U denkt dat een Thaise gevangenis een gezellig vakantiekamp is waar hooguit over het pikante eten kan worden geklaagd? Vergeet het. Het is een aardse hel waar verkrachtingen, afranselingen en (zelf)moorden dagelijkse kost zijn. En ja, het eten is er ronduit beroerd. De Franse globetrotter Jean...

U denkt dat een Thaise gevangenis een gezellig vakantiekamp is waar hooguit over het pikante eten kan worden geklaagd? Vergeet het. Het is een aardse hel waar verkrachtingen, afranselingen en (zelf)moorden dagelijkse kost zijn. En ja, het eten is er ronduit beroerd. De Franse globetrotter Jean-Stéphane Sauvaire zorgt voor een realitycheck met dit viscerale vechtsport- annex gevangenisdrama dat genregenoten als Midnight Express en Bloodsport, en bij uitbreiding de kijker, een gemene uppercut verkoopt. Met lange, rigoreus gecho-reografeerde takes die je het bloed, het zweet, de sperma en de pis doen ruiken volgt Sauvaire de waargebeurde lotgevallen van Billy Moore, een Britse junk die in de beruchte Klong Prem-gevangenis - 'Bangkok Hilton' - belandt, zonder de taal, cultuur of codes te kennen. Hij neemt er deel aan thaibokstornooien in de hoop zich richting uitgang en catharsis te knokken, iets wat hem na drie jaar en flink wat beurs gebeukt vlees uiteindelijk lukt. Veel wordt er niet gesproken - er wordt vooral gehijgd en geschreeuwd - en narratief worden de memoires van Moore (Joe Cole als fors gespierde wraakengel) tot op het bot ontbeend. Sauvaire, die in zijn vorige langspeler Johnny Mad Dog de jungle in trok met Afrikaanse kindsoldaten, maakt er een intens fysieke, immersieve trip van die als een gewelddadige nachtmerrie aan je voorbijtrekt.