleenstaande, seksueel uitgehongerde moeder die in de flat boven hem woont en Jeremy Irons als de superrijke architect die van de bovenste etage zijn kasteel en van snobisme zijn levensroeping heeft gemaakt. Bovendien bewijst Wheatley, met dank aan production designer Mark Tildesley (die in 28 Days Later en Code 46 al een buitengewoon oog voor realistische dystopieën etaleerde) dat je geen obscene Hollywoodbudgetten nodig hebt - High-Rise kostte iets meer dan 5 miljoen pond - om op een overtuigende manier een afbrokkelende wereld vol waanzin te creëren. De orgieën op ABBA-deuntjes, een Duitse herder die aan het spit wordt geroosterd, een groepsverkrachting tussen het huisvuil en de geplunderde winkelrekken: alles wordt op een fysieke manier in beeld gestanst, met een koortsige maar nooit al te hijgerige camera die je het zweet, de stank, het verval en de appetijt voor (zelf)destructie haast doen proeven. Een schuimende toast op de ondergang van de westerse beschaving, die Ballard postuum ongetwijfeld een kamerbrede grijns bezorgt. Cheers! HIGH-RISE **** Ben Wheatley met Tom Hiddleston, Sienna Miller, Jeremy Irons DAVE MESTDACH