LUC JORIS
...

LUC JORISVrijdag 27/1, 00.05 - Ned 2. Pedro González-Rubio, MEX 2009. Amper zeventig minuten duurt het fictieve docudrama Alamar van de Mexicaanse, maar in België geboren Pedro González-Rubio. In die beperkte tijd maak je wel een magische reis in het gezelschap van drie generaties mannen naar de feeërieke tropische rust van de Caraïbische zee. Eigenlijk had González-Rubio Michel Houellebecqs roman Mogelijkheid van een eiland willen verfilmen, een verhaal over een man die afscheid van het leven neemt door zijn laatste dagen op een eiland door te brengen. Maar toen ontmoette de regisseur échte mensen die een speciale band met de zee hebben en stapte hij af van zijn oorspronkelijke idee. Het enige wat hij behield, was het thema van het afscheid nemen. Het in Rotterdam bekroonde Alamar - de titel is een woordspeling op de Spaanse woorden voor 'aan zee' en 'houden van' - speelt zich af op de Banco Chinchorro, een van 's werelds grootste koraalriffen aan de zuidoostkust van Mexico en een uniek ecosysteem en duikparadijs. Maakt die ecologische locatie van deze hypnotiserende film ook een variant in Tequilacolor op natte fabels als Atlantis, Le grand blue of Waterworld? Niet echt. Behalve een sereen portret over het leven op deze idyllische plek en de harmonieuze band tussen mens en natuur is dit een intiem transmissieverhaal over drie generaties, met als middelpunt de wonderlijke zomervakantie van een vijfjarige Romeinse jongen. Natan is het resultaat van een korte, maar hevige vakantieliefde aan de Mexicaanse kust tussen de Italiaanse Roberat en de Mexicaan Jorge. Hun geografische agenda's bleken echter onverzoenbaar en de twee gingen uit elkaar. Nu mag de knul op reis naar de brok ongerepte natuur die zijn vader niet kan achterlaten. Samen met hem meert de kijker aan bij een palafitte, een primitieve traditionele paalwoning. Het is de piepkleine hut van de goedlachse Matraca, een lokale visser en Jorge's vader. Zonder een hang naar kleverige arcadische romantiek legt González-Rubio de dagelijkse routine van het leven vast. De camera duikt daarbij onder het turkooizen zeeoppervlak bij een snorkeljacht naar snappers en langoesten, maar registreert ook hoe Natan ravot met zijn vader, de hut een verfbeurt geeft, barracuda's leert schoonmaken, vanuit de hangmat leert wat geduld hebben is en vriendschap sluit met een wilde witte ibis. Jorge en Natan luisteren trouwens ook in het echte leven naar die namen én zijn vader en zoon - de grootvader is daarentegen een oude lokale visser die geen bloedband met hen heeft. De vage grens tussen feit en fictie is echter niet belangrijk in Alamar, dat geldt als een pure les in onthaasten en een meditatie over een uitstervende manier van leven. Zoals alle uitmuntende documentaire filmmakers toont de regisseur vooral hoe hij de kunst verstaat om zichzelf met zijn camera weg te cijferen. Fijn detail: alle dialogen zijn geïmproviseerd. Biutiful! LUC JORIS