Zaterdag 1/6, 20.35 - 2BE. Danny Boyle, VS 2010
...

Zaterdag 1/6, 20.35 - 2BE. Danny Boyle, VS 2010 Of hij nu Schotse junkies filmt in Trainspotting, zombies op Boltsnelheid in 28 Days Later of Indiase kinderen in de sloppen van Mumbai zoals in Slumdog Millionaire, veel rustige beelden zul je niet tegenkomen in de films van de Brit Danny Boyle. Ook niet in 127 Hours, een overlevingsverhaal gebaseerd op het hachelijke avontuur van ene Aron Ralston. Die jonge ingenieur en gepassioneerde bergbeklimmer (in de film door James Franco vertolkt) kwam in 2003 tijdens een trektocht door het prachtige Canyonlands National Park in Utah met zijn rechterarm en -pols klem te zitten achter een rotsblok in een metersdiepe smalle rotsspleet. Niemand wist dat de avontuurlijke natuurliefhebber daar in de wildernis vastzat: Ralston trok er graag alleen op uit en had tegen niemand verteld waar hij naar toe was. Uiteindelijk kon hij zich na vijf dagen bevrijden door zijn eigen onderarm te amputeren. Over die ervaring schreef hij overigens een boek, Between a Rock and a Hard Place, waarop de film gebaseerd is. Denk nu niet dat we al te veel van het verhaal hebben prijsgegeven. Een beetje filmliefhebber weet ondertussen wel van die huiveringwekkend realistische amputatiescène en Boyle maakt al van in de openingsscène duidelijk dat een mes een belangrijke rol zal spelen. Bovendien zit Ralston al na amper een kwartier vast. Hoe houd je dat negentig minuten interessant voor de toeschouwer? Boyle begint de film met zijn gebruikelijke adrenalinerush: splitscreens, time-lapse en een woest vertelritme met veel ongewone camerastandpunten en bruuske jump cuts op een al even energieke soundtrack (van de iconische Bollywoodcomponist A.R. Rahman en Plastic Bertrand tot Sigur Rós). Maar Boyle houdt dat hyperactieve ritme ook aan als Ralston vast komt te zitten, alsof hij ervoor beducht is dat zijn publiek zich ook maar één seconde zou vervelen. Het schamele materiaal dat Ralston bij zich heeft - een touw, een uurwerk, een dv-camera, een drinkbus en een multitoolzakmes - worden rekwisieten die Boyle gebruikt om het minimale verhaal claustrofobisch en energiek te houden. Boyle kruipt ook in het hoofd van Ralston: herinneringen aan zijn jeugd en ouders, of fantasieën en deliriums terwijl hij tegen de uitdroging vecht, vuurt hij in een even snel tempo op de kijker af. Franco reageert ondertussen, vaak ironisch, met alle method acting-registers open op zijn hachelijke situatie. Het meest verrassend is dat dit verhaal over jeugdige overmoed en de wil om te overleven helemaal niet uitgroeit tot een sinistere nachtmerrie. 127 Hours valt enigszins te vergelijken met Sean Penns Into the Wild. Boyle graaft minder diep dan Penn maar beide films delen dezelfde zin voor spiritualiteit. LUC JORIS