Eerste zin Toen ze met graafmachines kwamen, wist ik nog niet hoe diep en breed de gaten zouden zijn die ze de jaren erna in mijn oppervlak zouden slaan.
...

Eerste zin Toen ze met graafmachines kwamen, wist ik nog niet hoe diep en breed de gaten zouden zijn die ze de jaren erna in mijn oppervlak zouden slaan. Het is 2040. In Groningen staat een kolossaal gebouw, een wijk op zich bijna, met een grote, rode rand errond, als een Saturnusring. Dat gebouw, 7B, is de setting voor de tweede roman van Aafke Romeijn, naast schrijfster ook muzikante en zangeres. 7B, zoals de titel van het boek luidt, speelt in dezelfde wereld waarin Romeijn ook al haar debuut Concept M situeerde. Ongeveer de halve bevolking bestaat er uit kleurlozen, extreem kwetsbare mensen die kleurstoffen toegediend krijgen via een kastje op hun rug. Doordat die kleurstoffen zeldzaam en duur zijn, zetten die kleurlozen de sociale zekerheid onder druk en duiken er terroristische groepen op die hun mening, dat die kleurlozen een overtollige bevolkingsgroep zijn, met bomaanslagen kracht bijzetten. Centraal in 7B staan Menno en Hannah, een oorlogsveteraan met een angstpsychose en zijn vrouw, die moderator is bij Konnekt, een door de Europese overheid opgezet sociaal netwerk dat Facebook en co. moest vervangen. Konnekt-profielen zijn aan je rijksregisternummers gekoppeld. Valse profielen zijn daardoor onmogelijk, wat de gebruikers een gevoel van veiligheid geeft, maar de beheerders van de site veel kennis en macht. Big Brother bekijkt je niet langer alleen via je tv-scherm, zoals bij George Orwell, geen enkel scherm is nog onschuldig. Wanneer op een dag filmpjes op Konnekt gepost worden waarin agenten van de Europese antiterreurdienst ECTA mensen aan het martelen zijn, en de moderator die die filmpjes gecleard heeft in 7B actief blijkt te zijn, wordt er een agente op af gestuurd die moet nagaan of er tegenstanders van het regime achter zitten. Romeijn hanteert een coole, afstandelijke taal die de cynisch herkenbare wereld waarin 7B speelt niet voor de voeten wil lopen. Herkenbaar: zo gebruikt de overheid in de strijd tegen terreur en pandemieën kleurencodes die de bewegingsvrijheid van de burgers beperken en merkt de hierboven genoemde agente op dat vrouw-zijn betekent dat je zestig procent van de tijd gebruikmaakt van je lichaam om dingen gedaan te krijgen en je je de overige veertig procent om datzelfde lichaam schaamt. Romeijn is scherp. Alleen jammer dat haar politieke thriller ietwat voorspelbaar eindigt.