Irish finest vindt zichzelf opnieuw uit
...

Irish finest vindt zichzelf opnieuw uit Soms moet een rockband eerst aan de grond zitten om een meesterwerk te kunnen baren. Achtung Baby is zo'n pijnlijke bevalling. Het kindje dat er na de olifantendracht uitfloept, oogt hoe dan ook gezond en fris. Aan het einde van de tournee die volgt op het weinig enthousiast onthaalde Rattle & Hum, bevinden de Ieren zich in zo'n diepe crisis dat Bono een bezinningsperiode aankondigt. In die sabbat luisteren de zanger en gitarist The Edge veel naar elektronische muziek, waaronder die van de Belgen Insekt en Front 242. Als U2 klaar is om weer aan de slag te gaan, verschansen ze zich in de Hansa Studios in Berlijn. De groep verwacht dat die plaats haar veel impulsen zal geven, want daar boetseerden de door hen bewonderde David Bowie en Iggy Pop eerder immers ook al meesterwerken. Als Bono en The Edge hun plannen ontvouwen om met geprogrammeerde beats te experimenteren, onthalen drummer Larry Mullen en bassist Adam Clayton die met flink wat bezwaren. Door de interne spanningen lopen de sessies in eerste instantie voor geen meter. Op een gegeven moment raakt Clayton zelfs zo geïrriteerd dat hij zijn bas in Bono's handen werpt en roept: 'You fucking play it, then!' Tot overmaat van ramp worden de tapes met ruwe opnames gestolen en op bootleg uitgebracht. Het verblijf in de Duitse stad is dus minder romantisch dan de hoesfoto's, met de leden die gezellig in een Trabant poseren, doen uitschijnen. De glamourverpakking past wel bij de bigger than life-geest van de plaat. De beelden onthullen de nieuwe, ironische kijk van U2. Met zijn onafscheidelijke zonnebril spéélt Bono heel nadrukkelijk de rockster. Vroeger werd hij een halve heilige genoemd, nu kruipt hij met genoegen in de huid van de duivel. Na vele vage schetsen is het pas met het bloedmooie One dat U2 het juiste elan vindt. En met de hulp van derde producer Brian Eno (eerder werden al Daniel Lanois en Flood binnengehaald) botst het kwartet op de andere sound waar het naar had gezocht. Niettemin zijn de songs an sich typisch U2. De groep geeft zichzelf een facelift zonder haar publiek van zich te vervreemden. En dat, mijne heren en dames, is de reden waarom U2 tot de galerij der groten behoort.