In de jaren 70 was ze de ultieme party girl die vanuit Parijs de modewereld veroverde en Warhol en Keith Haring tot muze diende. En, oh ja, Grace Jones is óók een straffe zangeres en rasperformer. Dit wandelende fenomeen is de geestelijke moeder van Naomi Campell, de Williams-zusjes, The Pussycat Dolls en Lindsey Lohan samen. Deze maand viert ze op haar zestigste (!) een comeback met Hurricane, een nieuw album waarvoor ze op de hulp van onder meer Tricky, Sly & Robbie en Brian Eno kon rekenen. Ladies and gentlemen, de negen levens van Grace Jones!
...

In de jaren 70 was ze de ultieme party girl die vanuit Parijs de modewereld veroverde en Warhol en Keith Haring tot muze diende. En, oh ja, Grace Jones is óók een straffe zangeres en rasperformer. Dit wandelende fenomeen is de geestelijke moeder van Naomi Campell, de Williams-zusjes, The Pussycat Dolls en Lindsey Lohan samen. Deze maand viert ze op haar zestigste (!) een comeback met Hurricane, een nieuw album waarvoor ze op de hulp van onder meer Tricky, Sly & Robbie en Brian Eno kon rekenen. Ladies and gentlemen, de negen levens van Grace Jones! Over haar precieze leeftijd bestaat onduidelijkheid; naargelang van de bron staat de teller op 58, dan wel 60. Vaststaat dat ze geboren is in Jamaica als Grace Beverly Mendoza. Haar vader, Robert W. Jones, was een gerespecteerd predikant en politicus in de lokale parochie. In 1965 verhuist de familie naar Syracuse, een suburb van New York. Als enige meisje op school met donkere huid is de opgeschoten tiener met afrokapsel een outsider. Haar ambitie om Spaans te onderwijzen wordt ferm doorkruist na een inspirerende ontmoeting met een toneelleraar. Grace wil schitteren op het witte doek en begint een theateropleiding aan de universiteit. Josephine Baker is haar lichtend voorbeeld. Begin jaren 70 wordt ze echter gespot door een scout van het Wilhelmina Model-ing Agency, hetzelfde agentschap waar ook Iman Abdulmajid (ondertussen mevrouw David Bowie), Beverly Johnson (het eerste zwarte model op de cover van Vogue) en Lauren Hutton(Richard Geres tegenspeelster in American Gigolo) hun carrière begonnen. Amerika is niet klaar voor de extreme looks van Grace, en Wilhelmina verscheept haar dus naar Parijs. Daar deelt ze een appartementje met Jerry Hall, de latere bijzit van Mick Jagger en Bryan Ferry. Fysiek zijn ze tegenpolen - Grace één en al masculiene black power, Jerry het archetype van de platinablonde amazone - maar de twee femmes fatales kunnen het aardig met elkaar vinden. Op een dieet van champagne maakt het duo het Parijse nachtleven onveilig. Tijdens een van de vele mondaine galabedoeningen verschijnt ze geflankeerd door twee toyboys, enkel gehuld in een cape en een Afrikaans sieraad uit leeuwentanden. Yves Saint Laurent en Claude Montana zijn de eersten om de 1.80m lange fysiek van Grace op hun catwalks te etaleren. Ze siert covers van magazines als Essence, Vogue en Elle en sterfotografen als Helmut Newton en Guy Bourdin leggen haar jukbeenderen als scheermesjes vast op de gevoelige plaat. Haar androgyne trekken, korte flat top-kapsel en extravagante garderobe maken haar tot vandaag tot een van de meest herkenbare silhouetten uit de jaren 80, al wil Grace niet van het woord 'icoon' weten. 'Ik ben altijd mezelf geweest, ik ben geen diva of icoon', liet ze onlangs optekenen. 'Die woorden hebben hun inhoud verloren -ik bedoel: wie is er geen icoon tegenwoordig?' Grace Jones wervelt als een frisse, ebbenhouten wind door de modewereld, maar de lokgroep van het zilveren scherm blijft weerklinken. In ware Cleopatra Jonesstijl debuteert ze in de blaxplotationprent Gordon's War (1973). In 1984 draaft Grace op naast Arnold Schwarzenegger in Conan the Destroyer, het tweede deel in de franchise rond de barbaarse krijger met de grote C van camp. Als dievegge Zula mag Grace gehuld in een lederen sm-outfit een uur lang krijsend met de ogen rollen, terwijl ze links en rechts een schedelpan tot moes slaat. Geen Oscarwaardige vertolking, maar bijzonder genoeg om de aandacht te trekken van producer Albert R. Broccoli, de geestelijke vader van de Bondfilms. In A View to a Kill (1985) speelt ze de rol van May Day - de sidekick van slechterik Max Zorin (Christopher Walken met peroxidekapsel). Scènes waarin ze van de Eiffeltoren parachuteert of een volwassen man boven het hoofd tilt, zijn haar op het atletische lijf geschreven. Uiteraard belandt May Day tussen de lakens met James Bond (Roger Moore), wat haar meteen tot een van de meest radicale Bondgirls ooit maakt. Jones zal het B-genre echter nooit overstijgen. Haar filmcarrière beperkt zich verder tot bijrolletjes en cameos in straight-to-video-vehikels en trashy TV-films als Vamp, Straight To Hell, Shaka Zulu - The Citadel en Boomerang, een van de vele miskleunen op het cv van Eddie Murphy. Laatste wapenfeit op het scherm: Falco - Verdammt, Wir Leben Noch!, een biopic over het turbulente leven van Falco, de Oostenrijkse superster die in de jaren 80 succesvol rockte met Amadeus. In de trailer isJones welgeteld twee nanoseconden te zien. Van Schwarzenegger naar Falco, een loopbaan als een dubbeltje Wenen. Hollywood blijkt dan toch niet haar natuurlijke biotoop, in het kunstwereldje van New York is Grace Jones wél een inspirerende verschijning. Een muze met ballen. Ze behoort ondermeer tot de inner circle van Andy Warhol en zijn Factory. De popartpaus maakt verschillende portretten vanJones in dezelfde reeks als Liz Taylor, Mick Jagger en Truman Capote. In opdracht van het modetijdschrift Vogue neemt Warhol in 1984 een reeks polaroids - al loopt dat niet van een leien dakje: Jones laat drie uur op zich wachten, tot een assistent haar vindt in een winkelketen waar ze zich een reeksbontmantels laat aanpassen. Met graffiti-kunstenaar Keith Haring collaboreert ze voor een performance in de legendarische club Paradise Garage. Haring beschildert haar lichaam van top tot teen met abstracte patronen geïnspireerd door de bodypaint van de Massai. Het resultaat wordt achteraf vastgelegd door fotograaf Robert Mapplethorpe, bekend van zijn werk metPatti Smith. Als één man Grace Jones zijn ultieme muze mag noemen, dan wel Jean-Paul Goude. De Franse fotograaf/illustrator/graficus is verschillende jaren haar vaste levenspartner, hun zoon Paulo devrucht van een relatie die vooral op crea-tief vlak spettert. Het is Goude die mee het geometrisch uitdagende uniseks-imago bedenkt, hij fotografeert en ontwerpt haar albumcovers, regisseert videoclips en komt met het totaalconcept van de befaamde A One Man Show, een strak gestileerde en meermaals onderscheiden liveshow uit 1982. Het is in de discotheek Les Mouches op 11th Avenue dat Goude voor het eerst het pad kruist met zijn inspiratiebron. Ze staat topless op het podium haar single I Need A Man te zingen:' I need a man/perhaps a man like you/I need a man/to make my dreams come true/Say that you will find him/Creeping up behind him/Moving round' the town all day.' Het clientèle van homo's, travestieten en drag queens lust er pap van. ZodraGrace op het openbare toneel verschijnt, wordt ze door de gay community aan de borst gedrukt - tijdens de discojaren kunnen ze zich geen betere mascotte wensen. Haar debuutalbum Portfolio (1977) opent met een medley van Broadwayklassiekers: Send In The Clowns, Tomorrow en What I Did For Love. Dat raakt een gevoelige snaar bij een gemeenschap die dweept met figuren als Judy Garland en Barbara Streisand. Op hetzelfde album vind je ook La Vie En Rose, het lijflied van dat andere gay icoon Edith Piaf. Goude vatte het destijds zo samen: 'Mannen vinden haar sexy, en vrouwen vinden haar mannelijk en zijn dus niet jaloers. Homo's denken dan weer dat ze een drag queen is.' Over haar vermeende biseksualiteit hebben altijd roddels bestaan, maar dat Grace een grote seksuele appetijt heeft, staat vast. Behalve Goude verslijt de Jamaicaanse een hele rist liefjes, minnaars en één halve trouwboek - in 1996 trouwt ze met haar bodyguard Atila Altaunbay, een huwelijk dat inmiddels geruisloos is ontbonden. Haar meest bekende verovering is Dolph 'He-Man' Lundgren, de Zweedse gevechtspecialist en acteur, bekend van actiefilms als Rocky IV, Red Scorpion en The Punisher. Helmut Newton kiekt het koppel in 1985 in adamskostuum voor Playboy. De Deense bodybuilder en stuntman Sven-Ole Thorsen is een andere spierbundel waar Grace graag mee stoeit. Uit het archief van People Magazine duiken wij zelf een anonieme Belgische haarstylist op, wiens salon in New York het korte kopje van Grace in vorm hield. Tegenwoordig deelt Jones de sponde met Ivor Guest, 4th Viscount Wimborne, een twintig jaar jongere Britse Lord die een bloedlijn deelt met Winston Churchill en Prinses Diana. Als u dacht dat Naomi Campell als enige zwarte schone een patent heeft op een korte lont en losse handjes: think again! Behalve een stel benen als stelten delen Grace en het Britse supermodel een reputatie van relschopper. Een legendarisch staaltje van haar divamanieren is het incident met talkshowhost Russell Harty in 1981. Tijdens een live-uitzending op de BBC krijgt de presentator enkele rake klappen van een gekrenkte Grace als hij zich naar een andere gast omdraait. Wanneer een luchtvaartpiloot de zangeres in 1986 vriendelijk verzoekt haar master tapes in te checken in plaats van ze aan boord te nemen, gaat ze languit op de tarmac liggen. In 2005 wordt ze door de politie van de Eurostar geëscorteerd na een aanvaring met een ticketcontroleur. Een levenslange verbanning uit Disney World is het resultaat van een halve striptease voor de ogen van een verbijsterde Mickey Mouse. Concertpromotoren worden evenmin gespaard. Mevrouw Jones maakt er een erezaak van om steevast met vertraging het podium te betreden, naar het schijnt pas nadat ze haar fee contant in het handje heeft ontvangen. Op de jongste Lokerse Feesten briest ze naar iedereen die haar feestje dreigt te bederven: handtekeningjagende fans, plichtsbewuste security en treuzelende crewleden. De afstand tussen backstage en podium moet naar verluidt per limousine worden afgelegd. ' I'm very happy to annoy you', roept ze schalks wanneer iemand oppert dat ze geen Frans hoeft te spreken. Waarvan akte. We zouden het haast vergeten, maar tussen 1977 en 1989 brengt Grace Jonesnegen albums en een indrukwekkend aantal singles uit. De onsterfelijke versie van La Vie En Rose is een eerste succes in de hitlijsten, maar verre van de enige cover op haar cv. Sommige van haar bekendste tracks staan op naam van andere songschrijvers, niet zelden muzikale generatiegenoten. Een greep uit het aanbod: Breakdown (Tom Petty), Private Life (The Pretenders), She's Lost Control (Joy Division), Use Me (Bill Withers), Ring Of Fire (Johnny Cash), Love Is The Drug (Roxy Music), Warm Leatherette (The Normal) en I've Seen That Face Before (Libertango), dat gebaseerd is op een compositie van tangogrootmeester Astor Piazzolla. Eerlijk is eerlijk: van haar grootste hit en lijflied Pull Up To The Bumper is Jones wélcoauteur. Predikantsdochter, fotomodel, actrice, kunstenaarsmuze, gay icoon, mannenverslindster en lastige tante: ze is het allemaal. Maar voor ons is 'Amazing Grace' vooral zangeres en rasperformer. Net als die andere overlever Madonna weet ze zich te omringen met de beste producers en medewerkers die haar talent in goede banen leiden. Producer Tom Moulton (de pionier van de remix en maxisingle) katapulteert Grace met haar eerste drie albums in de discoscene en recht het podium van Studio 54 op. Tussen 1980 en 1982 duikt ze voor een albumtrilogie ( WarmLeatherette, Nightclubbing en Living My Life) met producer Chris Black-well de studio in, de man die de westerse wereld liet kennismaken met Bob Marley en via zijn Island-label artiesten als Nick Drake, Traffic en John Martyn introduceerde. Samen met de befaamde Jamaicaanse ritmesectie Sly & Robbie zorgt hij voor de tijdloze melange van reggae, new wave, avant garde en pop waarmee Jones voorgoed de analen vande popmuziek haalt. Slave To The Rhythm (1985) wordt overzien door Trevor Horn, de hitproducer van ondermeer Pet Shop Boys en Frankie Goes To Hollywood. Nile Rodgers van Chic zit achter de knoppen van Inside Story (1986). Binnenkort verschijnt Hurricane, een comebackplaat van een fenomeen dat soms vergeten werd, maar nooit echt is weggeweest. Moge haar contra-altstem nog veel weerklinken en haar bumper nog lang verder shaken. Hurricane verschijnt op 3 novembervia Wall Of Sound/PIAS. Door Jonas Boel