Het had nochtans simpel moeten zijn. In 1996 kocht filmstudio New Line Cinema David McKenna's scenario voor American History X, een provocerend drama over een berouwvolle neonazi die zijn jongere broer uit het skinheadmilieu probeert te halen. Met een bescheiden budget van 7,5 miljoen dollar, een onderwerp dat de tongen los zou krijgen en rijzende ster Edward Norton in de hoofdrol leek het niet alsof er veel kon misgaan.
...

Het had nochtans simpel moeten zijn. In 1996 kocht filmstudio New Line Cinema David McKenna's scenario voor American History X, een provocerend drama over een berouwvolle neonazi die zijn jongere broer uit het skinheadmilieu probeert te halen. Met een bescheiden budget van 7,5 miljoen dollar, een onderwerp dat de tongen los zou krijgen en rijzende ster Edward Norton in de hoofdrol leek het niet alsof er veel kon misgaan. Wat New Line toen nog zocht, was een edgy regisseur die de film street credibility kon geven. Tony Kaye, een gevierde Britse reclamemaker die bekendstond om zijn visuele flair en gedurfde concepten, leek een ideale keuze. Oké, hij had de reputatie excentriek te zijn. Zo had hij ooit de kidnapping van een receptioniste in scène gezet in de kantoren van reclamebureau Saatchi & Saatchi. En ja, hij had ooit een paginagrote advertentie in de Evening Standard geplaatst met de tekst: 'Tony Kaye is de grootste Britse regisseur sinds Alfred Hitchcock.' Maar in Hollywood zijn ze veel gewend. Wat was het ergste dat kon gebeuren? Aanvankelijk leek het allemaal mee te vallen. Kaye permitteerde zich een paar vreemde momentjes op de set - zo gaf hij tijdens de opnames op Venice Beach in Los Angeles het scenario aan een dakloze, en vroeg hij hem opmerkingen te geven - maar American History X werd op tijd en binnen budget ingeblikt. Het was pas tijdens de montage dat de problemen begonnen. Kayes eerste versie was een film van 95 minuten, ontdaan van wat de regisseur beschouwde als overbodig sentiment. New Line was niet ontevreden, maar vond dat er te veel goede scènes verwijderd waren - voornamelijk een monoloog van Norton en een flashback naar Nortons relatie met zijn vader. 'Ik kreeg nota's van de producenten én van Norton over hoe ik de film moest veranderen', vertelde Kaye later. 'Zij wilden er een melig epos van meer dan twee uur van maken, waarin iedereen in elkaars armen lag te huilen. Nu weet ik dat ik beter beleefd was gebleven. Maar destijds dacht ik dat je een grote mond moest hebben om je zin te krijgen en ik ontplofte.' Kaye maakte zich zo kwaad dat hij tot bloedens toe met zijn vuist tegen de muur klopte en het gebouw werd uitgezet. Monteur Jerry Greenberg maakte samen met Norton een nieuwe montage van 125 minuten. Die scoorde fantastisch bij een testpubliek, maar maakte Kaye alleen maar kwader. Om de gemoederen te bedaren, gaf New Line hem alsnog acht weken om zelf een nieuwe versie te monteren, maar toen was het al te laat. Kaye reageerde door bijna veertig paginagrote advertenties te plaatsen in Variety en The Hollywood Reporter. Daarin veegde hij New Line de mantel uit met citaten als: 'Het enige wat het kwaad nodig heeft om te overwinnen, is dat goede mensen aan de kant blijven staan.' Toen de twee maanden voorbij waren, daagde hij voor de vergadering met New Line op zonder nieuwe montage, maar wel met een priester, een rabbi en een boeddhistische monnik in zijn kielzog, naar eigen zeggen om 'de vergadering in een meer spirituele sfeer te laten plaatsvinden'. Hij beweerde dat hij eindelijk wist wat hij wilde doen met American History X en vroeg een jaar de tijd om het scenario te herschrijven en nieuwe scènes te draaien. New Line was not amused en besloot simpelweg de lange versie van de film uit te brengen. Kaye spartelde nog wat tegen: hij wilde zijn naam van de aftiteling laten verwijderen. Toen bleek dat het daarvoor te laat was, stelde hij voor om 'directed by Humpty Dumpty' als credit te gebruiken en speelde hij zelfs met het idee om zijn wettelijke naam in Humpty Dumpty te laten veranderen. Maar het haalde niets uit. American History X kwam in de zalen op 30 oktober 1998 in een versie die Kaye openlijk haatte. De film werd geen gigantische hit, maar maakte wel winst en werd daarna een culthit op video. Kaye zakte weg in de obscuriteit en zou al snel met financiële problemen kampen. Sindsdien vindt Kaye slechts mondjesmaat werk en wanneer hij toch een kans krijgt, is hij vaak de eerste om zichzelf onderuit te halen. In 2001 werd hij opgezocht door Marlon Brando om een acteerworkshop te filmen, tot hij op de tweede draaidag opdaagde in een Osama Bin Laden-kostuum. Zelfs de notoir excentrieke Brando vond dat te ver gaan en stuurde hem de laan uit. Kaye werd daarna sporadisch in diezelfde outfit gespot, in New York, waar de restanten van de Twin Towers nog smeulden. Zelf noemde hij het 'performance art'. Enkele jaren later had hij de kans om een film te regisseren met Liv Tyler in de hoofdrol, maar tijdens een vergadering met de actrice maakte hij zich kwaad en sneuvelde er een glas fruitsap - Kaye beweert dat het per ongeluk op de grond viel, de andere aanwezigen dat hij het naar een computer smeet. Hoe dan ook, dat was het einde van dat project. Lake of Fire, een documentaire over het abortusdebat waar hij bijna twintig jaar aan gewerkt had, kwam uit in 2006, maar werd buiten het festivalcircuit weinig bekeken. In 2007 draaide hij de thriller Black Water Transit met Laurence Fishburne, maar die werd nooit uitgebracht omdat de productiefirma voortijdig failliet ging. Pas in 2011 kwam er weer een fictiefilm van hem in de zalen: Detachment, met Adrian Brody als getormenteerde leerkracht. Maar zelfs dan werd zijn stijl niet door iedereen gewaardeerd. Breaking Bad-karakterkop Bryan Cranston, die een bijrol had, verklaarde openlijk dat hij nooit meer met Kaye wilde werken. 'En ik ben niet de enige acteur die er zo over denkt.' Bij de release van Detachment was Kaye hoopvol: 'Misschien is mijn tijd in Hollywood jail voorbij.' Maar vier jaar later heeft hij nog steeds geen nieuw project in de steigers staan. Hij leeft van de muziekvideo's die hij maakt (hij werkte met Red Hot Chili Peppers, Iggy Pop, Patti Smith, Justin Timberlake en Johnny Cash), schnabbelt als muzikant en stand-upcomedian én droomt ondertussen van de filmcarrière die had kunnen zijn. Het refrein van een van zijn liedjes luidt: 'Looking back, looking back/ There's nothing as beautiful as Hollywood.' VOLGENDE WEEK DONNIE DARKO DOOR DENNIS VAN DESSEL