Thomas Verbogt

1 Je schreef al meer dan dertig boeken. Pas in de laatste twee kom je zelf als personage voor. Waarom die verandering?
...

1 Je schreef al meer dan dertig boeken. Pas in de laatste twee kom je zelf als personage voor. Waarom die verandering? Thomas Verbogt: Een aantal jaar geleden stierf een goede vriend van me, de schrijver Frans Kusters. Zijn uitgever vroeg of ik een boek wilde schrijven over onze vriendschap. Dat was een puur autobiografisch boek en ik merkte dat ik me in die vorm heel erg thuis voelde. De vrijheid die dat boek me schonk, heb ik ook gebruikt in mijn vorige roman, Als de winter voorbij is. In Hoe alles moest beginnen ben ik nog een stapje verder gegaan wat het autobiografische betreft. Wat ik daarbij zo opmerkelijk vind, is dat mijn vorige roman door alle critici bestempeld werd als mijn meest autobiografische, maar dat geen van hen iets wist over mijn privéleven. In interviews ben ik helemaal niet zo gul met informatie over mezelf. Blijkbaar voelen mensen dat meteen, zonder het te weten. Wonderlijk is dat. 2 Je lijkt een voorkeur te hebben voor kleine verhalen, de verhouding tussen twee mensen bijvoorbeeld. Waarom? Verbogt: Omdat ons leven uit dergelijke kleine verhalen bestaat. We hebben natuurlijk wel grote plannen, maar veel verder dan kleine verhalen komen we niet. Ik hou ervan om over straat te lopen en op zoek te gaan naar het grote avontuur van het alledaagse. Ik schrijf iedere dag een column in De Gelderlander, de krant van mijn geboortestreek, waarin ik precies dat doe: de deur uitgaan en wachten op het verhaal dat op me af komt. En meestal zijn dat geen grote drama's, maar verhalen over mensen die in het reine proberen te komen met zichzelf en de wereld. Ik moet die dan alleen maar oppakken en neerschrijven. 3 En dat doe je traag en bedachtzaam, of lijkt dat alleen maar zo? Verbogt: Dat valt wel mee. Wat ik vooral doe, is het ritme van mijn gedachten volgen. Dat bepaalt het tempo van het verhaal. Wanneer ik naar buiten kijk, krijg ik misschien wel duizend gedachten, terwijl er maar één echt beklijft. Die andere blijven er als satellieten rond draaien. Het is die beweging die ik in kaart probeer te brengen. Ik hoor van lezers wel eens dat ze door mee te lezen op dat ritme ook anders gaan denken. Dat vind ik een enorm compliment.