1969 - Film: zzz - Extra's: - Carlotta - (Franse import; enkel Franse onderschriften)
...

1969 - Film: zzz - Extra's: - Carlotta - (Franse import; enkel Franse onderschriften)Met deze dvd-uitgave (helaas zonder bonusmateriaal om deze productie in zijn maatschappelijke context te situeren) krijgt Amore e rabbia eindelijk een welverdiende tweede kans. Toen deze episodenfilm in de zomer van '69 werd uitgebracht, verdween hij snel uit de bioscoop, ondanks de parade van klinkende namen: Carlo Lizzani, Bernardo Bertolucci, Pier Paolo Pasolini, Jean-Luc Godard en Marco Bellocchio. Aanvankelijk heette de film Vangelo 70 en kregen de gevraagde regisseurs de vage opdracht om verhalen en motieven uit het Evangelie in een hedendaags kleedje te steken. Je moet echter al een pilaarbijter zijn om in hun interpretaties nog veel heilige schrift te herkennen, zo sterk worden alle bijdragen overheerst door de idealen, stokpaardjes en debatten uit een periode van aanstekelijke contestatie en revolutionaire gloed. Amore e rabbia is als een tijdmachine die ons midden in de broeierige late sixties slingert. Meest letterlijk gebeurt dit in de episode van Bellocchio. De regisseur speelt zelf de rol van een belaagde professor in de geïmproviseerde farce Discutiamo, discutiamo, waarin een verhitte discussie losbarst tussen enkele studenten en de stakende jongelui die hun klaslokaal bezetten. De opstandelingen hebben de mond vol van 'het subversief elan van de massa', citeren geestdriftig uit het Rode Boekje en scanderen pro-Ho Chi Minh slogans. De gauchistische retoriek komt erg karikaturaal over, maar de kern van het debat - de onmacht van de sociaal democratische progressieven versus het terroristische geweld van de revolutionairen - klinkt nog altijd even actueel. Ondanks Bertolucci's gestileerde mise-en-scène en zijn ongeëvenaarde gevoel voor beweging en coloriet heeft Agonia vooral een documentaire kwaliteit. Het is een zeldzame getuigenis van een van de grote toneelgezelschappen uit de jaren 60: het Living Theatre. De bezieler van de groep, Julian Beck, speelt een man die op zijn ziekbed zijn laatste adem uitblaast, terwijl zijn acteurs in hun abstract expressionistische dansstijl zijn doodsstrijd uitbeelden. In La Sequenza del fiore di carta, een poëtische hymne aan de nood aan politiek bewustzijn, weet Pasolini het best zijn persoonlijke preoccupaties in het maatschappijkritische discours te verwerken. In drie lange volgshots wandelt een zorgeloos bloemenkind (Pasolini's fetisj-acteur Ninetto Davoli) zwaaiend met een grote papieren klaproos de Via Nazionale af. Hij is zich totaal niet bewust van de journaalbeelden van oorlog en geweld die op de huizen en monumenten geprojecteerd worden en sterft zonder iets begrepen te hebben. De vierde Italiaan in het gezelschap, Carlo Lizzani, tekent met L'Indifferenza (een al te demonstratieve aanklacht, gedraaid in New York, tegen de onverschilligheid in de grootstad) voor de zwakste episode. Tenslotte is er Godard, die ongeacht het format, de opdracht of de technologie altijd zichzelf is. Dat geldt ook voor L'Amore, waarin een koppel een ander koppel gadeslaat en beide partijen eindeloos tateren over liefde, oorlog, waarheid en cinema. Patrick Duynslaegher