Daar zat hij dan, in een maatpak enkele tinten grijzer dan het haar op zijn kruin, op blote voeten, eenzaam aan een klaptafeltje, met de replica van een menselijk brein in zijn handen. Professor David Byrne, het opperhoofd van Talking Heads en zo veel meer, etaleerde eind juni op Gent Jazz andermaal zijn voorliefde voor het theatrale.

'This is the most ambitious show I've done since the shows that were filmed for Stop Making Sense, so fingers crossed', twitterde hij eind december vorig jaar, vlak voor de eerste try-outs van deze tour. Stop Making Sense, de concertfilm en het dito album van Talking Heads uit 1984, wordt beschouwd als een van de beste, creatiefste liveregistraties in de popgeschiedenis. Byrne had de lat dus zelf op eenzame hoogte gelegd.

Meer dan dertig jaar later schrijft een stilaan pensioengerechte intellectuele weirdo zonder vuurwerk, zonder spectaculaire projecties of lichtshow en zonder virale hits het meest bejubelde, meest enthousiast onthaalde concert van het jaar op zijn naam. 'Een ronduit zinderende ervaring', noteerde De Standaard. 'Een heerlijk excentrieke maar wervelende show', pende De Morgen. Ook onze man ter plaatse zag dat het goed was: 'Pure perfectie op elk vlak.' 'Still making sense', zoals The Guardian in diezelfde periode terecht opmerkte. Byrne bewees dat je met muzikaal vernuft, een slim samengestelde setlist, humor, engagement en vooral heel veel goesting en inzet een heel eind komt. Helemaal tot in ons jaaroverzicht, bijvoorbeeld.