1 Hoe kom je op het idee om een boek te maken over stofwolken in Oklahoma?
...

1 Hoe kom je op het idee om een boek te maken over stofwolken in Oklahoma? Aimée de Jongh: Ik had jaren geleden al een foto gezien van een enorme stofwolk die een huis dreigde op te slokken. Dat beeld had ik opgeslagen in een mapje met afbeeldingen die me eventueel voor nieuwe verhalen kunnen inspireren, maar ik had er niet verder over nagedacht. Later was ik in Parijs voor een summer school. Ik bezocht in het Centre Pompidou een tentoonstelling met iPad-schilderijen van David Hockney, maar ik vond er niks aan. Ik liep dan maar naar de bovenste verdieping, waar de zwart-witfoto's van Walker Evans hingen. Hij toonde in zijn beelden arme mensen met kapotte gezichten in Alabama. Daardoor herinnerde ik me de foto van de stofwolk weer en had ik mijn basisidee: een fotograaf die de Dust Bowl moet gaan fotograferen. Mijn bezoek aan het Centre Pompidou was dus zinvoller dan ik aanvankelijk had gedacht. Dank je wel, David Hockney! 2 Waarom geen natuurramp dicht bij huis? De Jongh: Ik ben al heel lang aangetrokken door de Verenigde Staten. Vóór de pandemie ging ik er elk jaar wel eens naartoe. Ik beschouw het land bijna als een tweede thuis. Misschien romantiseer ik het te veel als buitenstaander, maar ik vind dat de mensen er erg openstaan voor onbekenden. In 2019 heb ik in Oklahoma historische experts gesproken die allemaal enthousiast waren over mijn graphic-novelproject. In Amerika kennen ze het onderwerp zo goed dat ze er niet aan denken om er een strip van te maken. Terwijl het voor mij als Nederlander iets nieuws was. Stel je omgekeerd voor dat een Amerikaan een boek maakt over de Watersnood van 1954. Dat wordt door de onbevangen aanpak misschien vanzelf interessant, terwijl een Nederlander al met veel vooroordelen zou vertrekken. 3 Vind je niet dat je een negatief beeld van fotografie schetst? De Jongh: Nee hoor. Mijn personage John is teleurgesteld over wat hij met zijn foto's kan doen. Dat is gebaseerd op mijn eigen ervaring met vluchtelingenkampen op Lesbos. Ik kwam daar heel naïef met mijn schetsboeken aan en merkte pas ter plaatse dat ik niet de tools had om de wanhoop van die mensen weer te geven. Mijn nogal cartoonachtige stijl paste niet bij hun drama. Ik heb daardoor juist heel veel respect voor journalisten en fotografen die blijven proberen om weer te geven wat er gebeurt. Lezers van mijn boek snappen wel dat John zijn beroep niet om de goede redenen heeft gekozen. Zoiets voel je uiteindelijk altijd. Zonder echte passie wordt artistiek werk oppervlakkig.