OLIVER STONE
...

OLIVER STONE MET COLIN FARRELL, ANGELINA JOLIE, VAL KILMER, ROSARIO DAWSON, ANTHONY HOPKINS Even uw geheugen opfrissen: Alexander werd geboren in 356 voor Christus, in Macedonië, nu de streek rond Thessaloniki in Noord-Griekenland. Toen hij in 323 in zijn oosterse hoofdstad Babylon stierf, had hij naast Griekenland ook heel Perzië en Indië in zijn macht. Voor iemand als Oliver Stone, bezeten door mannen met mysterieus charisma en absolute macht maar ook uniek in de verbeelding van geweld, zouden die karige gegevens hebben moeten volstaan om een geweldtrip van formaat te maken. En toch, verhaaltechnisch kon Stone er in deze eerste film over de hellenistische veroveraar niet verder naast zitten. Samen met coscenaristen Christopher Kyle en Laeta Kalogridis probeerde hij een pseudo-freudiaanse 'verklaring' te zoeken voor het raadsel dat 'Alexander' heet. Laat mysteries mysteries zijn, zeggen wij. Stone wil ons echter laten geloven dat Alexander na tien jaar en meer dan 30.000 km rondzwerven nog langer en verder had willen trekken omdat hij eigenlijk zijn moeder ontvluchtte en zich nog steeds tegenover zijn vader wou bewijzen. Mochten zijn moeder Olympias en vader Philippus iets hebben gehad van de schertsfiguren die hier door Angeli-na Jolie en Val Kilmer worden neergezet, was dat te begrijpen. Maar in serieuze geschiedenis is die drijfveer nonsens, net als de behandeling van de vraag of Alexander homo- of biseksueel was. De hele film door suggereert Stone de liefde voor levensgezel Hephaestion, maar homoseksueel contact is er niet. Heteroseks tussen Alexander en één van zijn drie vrouwen, Roxane, wordt dan weer wel uitgebreid (om niet te zeggen potsierlijk) geëtaleerd. Een veroveraar is per definitie een geweldenaar. Alexanders leven duurde amper 32 jaar, maar de kern daarvan lag in twaalf jaar met circa zeventig veldslagen. Ons laten zien hoe Alexander in staat was tijdens de belegering van het gebied dat nu Libanon heet tweeduizend mensen te kruisigen, had daarom veel meer gezegd dan ook maar één woord van een nobel orakelende Colin Farrell op muziek van Vangelis. Ofschoon Stone de bal mis slaat, ligt het beste van zijn film toch precies in het oorlogsspektakel. De slag te Gaugamela (het huidige Irak), in 331 voor Christus, tegen Darius is in zijn categorie - historisch epos, prechristelijk geweld - wellicht de meest indrukwekkende ooit in elkaar gebokst. Het perspectief van de arend die Alexander op zijn tocht volgt, geeft een perfecte coherentie aan fenomenale CGI-luchtpanorama's, die tegengewicht krijgen van woest gemonteerde, bloederige lijf-aan-lijfgevechten. En voor elk beeld waarin we Colin Farrell te paard zien voorbijstormen, staat een hypnotiserende widescreen-close-up van de onbeweeglijke koning Darius die 'zijn' wereld ziet instorten. Grandioos, net als de climactische veldslag van paard versus olifant in Indië, waar het palet van cameraman Rodrigo Prieto rood mag kleuren. Die twee kwartiertjes alleen, samen met enkel curieuze momenten in Babylon (hoed af voor setontwerper Jan Roelfs en de obligate CGI), doen een mens hopen dat geweldenaar Stone nog geen watje is geworden. Jo SmetsJo Smets