Donderdag 12/2, VTM, 21.15
...

Donderdag 12/2, VTM, 21.15 Wanneer we hem bellen, zit Luk Alloo, na een lange draaidag, iets te drinken in de luchthaven van Santo Domingo, de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek. 'Mijn crew en ik zijn net wat aan het bekomen van een undercoverfilmsessie in de gevangenis van Punta Cana', zegt hij. 'Hallucinant. Maar we kunnen enkel signaleren en informeren.' LUK ALLOO: Hoewel we via e-mail toestemming hadden gekregen om te filmen, werd ons twee uur voordat we op het vliegtuig stapten gemeld dat het niet zou doorgaan. Op de luchthaven kochten we een paar Spy Cam-cameraatjes. Zo konden we toch nog opnemen. We hadden eigenlijk alleen een afspraak met Danny, die al drie maanden in Punta Cana zit zonder ooit bezoek te hebben gehad. Maar er waren nog twee Belgen, die me meteen herkenden en op me afkwamen. In Santo Domingo zelf liepen we Ron tegen het lijf. Hij heeft een dikke vijf jaar effectief uitgezeten en woont nu in een lokale krottenwijk. Waarom hij niet naar België teruggekeerd is? Hij is dan wel uit de bak, maar hij is niet vrij. De Dominicaanse wetgeving zegt dat hij gedurende de tweede helft van zijn tienjarige straf het land niet mag verlaten. ALLOO: Dat zou je toch denken, aangezien dat een van hun bevoegdheden is. Maar het is schrijnend hoe de meeste getuigenissen die we over de hele wereld - of toch in Scandinavië, Zuid-Amerika, de Caraïben en binnenkort waarschijnlijk Cambodja - verzamelden, neerkomen op één ding: het falen van die federale overheidsdienst. Hoewel de begeleiding van landgenoten die in het buitenland vastzitten onder hun bevoegdheden valt, zegt het merendeel van de geïnterviewden en hun familie zich compleet verlaten te voelen. De Nederlandse ambassade doet vaak zelfs meer voor hen, klinkt het. Het is nog niet erg genoeg dat ze door allerlei culturele en taalbarrières compleet geïsoleerd zitten in een jungle waar vaak de wet van de sterkste geldt. ALLOO: Informeren en signaleren, dat is de plicht van een journalist. Net zoals bij mijn vorige drie gevangenisreeksen hoop ik dat het mensen tot nadenken stemt. Niet alleen over de tekortkomingen van Buitenlandse Zaken, maar ook over ons eigen gevangeniswezen. De erbarmelijke situatie in Bolivia of Venezuela, waar amper cipiers zijn en de armere klasse met 120 ogen in elke minicel op de luxekamer van de drugsbaron uitkijkt, doet misschien vermoeden dat het hier beter is. Maar we zijn ook het keurige, menselijke Noorwegen niet. Waar bij ons mensen met psychische aandoeningen of drugsproblemen nauwelijks worden geholpen en amper een derde van de opgesloten bevolking een lowprofilejob kan uitoefenen, gaat Noorwegen voluit voor opleiding en werk. En dan gaat het om écht werk, afgestemd op de diploma's van de gedetineerden. Het resultaat is dat de Belgische recidivecijfers vier keer hoger liggen dan die in Noorwegen. SEBASTIAN ROTH