Er zijn maar weinig woorden, zeker in de media, die zo vaak worden misbruikt als 'spraakmakend'. Maar als het adjectief de jongste jaren op één film van toepassing was, dan wel op The Act of Killing (2012). Met die documentaire zoomde regisseur Joshua Oppenheimer in op de Indonesische genocide die midden jaren zestig aan meer dan een miljoen mensen - tegenstanders van het Soeharto-regime - het leven kostte.
...

Er zijn maar weinig woorden, zeker in de media, die zo vaak worden misbruikt als 'spraakmakend'. Maar als het adjectief de jongste jaren op één film van toepassing was, dan wel op The Act of Killing (2012). Met die documentaire zoomde regisseur Joshua Oppenheimer in op de Indonesische genocide die midden jaren zestig aan meer dan een miljoen mensen - tegenstanders van het Soeharto-regime - het leven kostte. Dat deed Oppenheimer niet door archiefbeelden te tonen, maar door de slachtpartijen in onvervalste Hollywoodstijl, inclusief musicalnummers en gangsterpastiches, te laten naspelen door de echte beulen van weleer, die nooit voor hun gruweldaden werden gestraft en door een deel van de bevolking zelfs als helden worden aanzien. Het resultaat was een ronduit hallucinante, bij vlagen surrealistische danse macabre op de grens tussen feit en fictie die door Werner Herzog 'een van de meest angstaanjagende en verbijsterende films van de voorbije tien jaar' werd genoemd. Het leverde Oppenheimer verschillende internationale prijzen en zelfs een Oscarnominatie op, maar ook rabiate tegenstanders, die zijn gekleurde re-enactments hoogst dubieus en exploitatief vonden. Drie jaar later heeft de Deens-Amerikaanse filmmaker een opvolger voor zijn controversiële documentaire klaar. Of beter: een companion piece. Waar in The Act of Killing de vroegere leden van de doodseskaders centraal staan die zonder het minste berouw en zelfs met trots terugblikken op de genocide, dan doet het simultaan gedraaide The Look of Silence het nauwelijks minder ontluisterende verhaal van de slachtoffers. Spilfiguur is de optometrist Adi, die weliswaar na de genocide werd geboren, maar wiens oudere broer Ramli indertijd op brutale wijze werd afgeslacht. Vijftig jaar na dato besluit hij om eindelijk de confrontatie met de moordenaars aan te gaan, ook al zwaaien die nog altijd de scepter, met alle risico's van dien voor hemzelf en zijn inmiddels hoogbejaarde ouders. JOSHUA OPPENHEIMER: Hij wilde het zelf. Aanvankelijk was ik ertegen, omdat het te gevaarlijk was. Dertien jaar geleden ben ik voor het eerst naar Noord-Sumatra vertrokken om daar een film te draaien over de sociale strijd van de plantagewerkers. Ik wist toen amper iets van de genocide af, maar naarmate ik het vertrouwen van de mensen won, kreeg ik beetje bij beetje vreselijke verhalen te horen en drong het tot me door dat verschillende van die mensen nog altijd tussen de moordenaars van hun geliefden leven. In veel gevallen zijn het zelfs buren. Dat frappeerde me zo dat ik besloot mijn volgende film daaraan te wijden. Op die manier kwam ik bij Adi en zijn familie terecht. Veel mensen bleken namelijk getuige te zijn geweest van de moord op Adi's broer Ramli, een van de weinigen die publiekelijk werden afgeslacht. Adi hielp me in mijn zoektocht naar andere overlevenden en gaandeweg werden we vrienden. Ik denk dat mijn project hem hielp om antwoorden te vinden op vragen waar hij al heel zijn leven mee worstelde. Wat is er met mijn broer gebeurd? Met mijn land? Mijn gemeenschap? En waarom hebben mijn ouders al die tijd gezwegen? OPPENHEIMER: Het is geen toeval dat in de generiek van mijn film bij de meeste credits 'anonymous' staat. Iedereen die heeft meegewerkt, was op zijn hoede. En terecht! De paramilitaire beweging die indertijd honderdduizenden slachtoffers maakte, telt nog altijd meer dan een miljoen leden en heeft connecties tot in de hoogste politieke en juridische kringen. Er rust nog altijd een vreselijk taboe op de feiten, omdat de overwinnaars al vijftig jaar kunnen doen alsof er niks is gebeurd. Wie toch vragen durft te stellen, wordt geïntimideerd, desnoods voor de camera. The Act of Killing was emotioneel zwaar om te maken omdat de onthullingen zo beangstigend waren. The Look of Silence was vooral fysiek enorm lastig. Bij interviews met machtige mannen nam ik enkel een Deense crew mee en we hadden altijd twee vluchtauto's klaarstaan. Adi nam ook nooit zijn identiteitskaart mee zodat we, mocht hij gearresteerd worden, tijd zouden hebben om zijn familie in veiligheid te brengen en de ambassades te bellen. We werkten ook enkel met gsm's met oplaadkaarten, zodat we niet konden worden getraceerd. Uiteindelijk heb ik vier, vijf jaar in een klimaat van bedreigingen en paranoia gewerkt. Dat laat sporen na. OPPENHEIMER: Adi is een enorm moedige man. Hij was bereid zijn leven te riskeren voor verzoening en vergeving. In vergelijking met hem ben ik een lafaard. Hij wist wat de risico's waren. En die hebben we grondig besproken vooraleer de film uitkwam. The Act of Killing had een enorme impact in Indonesië, meer nog dan we hadden kunnen vermoeden. Adi is daarom met zijn familie naar een ander deel van Indonesië verhuisd, waar het veiliger is. Ze leven niet langer onder het juk van de moordenaars uit hun vroegere gemeenschap. OPPENHEIMER: Ik kan, na er dertien jaar te hebben gewoond en gewerkt, Indonesië niet meer in. Maar dat wist ik al voor The Act of Killing uitkwam. Ik ga het land missen, de vrienden die ik er heb gemaakt, maar het is tijd voor wat anders. OPPENHEIMER: In 2004 namen twee daders me mee naar de rivier waar ze indertijd een bloedbad hadden aangericht, en daar stonden ze echt te pochen over wat ze hadden uitgevreten. Stel je voor dat bij ons twee ex-nazi's in primetime al lachend herinneringen zouden oprakelen aan de Holocaust en tegen elkaar zouden opbieden hoeveel mensen ze de gaskamer ingejaagd hebben. Ze bleken bovendien niet de enigen die zich totaal onschendbaar voelden en met trots op hun daden terugkeken. Het was zo grotesk en surrealistisch dat ik besefte: dit gaat niet alleen over de Indonesische genocide. Dit gaat ook over onze tijd, over de perverse politiek van geweld, over het kleuren van de geschiedenis, over het vermalen van feiten en fantasie. Daarop heb ik alle daders gezocht die ik kon vinden, gevraagd of ze hun rol in de genocide wilden naspelen in de stijl zoals ze dat zelf wilden en dat is uiteindelijk The Act of Killing geworden. Telkens ik een scène af had, liet ik de beelden aan Adi zien. De manier waarop hij die onderging, was zo intens, sereen en waardig dat ik vond dat ik ook over hem een film moest maken. OPPENHEIMER: Ongetwijfeld. Ik heb, net als Adi, de gruwel niet zelf meegemaakt, maar ik ben zoals elke Jood opgegroeid in de schaduw van de Holocaust. Ik was 21 toen ik voor het eerst naar Duitsland kwam en zat er met mijn neef te eten in een Kentucky Fried Chicken-restaurant dat zestig jaar eerder blijkbaar een martelplek van de Gestapo was geweest. De meeste van mijn familieleden zijn Duitsland voor de oorlog kunnen ontvluchten, maar niet allemaal. Ik heb de film weliswaar niet vanwege die link gemaakt. Het gaat over het beest in de mens, maar ook over schuldige landschappen. En die dingen zijn universeel. Niks in deze wereld is maagdelijk. Elke plek, of dat nu de jungle van Indonesië of een fastfoodkeet in Frankfurt is, heeft zijn bevlekte geschiedenis. OPPENHEIMER: Toen The Act of Killing uitkwam, wist ik dat het sowieso een tweeluik ging worden. Ik begrijp dat mensen de eerste film choquerend vonden - ik was zelf gechoqueerd, en dat was ook de bedoeling - maar ik vind dat je pas na The Look of Silence een oordeel kunt vellen, moreel en formeel. The Act of Killing was het verhaal van de daders, de waanzin en de Indonesische schijnwereld. The Look of Silence gaat over de slachtoffers, de reële wereld, het stille verdriet en de stille woede. Als de tweede film één ding duidelijk maakt, dan is het dat ook stilte gewelddadig en beangstigend kan zijn. OPPENHEIMER: Misschien door het perspectief, maar niet qua vorm of moraal. De meeste documentaires over mensenrechten zijn passieve, conventionele verhaaltjes die de kijker op het einde met rust laten. Ze volgen een 'held', het liefst in chronologische volgorde, die een aantal obstakels moet overwinnen en op het einde ben je helemaal van de 'goede zaak' overtuigd. Vaak kun je achteraf zelfs nog geld op een rekeningnummer storten. Mij stoort dat. Zo simpel steekt de werkelijkheid niet ineen. Nooit en nergens. En het is een goedkope manier om gewetens te sussen. Ik hoop films te maken die niet op een simpel moraallesje eindigen, die storen, tegenduwen en prikkelen. Goede films beginnen pas als de zaallichten weer aangaan. Er is ook niet zoiets als 'objectieve geschiedschrijving'. Of 'objectieve journalistiek'. Je kunt jezelf onmogelijk weggommen uit het verhaal, hoe discreet, goed geïnformeerd en uitgebalanceerd je ook te werk gaat. Jij als filmmaker bent het die keuzes maakt, die interageert met je omgeving. Cinema vérité? Fly on the wall? Daar geloof ik niet in. De camera dient niet om evidente feiten weer te geven. Hij dient om diepere waarheden te achterhalen.THE LOOK OF SILENCE In première op Docville. Vanaf 20 mei in de bioscoop. DOCVILLE Van 1/5 tot 9/5 op diverse locaties in Leuven. Alle info: docville.be DOOR DAVE MESTDACH - FOTO FILIP VAN ROEJoshua Oppenheimer 'IK KAN, NA ER DERTIEN JAAR TE HEBBEN GEWOOND EN GEWERKT, INDONESIË NIET MEER IN. MAAR DAT WIST IK AL VOOR THE ACT OF KILLING UITKWAM.'