Daria Schmitt
...

Daria Schmitt Casterman, 72/71 blz., euro16Strips zijn prima geschikt voor dromerige auteurs die hele imaginaire werelden in beeld willen zetten. In tegenstelling tot films kost het bijna niets om de meest fantastische decors en personages tot in de kleinste details te visualiseren. Debutante Daria Schmitt heeft voor Acqua alta zo'n fantastische wereld uitgedacht: Ultrequinox, een stad gebouwd op de golven. Alles in de stad staat in het teken van het carnaval, dat telkens volgens een minutieus stappenplan in gang wordt gezet. Elke bewoner heeft daarbij een welomschreven taak, duidelijk af te lezen aan zijn uniform. Tijdens het carnaval zijn ook vastelandbewoners welkom voor een bezoek, en een loterij bepaalt wie van hen in Ultrequinox mag wonen. Deze keer blokkeert er echter een radertje in de geoliede carnavalmachine. Een bijzondere doos die mensen kan verzwelgen, wordt immers de stad in gesmokkeld. Bij ervaren striplezers laat het verhaal van Acqua alta ongetwijfeld verschillende belletjes rinkelen. Schmitt leunt expliciet aan bij De koorts van Urbicande van Schuiten en Peeters en misschien nog vooral bij Herinneringen aan het Eeuwige Heden, hun bewerking van Raoul Servais' film Taxandria. Van de waterwereld tot de kostuums van de factotums, de onbetekenende dienaars door wier ogen Acqua alta verteld wordt: Schmitt maakt absoluut geen geheim van haar inspiratiebronnen. Net als haar leermeesters laat Schmitt wonderlijke ideeën en inspirerende beelden primeren op herkenbaarheid of de psychologie van de personages - haar opleiding als architect is daar wellicht niet vreemd aan. Daardoor kan Acqua alta koud en afstandelijk aandoen. Schmitts tweeluik blijft een ideeënuniversum, waarmee je je als lezer veel minder verbonden voelt dan pakweg Turfs Narrenschip, dat even fantasierijk in beeld wordt gebracht, maar tegelijk personages met karakter laat zien. Acqua alta blijft wel fascinerend om te zien dankzij Schmitts intrigerende minischilderijtjes. Vooral wie vindt dat Schuiten en Peeters te weinig boeken maken, zal Schmitts debuut kunnen waarderen. Bij een volgend boek verwachten wij wel een persoonlijker accent. Gert Meesters