Roland Emmerich met John Cusack, Amanda Peet, Woody Harrelson, Danny Glover, Chiwetel Ejiofor
...

Roland Emmerich met John Cusack, Amanda Peet, Woody Harrelson, Danny Glover, Chiwetel Ejiofor John Cusack onderneemt wanhopige pogingen om het weer goed te maken met zijn ex. Woody Harrelson meent als psychotische hippie een overheidscomplot op het spoor te zijn. En oh ja: ondertussen scheurt de aardkorst open en is de wereld as we know it op spectaculaire wijze aan het vergaan. Je kunt niet beweren dat Hollywoods Apocalypsexpert Roland Emmerich geen gevoel voor humor heeft, al valt te betwijfelen of de man achter Independence Day (1996), Godzilla (1998) en The Day After Tomorrow (2004) het ook zo bedoeld heeft. In dit digitaal gepimpte spektakel dat je om gezondheidsredenen beter geen seconde ernstig neemt, grijpt Emmerich terug op een eeuwenoude voorspelling van de Maya's. Die meenden immers te weten dat de Aarde op 21 december 2012 zou vergaan, een notie die mutatis mutandis - die religieuzen zijn altijd wat vaag geweest - ook door de Bijbel, de Hindoegeschriften en Nostradamus werd overgenomen. Helaas blijkt limochauffeur en science-fictionschrijver Jackson Curtis (John Cusack) niet van die vervaldatum op de hoogte, zodat zijn uitje met zijn twee kinderen, zijn ex (Amanda Peet) en haar nieuwe amant algauw een survivaltocht tussen openbarstende autostrades, instortende wolkenkrabbers en platgewalste monumenten wordt - u gretig opgediend door een overijverige computerafdeling. Voeg daar nog een subplot aan toe over de Amerikaanse president (Danny Glover) die zich tot martelaar ontpopt, een scheut scherts met een Russische miljardair en diens platinablonde postorderbruidje, een door de overheid stiekem geprepareerde superark van Noah als reddingssloep, plus het nodige gepreek over trouw en zelfopoffering en je krijgt een rampenblockbuster die The Day After Tomorrow tot een ernstig wetenschappelijk eco-essay promoveert. Uiteraard is het pretentieloze fun en zoals steeds bij Emmerich valt een cinemascoop-brede grijns moeilijk te onderdrukken. Alleen waren de rampenfilms uit de jaren 70 tenminste nog een béétje geloofwaardig, hadden ze niet noodzakelijk een rotconservatieve subtekst en waren ze qua plot en psychologie niet op de maat van zesjarigen gesneden. Bovendien leken filmmakers toen nog te beseffen dat speciale effecten - hoe episch ook - alleen impact hebben als je ze in een écht verhaal met échte personages integreert, met mate serveert en bovenal overzichtelijk in beeld brengt. Nu maar duimen dat het echte Armageddon straks iets minder lang duurt dan Emmerichs versie van dik tweeënhalf uur, én een stuk minder luidruchtig is. Dave Mestdach